Vreemde ophef rondom emissiehandel

Op 19 mei kopte Trouw op de voorpagina: “Gratis emissierechten goudmijn voor bedrijven”. Verontwaardigd meldt het artikel (op basis van een rapport van CE Delft) dat energiebedrijven verdienen aan de hen (gratis) toebedeelde emissierechten. Daarnaast wordt ‘in veel gevallen’ die marktprijs van emissierechten doorberekend aan de consument. Terwijl bedrijven die gratis kregen. Schande!

Bovenstaande feiten kloppen en het CDA heeft inmiddels kamervragen gesteld. Toch is deze ophef vreemd. Sta mij toe dat uit te leggen.

Voor de leek leg ik eerst het systeem van verhandelbare emissierechten uit. Emissierechten hebben bedrijven in bepaalde sectoren nodig om te mogen produceren. Per eenheid aan CO2 uitstoot (emissie) moeten zij zo’n recht bezitten, anders wacht hen een boete. De overheid kan de CO2 uitstoot verlagen door de hoeveelheid emissierechten te verlagen tot onder het huidige emissieniveau. Dan zullen sommige bedrijven hun uitstoot moeten verlagen. Het kan echter zo zijn dat de bedrijven die het goedkoopst hun uitstoot kunnen reduceren niet die bedrijven zijn die een tekort aan rechten hebben. Als de bedrijven die het goedkoopst hun emissie kunnen verlagen hun rechten verkopen aan bedrijven met een tekort aan rechten, vindt de emissiereductie daar plaats waar dat het goedkoopst is. Aangezien alleen de totale uitstoot belangrijk is, en niet de verdeling daarvan, verhoogt de verhandelbaarheid ons welzijn.

Dit systeem is in theorie heel mooi. Het werd in 2005 ingevoerd. Bedrijven kregen daarbij emissierechten op basis van behoefte (historische uitstoot), waarbij bedrijven die in het verleden al investeerden in uitstootreductie als beloning een relatief groter aandeel krijgen. Tot zover de theorie. Nu waarom de ophef mij verbaast.

Emissierechten worden inderdaad doorberekend in de prijs van de consumenten. Dat volgt uit standaard micro-economische theorie. Immers, de marktprijs van emissierechten hangt af van de marginale kosten van de onderneming. Als het bedrijf meer produceert heeft het meer rechten nodig die ze of moet kopen of niet meer kan verkopen. In beide gevallen kost dit het bedrijf de geldende marktprijs van emissierechten. Merk op dat het voor de kosten niet uitmaakt of het bedrijf de benodigde rechten heeft gekregen, gekocht, of alsnog moet aankopen: in al die gevallen heeft het dezelfde kosten (de emissierecht-marktprijs) door die rechten aan te wenden voor productie. Het feit dat emissierechten verhandelbaar zijn, verhoogt dus de marginale kosten voor het bedrijf en daardoor de optimale productprijs voor het bedrijf. Is dat slecht? Nee, het sluit juist aan bij het principe van ‘de vervuiler betaalt’. De eindgebruiker maakt een beslissing of datgene wat hij koopt de aankoopprijs voor hem waard is. Zolang de verhoging van zijn prijs lager is dan de schade die de emissie aanricht, incorporeert zo’n prijsstijging een deel van de milieuschade in de prijs. De eindgebruiker gaat zo – al dan niet bewust – milieubewustere aankoopbeslissingen nemen. Dat er telkens weer ophef over de doorrekening van emissierechtprijzen in de productprijzen ontstaat is dus vreemd. Ten eerste is dit effect al lang bekend, volledig voorspelbaar en, naar ik hoop, bedoeld. Ten tweede is dit effect ten gunste van het milieu: eindgebruikers zullen minder ‘emissie’ consumeren.

Daarnaast is er verontwaardiging over zogenoemde windfall profits: gratis winsten. Deze windfall profits zijn er. Maar die zijn er sowieso! Stel je hebt een goed dat van niemand is. Nu creëert de overheid daar eigendomsrechten over. Als dat goed wat waard is, dan heeft de ontvanger van die eerste eigendomsrecht een gratis toename in vermogen. Dat is onvermijdelijk. De vraag is slechts aan wie die windfall profits moet toevallen. Je kunt beargumenteren dat de overheid die moet ontvangen. Het recht op vervuiling was van ons allemaal, en de overheid vertegenwoordigt de samenleving. Maar je kan het ook redelijker vinden dat het eigendom toevalt aan diegenen die er al gebruik van maken. Want de facto hadden zij dat recht al in het verleden.Welke van deze twee redelijker is, is subjectief. Maar weer is de ophef vreemd. Ten eerste, zijn windfall profits onvermijdelijk. Het gaat dus alleen over de verdeling van die profits tussen overheid en de eigenaren van de bedrijven, en niet om het feit dat ze er zijn. Ten tweede waren ze vooraf bekend, dus vanwaar die ophef achteraf? Het is bepaald niet het geval dat de windfall profits hoger zijn dan verwacht.

Integendeel, de prijs van emissierechten is lager dan verwacht. De windfall profits zijn dus ook lager. De reden daarvoor staat in het krantenartikel: er zijn teveel emissierechten gecreëerd. De kritiek daarop is terecht. Indien de totale hoeveelheid emissierechten te groot is, is de druk tot uitstootreductie klein. Weliswaar is de totale uitstoot niet groter dan vooraf ingeschat (met lage prijzen hebben bedrijven immers weinig reden om een boete te riskeren door onvoldoende rechten te bezitten), maar waarschijnlijk was tegen betrekkelijk lage kosten een grotere uitstootreductie mogelijk geweest. Dat heeft men blijkbaar verkeerd ingeschat. Gelukkig kan dat bij toekomstige vaststellingen van de hoeveelheden emissierechten tenminste gedeeltelijk hersteld worden.

Oftewel, de ophef is vreemd. Elk van de genoemde effecten was vooraf bekend. Daarnaast worden windfall profits ten onrechte als vermijdbaar geïnterpreteerd, en gekoppeld aan de hogere productprijzen. Ten slotte werkt de verfoeide verhoging van consumptieprijzen juist ten faveure van milieubewustere consumptie. En dat is dan toch het doel van milieubeleid: verantwoorder omgaan met ons milieu, niet het pesten van bedrijven.


Publicatiedatum: 28 mei 2010