Finance & Risk Management voor Woningcorporaties

1. Introductie
2. Kenmerken van het programma
3. Bijeenkomsten
4. Doelgroep
5. Docenten
6. Data bijeenkomsten
7. Inschrijven en collegegeld
8. Leiding

1. Introductie

Wat mag u van het programma verwachten?

Woningcorporaties vallen onder het regiem van de nieuwe Woningwet en zijn daarmee in hun financieel presteren sterk afhankelijk van het sociale deel van hun voorraad. Bovendien zijn de eisen die aan de financiële verantwoording worden gesteld, beduidend aangescherpt en is in verband daarmee het toezicht zowel intern als extern nauwer geregeld. In dat verband is bekend dat er een onafhankelijke controllingfunctie moet zijn met uitzondering van die bij kleine woningcorporaties. De scheiding of splitsing van DAEB en niet-DAEB en de vorm waarin, speelt een belangrijke rol in de strategie van woningcorporaties.

Kortom de sector is beleidsmatig sterk in ontwikkeling, waarbij financiële vraagstukken een cruciale rol spelen. Dit betekent dat hoge interne- en externe eisen worden gesteld aan het 'in control' zijn van de organisatie. Dat houdt in het op orde krijgen en houden van bedrijfsprocessen, efficiënte sturing op bedrijfsmiddelen, kennen en beheersen van financiële en niet- financiële risico's en dat binnen de context van een goed ontwikkeld Corporate Governance.

Daarom is het Executive Program Finance & Risk Management voor Woningcorporaties ontwikkeld. In acht bijeenkomsten bieden ervaren wetenschappers en bekende sprekers uit de praktijk u wetenschappelijke kennis en instrumenten die betrekking hebben op verschillende financiële vraagstukken en de daaraan verbonden risico’s waarmee een corporatie te maken krijgt. De waarde van de opleiding is juist dat de wetenschappelijke kennis kan worden toegepast op de praktijk en dat het geen boekenwijsheid blijft. Ook de interactie tussen docent en cursisten en de onderlinge discussies verrijken de leerstof.

Naar boven

2. Kenmerken van het programma

Aantal en frequentie bijeenkomsten

Start 2x per jaar, aanvang in april en oktober met 8 wekelijkse bijeenkomsten op donderdagen. 
Door de modulaire opbouw zijn de bijeenkomsten ook afzonderlijk te volgen.

Aanvang en einde bijeenkomsten

16.00 - 21.00 uur (incl. maaltijd 18.00 - 18.45 uur)

Opleidingsniveau

Bij voorkeur HBO + of Academische opleiding (met financieel-economische specialisatie)

Locatie

Erasmus Universiteit Rotterdam

Werkvorm

Interactief, case-gericht

Naar boven

3. Bijeenkomsten

Eerste bijeenkomst: Risk Management

11 oktober 2018

Kern van deze bijeenkomst is: Vanuit de specifieke positie van corporaties ingaan op de doelstellingen van een corporatie als geheel en de totale financiële sturing die hierbij wordt gehanteerd en de financiële risico’s waarbij scenario’s de kwetsbaarheid van beslissingen laten zien.

In deze bijeenkomst wordt aandacht besteed aan de strategische- en operationele doelstellingen van een woningcorporatie en de samenhang met de financiële risico’s. Het uitzetten van de juiste koers voor de lange termijn vereist van woningcorporaties dat zij strategische keuzes maken die voortvloeien uit de maatschappelijke doelstellingen en die passen binnen de financiële mogelijkheden. Dit is een integraal afwegingsproces waarbij financieel- en maatschappelijk presteren met elkaar in evenwicht moeten zijn. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met de risico’s die een corporatie wenst te lopen. De identificering, kwantificering en vastlegging van de risico’s en de selectie en inzet van instrumenten om die risico’s te beperken en te beheersen, zijn belangrijke onderdelen om te komen tot een adequaat risicomanagement. En dat risicomanagement is voor commerciële- en non-profit organisaties een onmisbaar onderdeel van de bedrijfsvoering. Dat geldt dientengevolge ook voor woningcorporaties die vanwege alle turbulente ontwikkelingen in de afgelopen periode en het publiek verantwoorden van hun prestaties meer dan ooit behoefte hebben aan een strak georganiseerd- en transparant risicomanagement. Het ontwikkelen en up-to-date houden van risicomanagement is dan ook een randvoorwaarde om te kunnen beoordelen waar de strategische- en operationele risico’s liggen, hoe die risico’s zijn te meten en welke beheersingsinstrumenten kunnen worden toegepast. Al met al is het aannemelijk om te stellen dat adequaat risicomanagement bijdraagt aan de kwaliteit van de beslissingskracht en het bestaansrecht van de organisatie. Hiertoe wordt vanuit de praktijk een voorbeeld toegelicht hoe bij deze financiële prestaties ook het maatschappelijk presteren meegenomen kan worden.

De financiële- en maatschappelijke prestaties wordt verder inhoud gegeven door het onderwerp asset liablity management te behandelen in combinatie met gevoeligheidsanalyses die duidelijk maken wat er verandert in de balans als wordt ‘gespeeld’ met aannamen die van invloed zijn op de opbrengsten- en kosten van een woningcorporatie.

De docent geeft aan wat de verwachte financiële ontwikkelingen zijn bij een beherende corporatie die qua financiering kan worden aangeduid als een standaardcase. Daarbij wordt een nulmeting gehouden voor het vaststellen van de balanspositie en deze wordt in de tijd herhaald op basis van een aantal aanname over huurprijsontwikkeling, rente, leegstand etc. Vervolgens wordt deze stap herhaald voor een investerende corporatie die zich kenmerkt door een geconstrueerde financiering waarbij gevoeligheidsanalyses inzicht geven in de bandbreedte van de financiële gevolgen indien het verloop van de investeringen anders is dan voorspeld. De docent laat zien wat de voor woningcorporatie belangrijke discussie over DAEB en niet-DAEB activiteiten inhouden voor de financiering van deze activiteiten. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het sturen op liquiditeit dat voor een corporatie een belangrijkere activiteit aan het worden is. Uiteraard wordt ook in beeld gebracht welke kengetallen relevant zijn voor het monitoren en beheersen van de financiële activiteiten. De cursist wordt bekend gemaakt met maatregelen die moeten worden genomen als de prestaties onder druk komen te staan. In feite betekent dit dat de corporatie in kwestie eigenlijk eerst bekend zou moeten zijn met de gevolgen van de investeringen indien verschillende scenario’s zich zouden voordoen alvorens besluiten te nemen. Maar de gevolgen van investeringsbeslissingen worden vaak niet voldoende onderkend omdat de informatievoorziening hiervoor niet op orde is. In de bijeenkomst over Performance Management (3e bijeenkomst) wordt hier nader op ingegaan. Dit zal leiden tot een geschematiseerde operationalisering van hoe de informatievoorziening er uit zou kunnen zien. Verder zullen de gevolgen van tegenvallende financiële resultaat zijn weerslag hebben op de financiële stromen. Dit betekent dat de effecten in de bijeenkomst over treasury management (5e bijeenkomst, middagcollege) verder aan de orde komen waarbij uitvoerig wordt ingegaan op een belangrijk onderdeel als het beheersen en afdekken van risico’s.

Bij de gevoeligheidsanalyses wordt nagegaan wat er verandert in de balans van een woningcorporatie als wordt ‘gespeeld’ met aannamen die van invloed zijn op de opbrengsten- en kostenkant van de organisatie. Zo zal de docent aanschouwelijk maken wat de financiële gevolgen zijn van een aantal varianten. Deze betreffen:

  • korte- en lange rente;
  • huurprijs;
  • verkoopprijs huurwoningen;
  • investeringen (rendabele en onrendabele top).

Om de lange termijn overlevingskansen in beeld te brengen, is het belangrijk om de bandbreedte te weten waarbinnen een woningcorporatie aan haar maatschappelijke taakstelling kan blijven voldoen. Hiertoe zullen een of meer scenario’s worden uitgewerkt. Aan de hand van korte cases wordt de theorie vervolgens in de praktijk gebracht.

Tot slot wordt uitleg gegeven over de mogelijkheid van scenario-analyse.

De cursist maakt daarbij kennis met het fenomeen stresstesten. Hij wordt geleerd wat de betekenis van stresstesten voor zijn organisatie kan zijn en hoe een stresstest moet worden opgezet en worden geïnterpreteerd. In dat verband is het belangrijke de juiste input te kiezen. Daarbij komen vragen aan de orde als wat zijn de kernvariabelen bij bijvoorbeeld investeringsbeslissingen en welke aannamen zijn ‘realistisch’ en consistent?. Maar ook wat de betekenis is van de uitkomsten van een stresstest ten opzichte van het ‘normaal’ verwachte rendement van een investering en in bredere zin op de strategische doelstellingen van een woningcorporatie.

Tweede bijeenkomst: Project Control

18 oktober 2018

Kern van deze bijeenkomst is: Vanuit de totale financiële sturing ingaan op de project-specifieke aansturingen en kengetallen die in de corporatiesector worden gehanteerd (denk bijvoorbeeld aan onrendabele top).

Kern van deze bijeenkomst is dat specifiek de sturing en beheersing van projecten wordt besproken en hoe dat zich financieel en volkshuisvestelijk verhoudt tot de gehele bedrijfsvoering. Maar ook welke risico’s projecten lopen, hoe die kunnen worden beheerst en welke consequentie deze risico’s kunnen hebben voor de organisatie. Vervolgens komt aan de orde de wijze waarop projectsturing kan worden gemeten met bijvoorbeeld kengetallen. Bij de projecten wordt (uitgebreid) ingegaan op de grondslagen van de bepaling van het rendement (bruto en netto) en of daarbij ook sprake is van een onrendabele top van een investering.

Daarnaast wordt aandacht besteed aan de verkoop van huurwoningen en de gevolgen daarvan voor de financiële positie van een woningcorporatie. In dat verband komt ook de maatschappelijke opgave aan de orde waarbij mede de gehele woningvoorrraad in beschouwing wordt genomen. Voorts komen, bij het realiseren van investeringsopgaven, aan de orde aspecten als planning en monitoring van enerzijds nieuwbouwprojecten en anderzijds (ingrijpende) renovatieprojecten. Een en ander wordt verduidelijkt aan de hand van een of meer cases.

Om projecten te kunnen sturen en te kunnen beheersen, is informatie nodig. In dat verband gaat het erom te weten welke specifieke informatie hiervoor nodig is en hoe die te interpreteren en toe te passen om ervoor te zorgen dat de organisatie ‘in control is’?

Voor een woningcorporatie zullen de projecten zich vooral afspelen in de sfeer van investeringen in nieuwbouw en bestaande bouw (renovatie en groot onderhoud). Maar ook projecten die betrekking hebben op de (grootschalige) verkoop van huurwoningen krijgen mede vanwege de politieke aandacht  een zwaardere rol in het geheel van projecten. In dat verband is het denkbaar dat een of meer kosten-batenanalyses worden gemaakt met bijvoorbeeld twee scenario’s. In het eerste scenario vindt verkoop plaats, bedoeld om een noodzakelijke extra opbrengst te genereren voor het realiseren van investeringsopgaven. In het tweede scenario is grootschalige verkoop noodzakelijk om als corporatie op lange termijn te kunnen overleven. Bij het eerste scenario wordt in kaart gebracht welke risico’s zich kunnen voordoen en welke afhankelijkheden en verwachtingen er zijn om vanuit de verkoopopbrengst te kunnen investeren in vastgoedinvesteringsprojecten. Bij het tweede scenario is het de mate waarin de algemeen financieel-economische positie wordt beïnvloedt door de woningverkopen. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan het saldo van het wegvallen van de huurinkomsten tegenover het rendement en de opbrengsten uit verkoop.

Bij projectmanagement is behalve het organiseren van een project door middel van een solide organisatie met taken, bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden het essentieel om weten welk rendement wordt verwacht op een specifiek project en welke risico’s zich kunnen voordoen en op welke wijze deze risico’s zijn in te perken dan wel zijn te vermijden. In dit verband komen financiële kengetallen zoals de terugverdientijd, de IRR en de ROI aan de orde. Ook worden behandeld EVA en de invloed van de waarderingsgrondslagen (historische kostprijs, marktwaarde en actuele waarde) op de balansposten.

Ook de zogeheten risk appetite is onderwerp van discussie omdat de perceptie van het risico en het daadwerkelijke risico (kans op en omvang risico) van invloed kunnen zijn op de besluitvorming ten aanzien van investeringsprojecten. Bij de behandeling van de leerstof zal kort worden teruggewezen op de kennis die in de eerste bijeenkomst op dit gebied is vergaard.

Omdat de kosten veelal vooruit lopen op de opbrengsten is een nauwkeurige kostenbepaling belangrijk. Tegelijk zijn er bij grote projecten grote onzekerheden. Aan de hand van scenario’s wordt duidelijk gemaakt wat de gevoeligheden zijn van bepaalde parameterkeuzen en uitgangspunten voor de hoogte van de kosten en voor de hoogte van de opbrengsten.

Ten aanzien van projecten wordt ingegaan op een voor corporaties herkenbaar en wezenlijk onderdeel van investeringen in vastgoed namelijk het in kaart brengen van de onrendabele top bij nieuwbouw of renovatie. Twee van de vragen die worden behandeld: Hoe groot is de invloed van de onrendabele top op de liquiditeitspositie van een corporatie? Welk effect heeft bijvoorbeeld de hoogte van de rente en de leegstand op de onrendabele top?

Omdat een project een concreet omschreven geheel van met elkaar samenhangende activiteiten is met een begin- en een eindpunt, leent dit zich uitstekend om te worden behandeld in de vorm van een casus. De casus die wordt geschetst op basis van een (concrete of fictieve) woningcorporatie gaat in op de volgende vragen:

  1. investeren in grond een voorbode voor toekomstige verliezen of een alternatief om de positie van een woningcorporatie (financieel) te versterken?
  2. wat is de invloed van de onrendabele top op de liquiditeits- en kapitaalpositie van een woningcorporatie?
  3. hoe belangrijk zijn verkopen van woningen in het kader van verantwoord funden?
  4. welke (financiële) instrumenten zijn inzetbaar om risico’s te kunnen beheersen?

Derde bijeenkomst: Performance Management

25 oktober 2018

Kern van deze bijeenkomst is: Vanuit het voor het management beheersbaar zijn en sturen en belonen van de financiële prestaties, bespreken en vaststellen van de sturingsproducten op basis van performance management.

Het vakgebied performance management gaat over de (strategische) doelstellingen en het gedrag van medewerkers van een organisatie om die doelstellingen te bereiken. Centraal in deze bijeenkomst staan dan ook de wijze van presteren van de factor arbeid op basis van de doelstellingen van een woningcorporatie. Hierbij gaat het om vragen als:

  • hoe worden prestaties gemeten?
  • welke instrumenten zijn er om een organisatie zo in te richten dat medewerkers gewenst gedrag vertonen? Ofwel welke instrumenten zijn er om het gedrag van medewerkers te beïnvloeden?
  • welke processen zijn kwetsbare processen?
  • hoe groot kunnen de gevolgen zijn als het misgaat in een proces?
  • welke maatregelen zijn er om deze processen ‘in control’ te houden of te krijgen?
  • waar liggen de verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de organisatie?
  • in hoeverre is de invloed van de cultuur bij een woningcorporatie op risicomanagement een zegen of een last?
  • kan outsourcing voordeel opleveren voor een woningcorporatie en zo ja hoe?

Kortom het is een breed scala van onderwerpen waarbij het ook gaat om het identificeren, selecteren en voor sturing en toezichtsdoelen zichtbaar en meetbaar maken van de gegevens die nodig zijn om informatie te leveren over de gestelde vragen en nog belangrijker over de sturing van de organisatie. Hierbij kan worden gebruik gemaakt van een management dashboard.

Vierde bijeenkomst: Internal Control

1 november 2018

Deel 1:  Rol Intern Toezicht
Deel 2: Work flow managementsystemen en AIS in een geautomatiseerde omgeving

De sector woningcorporaties is altijd een tamelijk homogene en gesloten wereld geweest mede als gevolg van het feit dat de woningcorporaties locale en/of regionale marktmacht hebben  Dat heeft ertoe geleid dat er een spanning is ontstaan tussen enerzijds het marktpresteren  en anderzijds het maatschappelijk presteren. Dat wordt binnen de sector op diverse wijze beleefd en naar gehandeld. Een algemene opvatting daarover met name vanuit de politiek is dat de sector te groot is en dat in zijn algemeenheid corporaties weer meer aandacht zouden moeten schenken aan de maatschappelijke rol van woningcorporaties namelijk het huisvesten van lage inkomens die niet op eigen kracht in hun woonruimte kunnen voorzien. Die beperkte maar belangrijke maatschappelijke rol heeft zijn beslag gevonden in de Woningwet van 1 juli 2015.

De sector zal in dit krachtenveld en de druk die stakeholders op haar functioneren uitoefenen  dan ook veel meer aandacht moeten schenken aan de interne control functie. Als gevolg hiervan is sprake van zowel scherper intern als extern toezicht. Extern houdt de Autoriteit woningcorporaties (Aw) toezicht op het gedrag van woningcorporaties en op hun financiële beheer. Bij het interne toezicht is ook de rol van de Raad van Commissarissen (RvC) onder een vergrootglas komen te liggen. Hoewel historisch verklaarbaar is het niet meer houdbaar dat leden van de RvC worden benoemd op basis van hun jarenlange verdiensten voor de corporatiesector. Het ons-kent-ons wereldje is onder druk van de omstandigheden verandert waarbij transparantie en professionele verantwoording sleutelwoorden zijn geworden. Het is tegen die achtergrond dat veel meer eisen worden gesteld aan (een lid van) de RvC. Zo moet elk lid dat wordt benoemd een zogeheten fit- en propertoets afleggen. De Aw voert deze toets op de geschiktheid en betrouwbaarheid van de beoogde kandidaten uit. Dit betekent ook dat het ‘in control zijn’ van de RvC geen sinecure meer is maar een professionele opgave. De vraag is dan ook wat vanuit de corporatiesector en de externe omgeving de optimale rol moet zijn van een RvC. De bijeenkomst gaat uitgebreid in op de beantwoording van die vraag.

Deel 2: Work flow managementsystemen en AIS in een geautomatiseerde omgeving

Gericht op interne controleprocessen en handhaving op effectieve en efficiënte wijze.

Het vastleggen van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden is onderdeel van de bedrijfsvoering van een corporatie. In de praktijk gebeurt het nogal eens dat de procedures die betrekking hebben op de diverse bedrijfsonderdelen en bedrijfsactiviteiten in zekere mate eroderen omdat de werkelijke uitvoering door werkvloergewoonten wordt gedicteerd. Dat kan heel lang goed gaan en zelfs als procedures volgens een bepaalde checklist worden afgevinkt, lijkt het alsof de organisatie in control is. Maar de werkelijkheid kan zijn dat er onvoldoende aandacht is geschonken aan extreme omstandigheden. Als voorbeeld kan hierbij worden verwezen naar de eerste bijeenkomst over treasury management waarin ondermeer het onderwerp rentederivaten is behandeld. Behalve de incidenten die zich rond de rentederivaten hebben afgespeeld, is het in zijn algemeenheid van belang te weten waar in het bedrijfsproces zich zwakheden bevinden, welke impact deze kunnen hebben op de prestaties van een woningcorporatie en hoe control hier een rol in zou moeten spelen om de organisatie werkelijk in control te doen zijn. Maar ook het verbeteren en herijken van interne controlprocessen vragen om aandacht omdat de praktijk van het menselijk handelen leert dat de discipline verwatert of dat het belang van andere prioriteiten een hogere rangorde krijgt. Internal Control is pas effectief als dat ook in de bevoegdheden- en verantwoordelijkheidsstructuur zodanig is ingericht dat een woningcorporatie de beschikking heeft over:

  • KPI’s die een betrouwbaar, tijdig consistent en volledig beeld geven;
  • uitkomsten van scenario-analyses die periodiek signaleren dat alle bedrijfsprocessen ‘in control’ zijn en dat daarmee het beoogde doel is bereikt.

De cursist krijgt kennis van en inzicht in de eisen die aan internal control worden gesteld waarbij gebruikmakend van leerstof uit eerdere modules een quick scan wordt behandeld waarmee de opzet en werking van de financieel-economische processen worden getest. Zijdelings wordt hierbij behalve aan de harde beheersing ook aandacht besteed aan de zachte aspecten (soft controls, link met Management control).

Wordt het beoogde doel van het realiseren van een effectief internal control ook nog eens tegen de laagst mogelijke kosten bereikt dan is internal control tevens efficiënt. Wat wordt verstaan onder effectiviteit en efficiëntie wordt in deze bijeenkomst uiteengezet. In dat verband zullen een of meer praktijkvoorbeelden als casus dienen. Bovengenoemde elementen vormen ook de bouwstenen om te komen tot wat kan worden gezien als een steeds belangrijker element binnen de financiële processen te weten het working capital management. De docent gaat hier (uitgebreid) op in.

Vijfde bijeenkomst: Treasury Management

8 november 2018

Kern van deze bijeenkomst is: Diepgang naar financieringsproducten zoals deze in het algemeen worden toegepast en zoals die voor corporaties geschikt kunnen zijn.

Over Treasury Management zijn diverse definities in omloop. Treasury Management kan worden opgevat als de wijze waarop de in- en uitgaande geldstromen worden beheerd bij de financiering van woningcorporaties en het daarbij verlagen van de operationele, financiële en reputatierisico’s. Treasury Management betreft ook de investerings- en fundingsactiviteiten  (Wikipedia, 2016). Daarbij spelen niet alleen de bestaande geldstromen een rol maar ook de verwachte geldstromen. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan geldstromen op basis van toekomstige investeringsbeslissingen. In dat verband komt ook de relatie met het beleggen van de kasstromen aan de orde alsook de relatie met strategische- en operationele processen.

Een andere definitie is: Coördinatie en besturing van de financiële logistiek, voor zover dit geen controlling en accounting betreft (Motshagen, 1991).

Bij Treasury Management gaat het dus enerzijds om het managen van de liquiditeit en aan de andere kant is de aandacht voor het beperken en beheersen van financiële risico’s die gepaard gaan met de ontwikkeling en het niveau van de financiële huishouding van een woningcorporatie sterk toegenomen.

In het middag- en avonddeel van het college wordt aandacht besteed aan de verschillende treasury activiteiten waaronder het managen van cash en liquiditeiten in relatie tot het beheersen en verkleinen van rente- en andere risico’s. Daarbij wordt het Treasury Statuut nadrukkelijk genoemd als normenkader en sturingsmodel van de treasury activiteiten. Voorts wordt ingegaan op de liquiditeitenprognose. Deze prognose dient de operationele kasstromen inzichtelijk te maken en een beeld te geven van de balans en winst- en verliesrekening plus toekomstige ratio’s als de ICR. 

Risicomanagement is onverbrekelijk verbonden met het managen van de treasury activiteiten. De docent behandelt dan ook de diverse risicosoorten, de risk appetite, de risicopositie en gaat in op de specifieke regelgeving voor banken. Derivaten, hoewel dankzij de regelgeving sterk aan banden gelegd, staan voor een aantal woningcorporaties (nog) op de balans. De docent gaat in op de verschillende soorten derivaten, hoe ze worden gewaardeerd, wat de betekenis is van derivaten bij het afdekken van bedrijfsmatige risico’s en waar woningcorporaties zich aan moeten houden, gegeven de beleidsregels van de overheid.

De docent stipt aan wat het doel en nut is van credit ratings. Verder worden aan de orde gesteld  diverse vormen van financiering, de zekerheden en welke financiers voor woningcorporaties belangrijk zijn vanuit het oogpunt van DAEB en niet-DAEB financiering. In dat kader wordt ook aandacht besteed aan de Herzieningswet. De docent gaat in op de veranderingen in het bankenlandschap die tot grote uitdagingen leiden bij het verkrijgen van financiering. Maar ook gaat de docent in op het aantrekken van financiële middelen buiten de banken om.

Kortom de treasurer van een woningcorporatie moet weten:

  • kennis en inzicht hebben in de huidige- en toekomstige geldstromen van zijn woningcorporatie;
  • welke factoren hierop van invloed zijn en welke risico’s dit genereert;
  • welke mogelijkheden er zijn om het rendement op de geldstromen te verhogen;
  • welke informatie hij nodig heeft om te kunnen anticiperen op veranderingen in toekomstige geldstromen;
  • welke kredietlimieten een woningcorporatie moet aanhouden in relatie tot funding;
  • hoe hij om moet gaan met rentederivaten en hoe daarop moet worden gestuurd;
  • aan welke voorwaarden moet worden voldaan om een gezonde financiële instelling te worden of te blijven.

Zesde bijeenkomst: Financieel Management

15 november 2018

Kern van deze bijeenkomst is: Vanuit de totale financiële sturing ingaan op de financieringsproblematiek en de achtervangconstructies zoals deze in de corporatiesector zijn ingericht.

Tijdens deze bijeenkomst wordt ingegaan op de behandeling van financieringstheorieën en financieringsvraagstukken. Dit krijgt zijn vervolg in het avondcollege waarbij door middel van casussen wordt ingespeeld op de dagelijkse praktijk van de financiering zoals bij woningcorporaties het geval is. Tevens komen aan de orde:

  • liquiditeitsplanning;
  • cash flow modellen en prognoses;
  • vastgoedfinanciering;
  • bedrijfsfinanciering;
  • projectfinanciering.

Met betrekking tot de financieringsmogelijkheden wordt ook gelet op de maatschappelijke rol van de corporatiesector. Dat betekent dat de lange termijn overlevingskansen mede worden bepaald door de sociale taakstelling. Tegelijkertijd kan een woningcorporatie niet socialer zijn dan de tucht van de markt toelaat. Daarbij wordt niet alleen aandacht besteed aan het traditionele financieringsmodel van geborgde financiering waarbij de BNG en de Waterschapsbank de dominante financiers zijn maar ook aan het niet-geborgd financieren. Dit laatste wordt op termijn relevant als niet-DEAB woningbezit niet langer via interne leningen maar extern dient te worden gefinancierd.

De bijeenkomst laat ook zien dat het aanpassen van een onderhoudsnorm en/of een beheerskostennorm een groot effect hebben op de bedrijfswaarde en daarmee op het eigen vermogen van een woningcorporatie. Immers normaliter worden kasstromen bij woningcorporaties voor 50 jaar ingerekend, Zo ook heeft een wijziging van de disconteringsvoet grote invloed op de bedrijfswaarde.

Daarnaast wordt het financieel management belicht vanuit de zienswijze van een bank. Deze heeft om bancaire activiteiten te genereren, voortdurend geld nodig. Het gaat, afhankelijk van de doelen om het aantrekken van kort of lang geld dan wel in een combinatie van beiden. Daarbij spelen beschikbaarheid en betaalbaarheid van kapitaal een cruciale rol. In dat verband zijn de borgstellingen die het WSW onder voorwaarden verstrekt op leningen aan woningcorporaties van groot belang. De docent laat zien wat de gevolgen zijn van de borgstelling op de prijs van kapitaal en aan welke voorwaarden een corporatie moet voldoen om voordelig te kunnen lenen. Tevens geeft hij aan wat het belang van een borgstelling is om de beschikbaarheid van kapitaal voor een woningcorporatie mogelijk te maken.

Daarnaast krijgt de cursist inzicht in de verschillende fundingsmogelijkheden en welke knelpunten en risico’s zich daarbij kunnen voordoen. Dat betekent dat aandacht wordt geschonken aan het:

  • (met WSW-borg) aantrekken van financiële middelen voor de korte- en lange termijn doelen ofwel de financierbaarheid van de woningcorporatie;
  • sturen op kredietwaardigheid;
  • afdekken van financiële risico’s (derivaten e.d. komt met name ter sprake in de bijeenkomst over treasury management).

Hoewel de cursisten in principe vertrouwd moeten zijn met de karakteristieken van funding in relatie tot de daaraan verbonden risico’s, blijkt uit de praktijk dat men niet altijd weet wat een en ander concreet inhoudt. Belangrijke vragen om bij stil te staan, zijn:

  • hoe gaat een corporatie om met het beheersen van haar financieel-, markt-, politieke-, operationele-, en organisatierisico?
  • welke financiële parameters zijn van belang?
  • welke risico’s bestaan er binnen het financieringstraject?
  • welke elementen van het kasstroomdenken zijn van belang: operationele, investerings- en financieringskasstromen? Op welke wijze kan de plausibiliteit van deze kasstromen worden nagegaan?

Zevende bijeenkomst: Financial Accounting

22 november 2018

Kern van deze bijeenkomst is: Vanuit de jaarverslaggevingsvereisten ingaan op de wijzigingen in de jaarverslaggeving voor woningcorporaties in 2016 (herziene RJ 645), meer specifiek op waarderingsaspecten (historische kostprijs, bedrijfswaarde, marktwaarde in verhuurde staat), stelselwijziging en vennootschapsbelasting. Daarnaast wordt ingegaan op de effecten van invoering van de Herzieningswet (DAEB / niet-DAEB en hiermee samenhangende financiering).

Het jaar 2015 is qua jaarverslaggeving van woningcorporaties een belangrijk jaar: De herziene Richtlijn voor de Jaarverslaggeving 'Toegelaten Instellingen volkshuisvesting' vereist met ingang van de jaarrekening 2017 een aantal (vergaande) wijzigingen ten opzichte van eerdere jaren. De belangrijkste wijzigingsvoorstellen ten opzichte van de 'oude' Richtlijn 645 hebben betrekking op:

  • het classificeren en kwalificeren van de onroerende zaken in exploitatie;
  • verplichte waarderingsmethodiek voor vastgoed;
  • scheiding of splitsing DAEB/niet-DAEB;
  • de verwerking van opbrengsten van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden;

De wijzigingen hebben een extra dimensie gekregen vanwege de media-attentie voor de corporatiesector. Daardoor is meer dan voorheen de kwaliteit van de jaarverslaggeving van woningcorporaties een in het oog springend fenomeen met veel publieke aandacht.

De docent die als registeraccountant controles van jaarrekeningen van woningbouwcorporaties verricht en tevens lid is van de RJ-werkgroep woningcorporaties bespreekt tijdens deze bijeenkomst de wijzigingen in de jaarverslaggeving, vanuit een praktische invalshoek: Wat zijn overwegingen om te kiezen voor een waarderingsgrondslag, op welke wijze kan invulling worden gegeven aan de bepaling van de waardering van vastgoed en wat zijn de effecten hiervan op de jaarverslaggeving. Aan de hand van praktijkvoorbeelden wordt ingegaan op de wijze waarop woningcorporaties hieraan invulling (moeten) geven. Daarbij wordt tevens het effect van een stelselwijziging besproken en uitgelegd, naast verslaggeving van vennootschapsbelasting aspecten (waarderingsverschillen tussen fiscaal en commercieel van vastgoed en leningen, (waardering van) compensabele verliezen en het belang van belastingplanning.

Vooruitkijkend naar de invoering van de Herzieningswet wordt aan de hand van een praktijkvoorbeeld de administratieve scheiding toegelicht: toewijzing van activa en passiva alsmede eigen vermogen. De mogelijkheid om na inwerkingtreding van deze wet binnen drie maanden additioneel DAEB-bezit over te brengen naar niet-DAEB vraagt een goede voorbereiding! Ook vanuit het financieringsvraagstuk.

Achtste bijeenkomst: Corporate Governance

29 november 2018

Kern van deze bijeenkomst is: Externe verantwoording passend bij de rol zoals deze voor corporaties is weggelegd en de discussies die rondom dit thema actueel zijn.

Woningcorporaties zijn bij uitstek organisaties die als maatschappelijke organisaties de druk van de publieke- en politieke omgeving voelen. De recente negatieve berichtgeving over het bonusbeleid ten aanzien van de leden van de Raad van Bestuur en de onverantwoorde risico’s die in een aantal gevallen zijn en worden gelopen bij het investeringsbeleid, zijn voorbeelden om de cursisten te laten zien of en in hoeverre deze risico’s hadden kunnen worden voorkomen. Maar ook als het gaat om de publiekelijk steeds meer aandacht vragende kwesties als de integriteit en de reputatie van een woningcorporatie. In dit verband is het relevant antwoord te geven op vragen als:

  1. Hoe richt je reputatiemanagement in?
  2. Welke instrumenten staan hierbij ter beschikking? (Bv. Vastgoedtransactieregister)
  3. Hoe wordt een en ander in de organisatie geborgd?

Aan de hand van de eerder genoemde casussen wordt de theorie in verband gebracht met het externe toezicht en de externe verantwoording zoals toegepast in de praktijk waar woningcorporaties dagelijks mee te maken krijgen. Doel van dit onderdeel is om de cursisten bewust te laten worden van wat voor impact corporate governance heeft op de organisatie en welke eisen stakeholders stellen aan goed corporate governance.

4. Doelgroep

Wie kunnen deelnemen?

U dient bij voorkeur te beschikken over een met succes afgeronde HBO of universitaire opleiding met een financieel-economische richting als specialisatie. Het executive program is bedoeld voor:

  • (assistent) controllers;
  • hoofden- en medewerkers van de afdeling financiën;
  • overige financieel specialisten;
  • bestuursleden met een financiële portefeuille;
  • leden van de Raad van Commissarissen;
  • ambtenaren Rijk, provincies en gemeenten met als portefeuille de (sociale) huursector;
  • overige bij de woningcorporaties betrokkenen.

Naar boven

5. Docenten

Wie zijn uw docenten voor welke bijeenkomsten?

  • Risk Management
    drs. F. Vermeij, managing director Real Estate Management, Ortec Finance en drs. F.J.M. van Egeraat RC FRM, partner en senior adviseur Accent Organisatie Advies.
  • Project Control
    drs. M.R. Diddens MBA Associate & Senior Consultant bij Accent Organisatie Advies B.V. en drs. D. Wijnbelt MRE, directeur Ontwikkeling & Zakelijk Beheer woningcorporatie Eigen Haard.
  • Performance Management
    dr. S.W.M.G. Cloudt bc docent Organisatiewetenschappen bij Tilburg University en drs. A.H. Grashof, vennoot Woonlab.
  • Internal Control
    prof.dr. A.C.N. van der Ven RA, hoogleraar Bestuurlijke Informatievoorziening Tias School for Business and Society.
  • Treasury Management
    prof.dr. J.J.A. Leenaars RA, hoogleraar Accountancy aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
  • Financial Management
    drs. A. Chr. Pureveen RA, CFO Woonzorg Nederland en drs. V. Burger, Partner, sectormanager wonen, senior adviseur woningcorporaties bij Finance Ideas.
  • Financial Accounting
    drs. A. Verwoert RA, partner BDO Audit & Assurance Publieke Sector
  • Corporate Governance
    prof.dr. A.C.N. van der Ven RA, hoogleraar Bestuurlijke Informatievoorziening Tias School for Business and Society en drs. J. van der Moolen, oud-directeur Centraal Fonds Volkshuisvesting en zelfstandig adviseur.

Naar boven

6. Data en locatie bijeenkomsten

4 april 2019

Risk Management

11 april 2019

Project Control

18 april 2019

Performance Management

25 april 2019

Internal Control

   9 mei 2019

Treasury Management

16 mei 2019

Financial Management

23 mei 2019

Financial Accounting

   6 juni 2019

Corporate Governance

*De volgorde van de onderwerpen is nog onder voorbehoud.

De bijeenkomsten vinden plaats van 16.00 uur tot 21.00 uur (incl. maaltijd) op de campus van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Naar boven

7. Inschrijven en collegegeld

Inschrijving

Inschrijving vindt plaats door het inschrijfformulier aan ons te retourneren.

Collegegeld

Het collegegeld bedraagt: €4.500,- (geen BTW verschuldigd en incl. cursusmateriaal, maaltijd, koffie, thee en frisdrank).

Indien u zich niet voor de volledige opleiding wilt inschrijven, kunt u ook één of meer modules kiezen. In dat geval bedraagt het collegegeld: €595,- per bijeenkomst.

Naar boven

8. Leiding

Drs. J.H. Mersmann is Program Director en als zodanig eindverantwoordelijk voor het Executive Program ‘Finance & Risk Management voor Woningcorporaties’. De Program Director is in principe bij alle bijeenkomsten aanwezig. Hij is bereikbaar voor vragen en/of opmerkingen over de inhoud van het programma via esaa-woningcorporaties@ese.eur.nl

Contactgegevens:

Voor alle praktische zaken over het executive program kunt u zich richten tot de Program Coordinator.

Mirella Stander

E-mailadres
Telefoon
010 - 408 97 35
Kamer
Van der Goot Building, Kamer M5-40
Ruimte
Van der Goot Building | Building
Adres

Burgemeester Oudlaan 50
3062 PARotterdam
Nederland

Postadres                       ESAA Erasmus Universiteit Rotterdam
Postbus 1738
3000 DR Rotterdam
  • PE-uren

    Erasmus School of Accounting & Assurance is als onderwijsinstelling erkend door de NBA en is daardoor gerechtigd PE-uren toe te kennen aan onderwijsactiviteiten. Het aantal PE-uren voor de leergang Finance & Risk Management voor Woningcorporaties bedraagt in totaal 40. Mocht u een of meerdere losse modules volgen dan bedraagt het aantal PE-uren 5 per module.