Rechtsgeleerdheid (deeltijd) 2020-2021

Opleiding

Wat is recht?

Recht is een verzamelnaam voor alle regels die er bestaan. Sommige van deze regels zijn uitgewerkt in wetten. Het recht moet ervoor zorgen dat mensen goed met elkaar kunnen samenleven. Als mensen het niet met elkaar eens zijn, kan de rechter aan de hand van wetten en regels een uitspraak doen over wat er nu verder moet gebeuren.

Welhaast alle nieuwsverhalen hebben met het recht van doen. Denk aan de maatschappelijke verontwaardiging over de ‘kopschoppers’ in Eindhoven. In hoeverre is het openbaar maken van de zittingen bij de rechter in strijd met de privacybelangen en rechten van deze jongeren? En wat zegt de wet over het sluiten van de buitengrenzen voor vluchtelingen? Vormen zij wel een bedreiging voor onze samenleving?

Veel mensen denken dat de rechtenstudie bestaat uit het van buiten leren van wetten en rechtsregels. Niets is minder waar. Je hoeft geen wetten uit je hoofd te leren. Dat heeft ook geen zin, omdat juridische regelingen sterk aan veranderingen en interpretatie onderhevig zijn. Tijdens de rechtenstudie leer je hoe je met wetboeken moet werken. Je leert waar je bepaalde regels kunt vinden, hoe je ermee om moet gaan en hoe je ze kunt interpreteren. Dat gebeurt aan de hand van de praktijk. Je past je kennis toe op concrete situaties.

Het recht is dus niet zomaar een verzameling regels. Het recht leeft: het staat in direct contact met de maatschappij. Veranderen onze opvattingen, dan verandert het recht mee. Het recht is dan ook altijd in beweging. Dat is wat rechtsgeleerdheid zo boeiend maakt.

Onderwijsvorm

Het onderwijs wordt in beginsel op vrijdagmiddag verzorgd (van 13.00 – 16.45 uur). De onderwijsdagen van de minor (B3), de bijeenkomsten voor de Moot Court en bachelorsriptiebijeenkomsten kunnen afwijken. Daarnaast kunnen tentamens ook op een andere dag dan vrijdagmiddag plaatsvinden. Als deeltijdstudent studeer je in de bachelorjaren in hetzelfde tempo als een voltijdstudent. Dit wil zeggen dat je 8 vakken per jaar volgt. Een studiejaar bestaat uit 8 blokken en 1 blok bestaat uit 5 weken, in 4 daarvan volgt je onderwijs en in week 5 leg je het tentamen af. 

Daarnaast wordt in een vaardighedenleerlijn gedurende het hele jaar aandacht besteed op individueel niveau aan de belangrijkste juridische vaardigheden als schrijven, argumenteren en onderzoeken. Je kunt uitgaan van een studieduur van vijf jaar, te weten drie jaar voor de bacheloropleiding en twee jaar voor de masteropleiding. Als eerstejaars bachelor krijg je begeleiding van docenten, gesprekken met studieadviseurs en kun je online jouw studievoortgang controleren.

Tentamens

Elk blok wordt na 5 weken afgesloten met een tentamen. Afhankelijk van het tentamenrooster kunnen de tentamens afgenomen worden op een vrijdag, een zaterdag of een maandag. Het tentamen kan plaats vinden op de volgende tijdstippen: van 09.30 - 12.30 uur, van 13.30 - 16.30 uur of van 18.30 - 21.30 uur.

Bindend Studieadvies

Als deeltijdstudent moet je in het eerste jaar van inschrijving 39 EC (EC = European Credit, dit staat voor het aantal studiepunten) van het eerste jaar (B1) halen. Van deze 39 EC moeten in ieder geval deel uit maken het vak Juridisch-Academische Vaardigheden I (5 EC) en het onderdeel Rechtssociologie (6 EC). Het aantal EC wordt berekend aan de hand van de vijf tentamens waarvoor je het hoogste resultaat hebt behaald, waarbij vakken worden gecompenseerd volgens de compensatieregeling.

Deeltijdstudenten die niet voldoen aan deze normen van het bindend studieadvies kunnen zich drie jaar niet inschrijven voor de opleiding. Met persoonlijke omstandigheden kan eventueel rekening gehouden worden. Indien daar sprake van is, kan van de norm worden afgeweken.

Compensatieregeling

Het aantal EC wordt berekend aan de hand van de vijf tentamens waarvoor je het hoogste resultaat hebt behaald, waarbij vakken worden gecompenseerd volgens de compensatieregeling. In het eerste jaar van inschrijving mag je maximaal twee afgeronde vijven (registratie Osiris) compenseren met andere behaalde cijfers voor tentamens van het B1. Echter moet dit aan het eind van het eerste jaar tot een gemiddeld cijfer van tenminste een onafgeronde 6,0 voor de vijf tentamens waarvoor je het hoogste resultaat hebt behaald.

Herkansingen

Als eerstejaars bachelorstudent mag je maximaal twee hertentamens per studiejaar, per opleiding afleggen. De hertentamens van de vakken uit blok 1 en 2 van het eerste bachelorjaar vinden plaats in januari. De hertentamens van de vakken uit het tweede en derde bachelorjaar en de vakken van de blokken 3 t/m 8 uit het eerste bachelorjaar vinden plaats in juli. In het B1 mag maximaal één onvoldoende uit blok 1 of 2 worden herkanst in januari, in juli mag maximaal één onvoldoende uit blok 3 t/m 8 worden herkanst.

    • Blok 1

      • Inleiding Rechtswetenschap geeft een algemene, brede kennismaking met het recht en de bestudering daarvan, de rechtswetenschap.

    • Blok 2

      • In dit vak ligt de focus op de rechtsverhouding tussen de burger en de overheid.

    • Blok 3

      • Het vak Inleiding strafrecht is het eerste vak van de drie verplichte vakken strafrecht in de bachelorfase. Het vormt de inleiding op de vakken formeel strafrecht en materieel strafrecht. Het gaat in dit vak dus om de grote lijnen, waarmee beoogd wordt een indruk te geven van wat ‘strafrecht’ inhoudt. 

    • Blok 4

      • Tijdens dit vak maakt de student kennis met het privaatrecht en wordt een stevige basis gelegd voor de vervolgvakken Verbintenissenrecht en Goederenrecht. Privaatrecht betreft regels omtrent de rechtsbetrekkingen tussen personen onderling. 

    • Blok 5

      • Het vak Rechtsgeschiedenis geeft een kennismaking met het Romeinse recht en met de receptie van het Romeinse recht – inclusief de politieke achtergrond daarvan. 

    • Blok 6

      • The course Introduction to International and European Union Law provides an overview of the central themes and concepts within Public International Law and European Union law. It explains how and with what kind of instruments International and European Union law shape the international community.

    • Blok 7

      • De student krijgt inzicht in de structuur van de verschillende heffingswetten en maakt kennis met de specifieke denkwereld die aan het bestuderen en beoefenen van het belastingrecht eigen is.

    • Blok 8

      • Dit vak biedt een inleiding in de rechtssociologie, waarin de wereld van het recht centraal staat.

    • Jaar 1

      • Het vak Juridisch-Academische Vaardigheden I staat in het teken van het aanleren van vaardigheden die een beginnend jurist moet beheersen.

    • Blok 1

      • Het vak Verbintenissenrecht bouwt, samen met het vak Goederen- en insolventierecht in het volgende blok, voort op het vak Inleiding privaatrecht uit B1. Beide vakken bieden zowel een verdieping als een verbreding van de daar aangeboden stof. 

    • Blok 2

      • In dit vak komt zowel het goederenrecht als het insolventierecht aan de orde. Bij het B1-vak Inleiding privaatrecht is de basis van het goederenrecht in hoofdlijnen behandeld. In dit vak wordt dieper op het goederenrecht ingegaan en staan verhaal, zekerheid en insolventie centraal. 

    • Blok 3

      • Het burgerlijk procesrecht is als het ware het sluitstuk van het materiële privaatrecht. Hier komen civielrechtelijke vakken als goederen- en verbintenissenrecht, arbeidsrecht en ondernemingsrecht samen bij het bestuderen van de wijze waarop een partij haar geschil aan de overheidsrechter kan voorleggen en hoe zij een uitspraak van de rechter ten uitvoer kan leggen. Het materiële recht dient dus als basis voor de bestudering van het burgerlijk procesrecht. Het wordt dan ook in grote lijnen bekend verondersteld.

    • Blok 4

      • Het staatsrecht is het recht dat overheidsambten instelt en aan deze ambten bevoegdheden toekent. Daarnaast regelt het staatsrecht de verhouding tussen de verschillende overheidsambten en de relatie tussen de overheid en de burger. Al deze onderwerpen komen in het vak Staatsrecht aan de orde. 

    • Blok 5

      • Bestuursrecht is het huis waar je woont, de straat waarop je loopt, de financiële zekerheid die de overheid je soms biedt, en zelfs de reden waarom je in dit land kan verblijven. Het bestuursrecht raakt, kortom, de kern van onze samenleving. 

    • Blok 6

      • In dit vak doet de student basiskennis op van het formele strafrecht, mede in Europees verband, met als doel op praktisch niveau om te kunnen gaan met de Nederlandse procesregels vanuit het perspectief van de diverse procesdeelnemers.

    • Blok 7

      • Het vak Materieel strafrecht borduurt voort op het B1-vak Inleiding strafrecht. In dat vak zijn de grote lijnen van ‘het strafrecht’ uiteengezet. Daarbij heeft de student kennisgemaakt met twee deelgebieden van het strafrecht, te weten het materiële strafrecht en het strafprocesrecht. In het onderhavige vak staat enkel het eerstgenoemd deelgebied centraal en wordt dieper ingegaan op het materiële strafrecht.

    • Blok 8

      • This course aims to provide an understanding of the substantive law of the EU, particularly the internal market and the four freedoms, the meaning of EU citizenship, the system of legal protection within the EU, and the basics of economic integration. 

    • Jaar 2

      • Het onderdeel Juridisch-Academische Vaardigheden II heeft als algemeen doel het ontwikkelen en toetsen van de academische mondelinge en schriftelijke vaardigheden.

    • Blok 1 + 2

      • In de eerste twee blokken van het derde bachelorjaar volgen alle EUR-studenten een minor. Een minor is een vak van 15 EC, waarbij je kunt kiezen voor een vak dat buiten je eigen curriculum ligt.

        Een minor kan verbredend of verdiepend zijn. Verbredend wil zeggen dat je een vak kiest dat buiten je eigen opleidingsgebied ligt. Verdiepend wil zeggen dat je een vak kiest van je eigen opleiding, met het doel je kennis over dat onderwerp te verdiepen.

    • Blok 3

      • Het doel van dit vak is om de student een basiskennis te verschaffen van de diverse onderdelen van het handelsrecht, met name het (internationale) kooprecht, het vervoerrecht, het (internationale) betalings- en waardepapierenrecht, het verzekeringsrecht, het handelstussenpersonenrecht, en het intellectuele eigendomsrecht.

    • Blok 4

      • The course Public International Law focuses on the structure of international law and how that structure manifests itself in particular core regimes of international law such as the law on the use of force, human rights law, humanitarian law, law of immunities, law of state responsibility, international criminal law, international economic law and dispute settlement.

    • Blok 5

      • Dit betekent dat zowel individuele en collectieve als privaatrechtelijke en publiekrechtelijke aspecten met betrekking tot arbeid aan bod komen. Studenten zullen zich met veel onderwerpen kunnen identificeren nu de situaties vaak zo alledaags zijn, dat ze ook in hun eigen omgeving zullen voorkomen. Zo zullen veel studenten arbeid verrichten op basis van een arbeidsovereenkomst, maar wat heeft het eigenlijk voor gevolgen dat die arbeid meestal wordt verricht onder toezicht van een ander en binnen een onderneming? Deze en andere vragen staan dit blok centraal.

    • Blok 6

      • Bij dit vak gaat het vooral om hoe de ondernemingen zelf (kunnen) functioneren: oftewel hoe de juridische organisatie in elkaar steekt. In Nederland zijn ondernemingen in veel gevallen rechtspersonen of personenvennootschappen.

    • Blok 7

      • Na algemene juridische schrijfvaardigheden in het eerste jaar en argumentatieve, rechtspraktijkgerichte vaardigheden in het tweede jaar, komen in het derde bachelorjaar vaardigheden aan de orde die verbonden zijn met het beoefenen van rechtswetenschap. Het vak Juridisch-Academische Vaardigheden III bestaat uit twee onderdelen: het onderdeel Onderzoeksvaardigheden en het onderdeel Bachelorwerkstuk.

    • Blok 8

      • De algemene doelstelling van het vak valt in twee delen uiteen. Het eerste doel is om de studenten kennis en inzicht te laten verwerven in de normatieve grondslagen en de achtergronden van het recht en de vier grote rechtsgebieden. Het tweede doel van het vak is om de studenten te trainen in de schriftelijke vaardigheid om filosofisch te reflecteren op het recht en een beargumenteerd normatief standpunt in te nemen.