Pre-master

Inhoud van de studie

De pre-master Gezondheidswetenschappen, BMG in Rotterdam bestudeert beleids- en managementvraagstukken op het gebied van de gezondheidszorg vanuit verschillende invalshoeken: je verdiept je in economie, gezondheidsrecht, sociaal-medische wetenschappen en organisatiewetenschappen. Daarnaast zijn er ook vakken op het gebied van methoden en technieken van onderzoek. 

Duur en studiebelasting

Het programma duurt één jaar en kent een totale studiebelasting van maximaal 60 EC. Als je een vrijstelling krijgt voor één of meerdere vakken, wijkt de totale studiebelasting van het programma af.

In de praktijk is de gemiddelde studielast 40 uur per week. De verdeling is ongeveer 8 uur contactonderwijs en 32 uur zelfstudie. Voor de zelfstudie maak je een eigen planning voor het benodigde aantal uren. Het is jouw beslissing of je naast je studie wilt werken, maar we verwachten dat je 40 uur per week aan je studie besteedt. 

Voor de meeste colleges geldt geen aanwezigheidsplicht. Om de pre-master succesvol af te ronden, raden wij je wel sterk aan om alle colleges te volgen.

Let op! Je moet de pre-master volledig hebben afgerond, voordat je aan de masteropleidingen mag beginnen.

Contacturen vinden plaats op vrijdag (let op: tentamens kunnen wel op andere dagen plaatsvinden). Bij een onverwacht groot aantal aanmeldingen kan het noodzakelijk zijn om extra werkgroepen op andere dagen te organiseren. In dat geval zal bij de werkgroepindeling rekening worden gehouden met de beschikbaarheid van studenten.

Rooster

Het rooster voor de pre-master Gezondheidswetenschappen, BMG wordt elk jaar in juli bekend gemaakt. Houd er rekening mee dat in het rooster geen tijd voor zelfstudie is opgenomen; dit moet je volledig zelfstandig inplannen. Al het onderwijs is op vrijdag. Tentamens kunnen echter wel op andere dagen plaatsvinden.

Vakken

De pre-master start met een aantal introductievakken om je kennis te laten maken met de verschillende disciplines waaruit de opleiding is opgebouwd, waaronder: Organisatiewetenschappen, Gezondheidsrecht en Sociaal-Medische Wetenschappen. Daarnaast bestaat een groot deel van het curriculum uit vakken die zich richten op het doen van wetenschappelijk onderzoek, zoals: Inleiding Methoden & Technieken van Onderzoek, Statistiek A en B en Kwalitatief Leeronderzoek.

Voordat je begint aan de pre-master, kies je welke master je wilt volgen. Naar aanleiding van je masterkeuze, volg je bepaalde vakken wel of niet. Dit is het programma van 2019 – 2020. Het programma kan wijzigen voor het jaar 2020-2021. Wil je meer weten over een specifiek vak, raadpleeg dan de studiegids.

    • Blok 1

      • Wetenschappelijk onderzoek heeft tot doel onze kennis van de werkelijkheid te vergroten, eventueel (maar niet noodzakelijk) ter oplossing van praktische problemen. Voor de studierichting Gezondheidswetenschappen (ESHPM) gaat het vooral om onderzoek gericht op het bevorderen van de (volks)gezondheid en verbeteren van de gezondheidszorg. Gezien het multidisciplinaire karakter van de opleiding komen zowel epidemiologische als sociaal-wetenschappelijke, en kwantitatieve als kwalitatieve onderzoeksmethoden aan de orde.
         
        In M&T1 worden onder andere de volgende onderwerpen bij het ontwikkelen en uitvoeren van onderzoek behandeld:
        •           Wetenschap, kennis en methoden van onderzoek;
        •           Probleemstelling van een onderzoek;
        •           Vormen ('modellen') van kwantitatief en kwalitatief onderzoek;
        •           Gegevensverzameling, steekproeftrekking, operationaliseren en meten;
        •           Wetenschappelijke criteria: validiteit, betrouwbaarheid, responsiviteit
        •           Interpretatie en beschouwing van onderzoeksuitkomsten.

      • Dit vak is een introductie in de organisatiewetenschap. Daarbij worden aan de hand van voorbeelden uit de gezondheidszorg enkele basisideeën en -concepten besproken. Belangrijk in dit vak zijn de concepten structuur, cultuur, macht, besluitvorming, professie en interorganisationele samenwerking. Deze worden vanuit verschillende perspectieven belicht.

    • Blok 2

      • Tijdens het vak ‘Inleiding methoden en technieken van onderzoek’ heeft de student al kennis gemaakt met de opzet van wetenschappelijk onderzoek. In het vak ‘Statistiek A’ wordt hierop voortgebouwd. In dit vak wordt aandacht besteed aan beschrijvende statistiek, de Normale verdeling en schattingstheorie. Zowel parametrische als niet-parametrische toetsen komen aan bod. Aan de hand van praktische voorbeelden worden de verschillende statistische toetsen uitgelegd. De besproken technieken worden toegelicht met behulp van het softwareprogramma SPSS. Daarnaast gaat de student ook zelf aan de slag met SPSS in een aantal computerpractica.

    • Blok 3

      • Recht ordent. Dat gebeurt door regels, beginselen en rechterlijke uitspraken. Gezondheidsrecht is een gebied binnen het algemene recht met eigen karaktertrekken. Sterker dan in andere gebieden spelen grondrechten een rol, zoals privacy en lichamelijke integriteit. Daarnaast kenmerkt het gezondheidsrecht door de aandacht voor de patiënt. Om het gezondheidsrecht te begrijpen is basiskennis van het algemene recht noodzakelijk, zoals de diverse algemene rechtsgebieden. Denk aan bestuursrecht, privaatrecht grondrechten en internationaal recht. Het gezondheidsrecht kent zijn eigen wetgeving inzake rechten van de patiënt, financiering van de zorg, kwaliteit van zorg en de verantwoordelijkheid voor bepaalde zorg en maatschappelijke ondersteuning. Daar wordt in dit vak op ingegaan.

      • Met het vak Structuur en Financiering van de Gezondheidszorg (SFG) wordt kennis en inzicht verschaft in de organisatiestructuur en de financiering van de Nederlandse gezondheidszorg.

        In een vijftal interactieve hoorcolleges wordt achtereenvolgens ingegaan op de ontwikkeling van het Nederlandse zorgstelsel, de hervorming van de curatieve zorg en de hervorming van de langdurige zorg.

    • Blok 4

      • Wetenschappelijke kennis over ziekte en gezondheid vormt de basis van de medische praktijk in onze westerse samenlevingen. Deze kennis over ziekte is, met het huidige wetenschappelijke model als uitgangspunt, van betrekkelijk recente datum: het eind van de 19e eeuw. In dit vak bestuderen studenten deze biomedische kennis, onder meer aan de hand van een aantal in Nederland veel voorkomende gezondheidsproblemen. Aan de hand hiervan zal tegelijkertijd duidelijk worden dat de huidige wetenschappelijke kennis het resultaat is van sociale en culturele factoren. Kennis is dan ook veelal historisch bepaald. Door middel van deze meer (medisch) sociologische visie krijgen studenten inzicht in de "constructivistische" zienswijze op wetenschappelijke kennis.

        Gezondheidsproblemen komen niet in dezelfde mate voor in verschillende bevolkingsgroepen. Zo zijn er verschillen naar geslacht en leeftijd, maar ook naar sociaaleconomische positie en etnische herkomst. Om dit te bestuderen is demografische en epidemiologische basiskennis nodig van het instrumentarium om gezondheidsproblemen en deze relevante factoren te meten en om de onderlinge relaties vast te stellen.

        Bovendien worden basale modellen ter verklaring van dergelijke verschillen in gezondheid geïntroduceerd, evenals modellen ter verklaring van verschillen in het omgaan met ziekte (gezondheidspsychologie) en in het zoeken van hulp. Een belangrijke factor hierbij zijn de zogenaamde "lekenopvattingen" van ziekte en gezondheid. Immers, de wetenschappelijke kennis over ziekte wordt ook vandaag niet door alle bevolkingsgroepen in dezelfde mate gedeeld. Inzicht in deze "lekenopvattingen" is belangrijk vanwege de invloed op de omgang met ziekte en het zorggebruik, waaronder bijvoorbeeld de therapietrouw.

        Uit voorgaande beschrijving wordt duidelijk dat de sociaal medische wetenschappen bestaan uit verschillende disciplines. Studenten maken daarom kennis met de biomedische geneeskunde, (medische) sociologie, demografie, epidemiologie en gezondheidspsychologie.
        De beoogde doelstellingen worden bijgebracht aan de hand van hoorcolleges en werkgroepen. In de hoorcolleges worden de basisconcepten, -modellen en relevante theorieën toegelicht. In de werkgroepen worden deze inzichten toegepast aan de hand van een aantal geselecteerde gezondheidsproblemen. Daarbij wordt gekozen voor voorbeelden van uiteenlopende aard: infectieziekten, chronische gezondheidsproblemen en psychische problematiek.

      • Dit vak is een vervolg op het vak Statistiek A.

        In dit vak komen vier statistische technieken aan de orde die vaak worden gebruikt voor de analyse van verbanden tussen meerdere variabelen tegelijkertijd. Dit betreft: variantie-analyse, lineaire regressie, logistische regressie en factor-analyse. De keuze om juist deze technieken te behandelen is gebaseerd op een analyse van de inhoud van wetenschappelijke tijdschriften die studenten geacht worden te kunnen begrijpen. Het betreft onder meer het Tijdschrift voor Sociale Gezondheidszorg, Social Science and Medicine en de European Journal of Public Health. De besproken technieken worden toegelicht met behulp van het softwareprogramma SPSS. Daarnaast gaat de student ook zelf aan de slag met SPSS in een aantal computerpractica.

    • Blok 5

      • * Aan dit vak mogen studenten slechts deelnemen indien het vak 'Inleidingen Methoden & Technieken' en 'Statistiek A', zijn behaald, of met inachtneming van artikel 6.2, dat voor maximaal een van beide vakken een resultaat tussen de 5,0 en 5,5 is behaald.

      • Gegeven de scheve verdeling van gezondheid worden normatieve aspecten van gelijkheid besproken. Welke gelijkheid moeten we nastreven? Wanneer is sprake van een rechtvaardige verdeling van gezondheid? Iedereen heeft recht op gezondheidszorg, maar hoe ver gaat dit recht? Vanuit bepaalde normatieve uitgangspunten is in Nederland (nationaal en lokaal) en internationaal beleid geformuleerd om de scheve verdeling van gezondheid tegen te gaan. De wijze waarop deze beleidsdoelen tot stand komen en vervolgens vertaald worden in beleid vormt de aanleiding om de student kennis te laten maken met de beleidscyclus. Vervolgens wordt bediscussieerd wat de mogelijkheden zijn van de Nederlandse overheid om hun doeleinden na te streven.

        Via wet- en regelgeving kan de overheid het stelsel van gezondheidszorg vormgeven om meer gelijkheid na te streven. Zowel de nationale situatie als de internationale (Europese) situatie wordt met de studenten besproken. Via en binnen het stelsel van zorgverzekeringen worden keuzen gemaakt om ongelijkheid al dan niet op te heffen (bijvoorbeeld samenstelling pakket, aanpak van wachtlijsten). Tevens kan men op de scheve verdeling van gezondheid ingrijpen door rechtstreeks risicofactoren aan te pakken, door bijvoorbeeld verschillende vormen van preventie.
        Gezondheidsbevordering is een belangrijk onderdeel van preventie.

        Vervolgens wordt met de student bediscussieerd wat het effect van het beleid is en hoe dit kan worden vastgesteld. De bepaling van ongelijkheid in termen van ziektelast, gebruikcijfers en financiering van de zorg toont o.a. effecten op rechtvaardigheid en gelijkheid van verschillende stelsels. De effecten van preventie en gezondheidsbevordering worden toegelicht aan de hand van voorbeelden over laag sociaaleconomische groepen en groepen met een migratie achtergrond.
        Helaas blijft een ongelijke verdeling van gezondheid altijd bestaan. Beleidsmakers nemen niet altijd de meest rationele beslissingen op grond van de cijfers uit onderzoek. Evidence based health policy is meer een mooie term dan een succesvolle beleidsstrategie. Verschillende perspectieven tonen dat andere mechanismen van invloed zijn in de totstandkoming van beleidsbeslissingen, in alle fasen van de cyclus.

        Aan het einde van dit trimester wordt weer teruggegrepen op het begin: de ongelijke verdeling van gezondheid. Aan de hand van discussies wordt het spanningsveld tussen gelijkheid, rechtvaardigheid en schaarse middelen om doelen te bereiken bediscussieerd. Aan de student om stellingen te betrekken en te onderbouwen.

    • Blok 6