Algemeen Vervoerrecht en Zee- en Binnenvaartrecht

Twee leergangen voor vervoersspecialisten
Datum(s)

Najaar 2023

Met de Leergang Algemeen Vervoersrecht krijg je kennis en inzicht in de juridische aspecten van het vervoerrecht. Deze specialistische opleiding is modulair opgebouwd waarin alle onderwerpen aan bod komen waar de vervoerrechtprofessional vertrouwd mee moet zijn. De leergang is bestemd voor juristen die meer kennis willen over vervoersrecht en voor professionals die werkzaam zijn in vervoer, logistiek of assurantie en die meer willen weten over de juridische aspecten van hun werk.

Modulair van opzet

De leergang bestaat uit 16 modules die, gedurende 8 lesdagen en verspreid over 16 weken, elk een dagdeel in beslag nemen. Je kunt je per module inschrijven of voor de hele leergang. Centraal in elke module staat een casus waaromheen het thema van de desbetreffende module wordt behandeld. De casus wordt samen met het overige studiemateriaal vooraf gedeeld via de digitale leeromgeving. Aan de casus zit ook een opdracht vast. Het is de bedoeling dat je je thuis eerst voorbereid en de opdracht inlevert. Op die manier ontstaat een verdiepende leerervaring.

PO-punten en Certificaat Vervoersrecht

Voor elke gevolgde module krijgen advocaten een certificaat van deelname met 3 opleidingspunten. Voor wie de gehele Leergang Algemeen Vervoersrecht volgt is er aan het einde van de leergang de mogelijkheid om een examen te doen. Na een voldoende resultaat ontvang je het Certificaat van de Leergang Algemeen Vervoersrecht.

Voor wie is de leergang bedoeld

De leergang is gericht op wie in de vervoers- en rechtspraktijk met het vervoerrecht te maken krijgt. Deelnemers aan de leergang hebben bij voorkeur een afgeronde academische of hbo-opleiding en hebben enkele jaren werkervaring in juridische functies (advocatuur, rechterlijke macht, bedrijfsjurist, bank- of verzekeringswezen, overheid en wetenschap) of in de vervoerspraktijk (als claims behandelaar, expert enz.)

Wat leer je tijdens de Leergang Algemeen Vervoersrecht

De Leergang Algemeen Vervoersrecht biedt niet alleen een algemene inleiding maar ook een verdieping in het brede veld van vervoersrecht. Door het gebruik van casussen wordt steeds de juridische kennis gekoppeld aan de verschillende aspecten van de vervoerspraktijk. Zo krijg je direct inzicht in de werking van het vervoersrecht en leer je die ook zelf toepassen. De volgende onderwerpen komen aan bod: Vervoersovereenkomst en -documenten; Handelskoop; Werkingssfeer van verdragen; aansprakelijkheid van de vervoerder; Rechtsmiddelen en schadevergoeding; Verhaal van ladingschade; Multimodaal vervoer; Aansprakelijkheid van afzender en ontvanger; Expediteur; Logistieke dienstverlening; Overeenkomst van personenvervoer; Europese reizigersbescherming; Bevrachting van vervoersmiddelen

Liever specialiseren in Zee- en binnenvaartrecht

Naast de Leergang Algemeen Vervoersrecht is er speciaal voor advocaten en juristen ook de Leeergang Verdieping Zee- en Binenvaartrecht. Ook deze leergang is modulair opgebouwd (9 modules) en kun je je per module inschrijven of voor de hele leergang. Voor deze leergang is enkele jaren werkervaring in juridische functies vereist (advocatuur, rechterlijke macht, bedrijfsjurist, bank- of verzekeringswezen, overheid en wetenschap). Ook hier geldt dat voor elke gevolgde module deelnemers een certificaat van deelname krijgen met 3 opleidingspunten. Voor wie de gehele Leergang Verdieping Zee- en Binenvaartrecht volgt is er aan het einde van de leergang de mogelijkheid om een examen te doen. Na een voldoende resultaat ontvang je het Certificaat van de Leergang Verdieping Zee- en Binenvaartrecht. De volgende onderwerpen komen aan bod: Aanvaring: Wrakopruiming; Milieuaansprakelijkheid; Hulpverlening; Averij-Grosse; Globale aspecten van aansprakelijkheid; Scheepsbeslag en kortgeding; Scheepsfinancieringen registratie.

Docenten

De hoofddocenten van de Leergang Algemeen Vervoerrecht en de Leergang Verdieping Zee- en Binenvaartrecht prof. Dr. Frank Smeele, Dr. Frank Stevens zijn toonaangevende experts op het terrein van het vervoersrecht. Zelf adviseren zij ook de overheid, publiceren zij op regelmatige basis over uiteenlopende onderwerpen rondom internationale handel en vervoer en spreken zij op verschillende seminars en conferenties. 

Frank Smeele

Prof. mr. Frank Smeele (1966) studeerde Nederlands recht en Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Na afronding van zijn studie (1991) en militaire dienst werd hij in 1992 aangesteld als Aio aan de Erasmus Universiteit. In 1998 promoveerde hij op zijn proefschrift “Passieve Legitimatie onder cognossement”. Van 1998 tot 2007 was hij als advocaat verbonden aan Van Traa Advocaten. Sinds 2005 is hij als hoogleraar verbonden aan Erasmus School of Law, eerst als bijzonder hoogleraar Internationaal zeerecht en vanaf 2007 als gewoon hoogleraar Commercial law. Frank Smeele geeft leiding aan het Rotterdam Institute for Shipping & Transport Law (RISTL) en is Raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof in Den Haag.

dr. Frank Stevens
ESL Executive Education

Frank Stevens

Dr. Frank Stevens (1968) studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij afstudeerde in 1991.  Hij behaalde vervolgens een LL.M. in Admiralty aan Tulane Law School (1992) en een Bijzondere Licentie Maritieme Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen (1993).  In 2017 is hij gepromoveerd aan de Universiteit Gent op een proefschrift over 'The Bill of Lading: Holder rights and liabilities'. Sinds 1993 is hij advocaat aan de Antwerpse Balie, met een praktijk toegespitst op het maritieme en transportrecht.  Sinds 2016 is hij voltijds docent aan de ESL.

Modules Leergang Algemeen Vervoersrecht

In deze inleidede module wordt ingegaan op de bronnen van het vervoerrecht, waarbij de relevante eenvormige vervoerrechtverdragen en hun verhouding tot Boek 8 BW aan de orde komen. Voorts worden de voornaamste vervoersrechtelijke begrippen uiteengezet, wordt de vervoerovereenkomst onderscheiden van nauw verwante overeenkomsten als opdracht, expeditie, bevrachting, en bewaarneming. Tot slot worden enkele hoofdbeginselen van het vervoerrecht, die in het vervolg van de leergang uitvoerig zullen worden belicht, reeds kort aangestipt.

In deze module staan de diverse documenten die in het vervoerrecht gebruikt plegen te worden centraal. Aan de orde komen onder meer de vrachtbrief, het cognossement, het laat volgen briefje (delivery order), het CT-document, garantiebrieven (letters of indemnity) en de charterpartij. Stil wordt gestaan bij de bewijskracht van vervoersdocumenten en de functies die zij (kunnen) vervullen zoals ontvangstbewijs, bewijs van een contractuele verhouding, zakenrechtelijk waardepapier en legitimatiepapier.

In de meeste gevallen ligt aan goederenvervoer een (vaak internationale) koopovereenkomst ten grondslag. Wanneer deze koopovereenkomst tevens elementen van vervoer, waardepapieren, verzekering en/of documentaire betaling regelt spreekt men wel van een handelskoop. In deze module wordt tegen de achtergrond van het Weens Koopverdrag/Nederlands recht en het Engelse recht stilgestaan bij gevolgen die de handels­koop heeft of kan hebben voor de afwikkeling van de vervoer-overeenkomst. Daarbij komen algemene leerstukken als eigendomsovergang, levering en risico aan de orde die bij de handelskoop anders kunnen uitpakken dan gewoonlijk. Voorts komt de bijzondere rol van handelsbedingen (Incoterms) aan de orde, de rechten van de koper indien de geleverde goederen niet beantwoorden aan de koopovereenkomst en klassieke probleemgebieden zoals de aanspraak van de FOB-verkoper op het cognossement.

In deze module wordt ingegaan op toepasselijkheid en werkingssfeer van uniforme vervoerverdragen. Hierbij komen internationaalrechtelijke aspecten van toepasselijkheid van verdragen aan de orde, maar het belangrijkste luik betreft een analyse van de verdragsautonome werkingssfeer van de verdragen, d.w.z. de formele, materiële en temporele toepasselijkheid. Bij de materiële werkingssfeer gaat het om de rechtsverhoudingen die het verdrag regelt (bijv. stapelvervoer onder CMR en COTIF-CIM) of juist buitensluit (verhuizing en postvervoer onder CMR, deklading onder de Hague-Visby Rules). Van groeiend belang zijn hier de beperkingen die volgen uit uiteenlopende nationale rechtspraak, bijv. rond multimodaal en optioneel vervoer. Tevens wordt hier al vooruitgelopen op module 12 (multimodaal vervoer) ten aanzien van contaminatieschade. Voorts komen aan bod de contractuele toepasselijk verklaring van verdragen (clause paramount) en toepasselijkheid van verdragen bij vorderingen door en tegen derden tot de vervoerovereenkomst.

In deze module staat de periode van aansprakelijkheid van de vervoerder voor de hem ten vervoer toevertrouwde goederen centraal. De afgrenzing van het tijdvak is van groot belang voor de bewijslastverdeling en protestverplichting bij ladingschade en voor de werkingssfeer van het dwingende vervoerrecht. Onderwerpen die in dit verband aan de orde komen zijn: – inontvangstneming van de goederen door de vervoerder, – de aflevering onder vervoerovereenkomsten in het algemeen en in geval van uitgifte van een cognossement, – de gevolgen van verkeerde aflevering en onmogelijkheid van aflevering en – de werking van diverse contractuele bedingen zoals de “before and after” clausule, het FIOS-beding en bedingen omtrent aflevering.

In deze modules staat de regeling van de vervoerdersaansprakelijkheid voor ladingschade centraal. Op basis van een vergelijking van de regeling in het CMR met die onder de Hague-Visby Rules komen onder meer de volgende onderwerpen aan de orde:  – de resultaatsverbintenis van de vervoerder, – de mate van zorg en de zorgplicht(en) die op de vervoerder rusten, – zijn verantwoordelijkheid voor hulppersonen en voor het vervoermiddel waarvan hij gebruik maakt, – de verweermiddelen van de vervoerder, – bewijsvermoedens en bewijslastverdeling en – de verhouding tussen de zorgplichten en de verweermiddelen van de vervoerder.

In deze modules worden behandeld de rechtsmiddelen bij wanprestatie van de vervoerder. Schadevergoeding is daarbij de belangrijkste remedie in het vervoerrecht en de diverse beperkingen op de schadevergoeding komen ruimschoots aan bod. Daarbij wordt ingegaan op de vraag naar de vergoedbare schade onder de verschillende regimes, met elk eigen regels rond de in aanmerking te nemen waarde en de vergoedbare schade­soorten. Belangrijke vraag daarbij vormt de vergoedbaarheid van gevolgschade en met betrekking tot het vervoer gemaakte kosten.
Staat de omvang van de schade eenmaal vast, dan volgen de beperkingen op de schadevergoeding, één van de hoofdkenmerken van het vervoerrecht waarbij in module 9 uitgebreid wordt stilgestaan. Vanwege het ingrijpende effect van de beperking, heeft de mogelijkheid tot doorbreking van de limieten in de rechtspraak een zeer groot belang. Het tweede deel van deze module focust dan ook op de mogelijkheid tot doorbreking onder de verschillende verdragen en in de verschillende verdragsstaten. Tot slot wordt stilgestaan bij de dekking voor ladingschade onder de transportgoederen- en de ver-voerdersaansprakelijkheidsverzekering.

Deze module ziet op de (praktische) afwikkeling van ladingschades bij vervoersovereenkomsten in het algemeen en bij vervoer onder cognossement. Welke partij heeft het recht om de vervoerder op de schade aan de spreken, is dat de afzender, de geadresseerde, allebei, of wellicht (ook) de eigenaar van de goederen en maakt het dan nog uit of de aanlegger de schade in eigen vermogen heeft geleden en op welke grondslag de vordering wordt ingesteld? En wie is vorderingsgerechtigd in geval van uitgifte van een cognossement? In deze module wordt verder nog stil gestaan bij (stuiting en/of verlenging van) termijnen van verjaring en verval.

Deze module gaat verder met het vraagstuk van de passieve legitimatie oftewel tegen wie kan de vordering worden ingesteld? De posities van de contractuele vervoerder, de ondervervoerder, de feitelijke vervoerder, de opvolgende vervoerder en de vervoerder(s) onder het cognossement komen aan bod. Voorts wordt ingegaan op de positie van hun hulppersonen en de (derden)werking van algemene voorwaarden en Himalaya clausules. In deze module komen ook het afdwingen van zekerheid voor de ladingschadevordering, de verhaalbaarheid daarvan op het schip en het Rotterdam garantieformulier aan de orde.

De meeste (unimodale) overeenkomsten van vervoer worden gereguleerd door dwingende vervoerrechtverdragen (zie modules 3/4/5/6), maar er is geen verdrag in werking dat ziet op multimodaal vervoer. Bij multimodaal vervoer gaat het dan ook eigenlijk altijd om de vraag: welke regels beheersen de overeenkomst van vervoer zelf, en welke regels beheersen de afzonderlijke deeltrajecten? Kun je op deze deeltrajecten eenvoudigweg de corresponderende (unimodale) verdragen toepassen of worden deze juist beheerst door het recht dat van toepassing is op de gehele overeenkomst van vervoer? In deze module wordt ook uitvoerig stil gestaan bij de netwerk systemen van Boek 8 en de Rotterdam Rules, bij niet-lokaliseerbare schade en bij de diverse vervoerdocumenten.

 

In deze module komt de aansprakelijkheid van ladingbelanghebbenden, dus de afzender en eventueel de ontvanger, aan de orde. Hierbij gaat het allereerst om de aan het vervoer verbonden kosten (vracht, eventuele kosten onderweg, overliggeld en container-demurrage) en de vraag wie daarvoor kan worden aangesproken. Voorts wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van de afzender voor door de lading toegebrachte schade in het algemeen en in het geval van gevaarlijke stoffen in het bijzonder. Ook wordt ingegaan op de betekenis van bedingen in de vrachtbrief of het cognossement omtrent vracht en de zogenaamde “merchant”-clausule. Afgesloten wordt met een bespreking van het wette-lijk en contractueel retentierecht van de vervoerder.

In deze module wordt dieper ingegaan op de diverse rollen en de rechtspositie van de expediteur in enge en ruime zin. Hierbij zal de regeling van de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid van de expediteur in Boek 8 BW en onder de Fenex-voorwaarden worden vergeleken met die van de Duitse Spediteur en de Franse Commissionaire de Transport onder de Duitse en Franse wettelijke regeling en algemene voorwaarden.

Zonder vervoer staat alles stil maar zonder hulppersonen in het vervoer vindt er geen vervoer plaats! De hulppersonen in het vervoer zijn de expediteur, de physical distributor (p.d.-er), de douaneagent, de cargadoor, de stuwadoor en de bewaarnemer. En tegenwoordig spreken we ook over Supply Chain Management en ketenregisseurs. De aansprakelijkheid van al die hulppersonen is niet dwingendrechtelijk geregeld. Zij moeten het hebben van hun branchevoorwaarden zoals Expeditievoor-waarden 2018, LSV, Cargadoorscondities, VRTO-voorwaarden en Veemcondities. Allemaal met verschillende limieten en de grote vraag blijft: kunnen die limieten doorbroken worden? Maar het begint met de toepasselijkheid van die algemene voorwaarden. Hoe verklaar je de AV van toepassing? Kan dat ook “krachtens gewoonte? Of door middel van een terreinbord? En lukt het nog met de derdenwerking van de stuwadoorscondities?” Deze vragen en meer komen in deze module “Logistieke dienstverlening” aan de orde.

Aansprakelijkheid in het personenvervoer heeft een andere dynamiek dan het goederenvervoer en kent fundamenteel andere uitgangpunten. In deze module wordt de aansprakelijkheid van de vervoerder in het zee, spoor en luchtvervoer behandeld. Er wordt ingegaan op een aantal belangrijke thema’s in het personenvervoer zoals de vraag voor welke soorten schade de vervoerder aansprakelijk is en gedurende welke periode hij aansprakelijk is, in welke gevallen de vervoerder bevrijd is van aansprakelijkheid, de limitering en de doorbreking daarvan.

De Europese Unie heeft voor nagenoeg iedere denkbare modaliteit verordeningen opgesteld die de rechten van passagiers beschermen. In deze module passeren deze verordeningen de revue. Omdat voor de meeste modaliteiten geldt dat deze ook geregeld zijn in internationale verdragen, zal ook aandacht woden besteed aan de verhouding tussen de internationale, Europese (en nationale) rechtslagen. Hoewel de module ingaat op alle Europese passagiersverordeningen, zal het zwaartepunt liggen bij Verordening 261/2004 (vluchtvertraging, annulering en instapweigering) en de belangrijkste thema’s die daar aan de orde zijn.

 

In deze module wordt stilgestaan bij de terbeschikkingstelling (bevrachting) van vervoersmiddelen (schepen, vliegtuigen, vrachtwagens en spoor­materieel). Ingegaan wordt op de aard en de belangrijkste vormen van de bevrachtingsovereenkomst (romp-, tijd-, reisbevrachting en hybride tussenvormen). Ook de wijze van totstandkoming van bevrachtingsovereenkomst en de rol daarbij van tussenpersonen (makelaars) komt aan de orde. Tot slot worden de verdeling van verantwoordelijkheden, kosten en risico’s onder de diverse bevrachtingsvormen op hoofdlijnen besproken.

In deze modules wordt achtereenvolgens stil gestaan bij de rechtelijke bevoegdheid (module 19), de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen en het toepasselijk recht (module 20) bij geschillen op het terrein van het vervoerrecht en de scheepvaart. Uitgangspunt hierbij vomen de Europese verordeningen (Brussel-I bis, Rome I en Rome II), internationale verdragen (Lugano, Haags forumkeuzeverdrag 2005, Verdrag van New York 1958, CMR, Verdrag van Montreal, Cotif-CIM, -CIV, CLC, Bunkers, Beslagverdrag, Londens Beperkingsverdrag 1996 en CLNI) en in aanvulling daarop het commune Nederlandse recht (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en Boek 10 BW). Hierbij gaat bijzondere aandacht uit naar de verhouding tussen Europese regelingen en eenvormige vervoerrechtverdragen en naar de geldigheid en werking van forumkeuzes en arbitrale bedingen en rechtskeuzes.
 

Modules Leergang Verdieping Zee- en Binnenvaartrecht

In deze module staat de aanvaring als grondslag voor aansprakelijkheid centraal. Aan de orde komen onder meer het begrip aanvaring in enge en ruime zin, de schuld van het schip, medeschuld aan aanvaring, de aansprakelijke persoon uit aanvaring, de bewijslastverdeling, samenloop en verjaring. Uitgangspunt vormen hierbij de Aanvaringsverdragen van Brussel 1910 en Genève 1960 (binnenschepen), aangevuld door het toepasselijke nationale recht, waarbij het Nederlandse recht ook wordt vergeleken met dat van de ons omringende landen.

 

In deze module staan privaatrechtelijke aspecten van milieuaansprakelijkheid in het vervoerrecht centraal. Aandacht zal worden besteed aan de eenvormige verdragsregelingen die voor olieverontreiniging (CLC 1992 en Bunkers 2001) en voor gevaarlijke stoffen (HNS en Boek 8 BW) een strikte aansprakelijkheidsregeling kennen. Aan de orde komen onder meer de reikwijdte van de regelingen, het schadebegrip, de kanalisatie van aansprakelijkheid op de scheepseigenaar, de beperking van aansprakelijkheid, de verplichte verzekering en de directe actie.

In deze module komen de bestuursrechtelijke aspecten van milieuaansprakelijkheid in het vervoerrecht aan de orde. Hierbij zal worden ingegaan op diverse Europese regelingen (EU Richtlijn 2018/851 (Afvalstoffen), EU Richtlijn 2004/35 (Milieuaansprakelijkheid), EG Verordeningen 1013/2006 (overbrenging afvalstoffen) en 1257/2013 (Ship Recycling) en op de verhouding tussen deze Europese regelingen en internationale vervoerrechtelijke verdragen.

In deze module staat de hulpverlening aan schepen centraal. Op basis van het Londens Hulpverleningsverdrag 1989 en Boek 8 BW wordt behandeld wanneer er aanspraak bestaat op hulploon of een bijzondere vergoeding en wie gerechtigd zijn of tot betaling gehouden zijn. Aan de orde komt voorts de betekenis van Lloyd’s Open Form en de Scopic Clausule.

De omslag van bepaalde opofferingen en kosten in avarij-grosse vindt nog altijd met regelmaat plaats. De praktijk is betrekkelijk uniform, maar het recht(skarakter) niet. In deze module komen beide aspecten, praktijk en theorie, aan de orde. Centraal staan: de York Antwerp Rules (verschillende versies), de AG-zekerheid (GA Bond en Guarantee), het toepasselijk recht, de dispache en de rol van de dispacheur.

In deze module wordt op basis van toepasselijke verdragen en Nederlands recht behandeld hoe na de invoering het Wrakopruimingsverdrag van Nairobi 2007 vanuit Nederlands perspectief de opruiming van wrakken van zowel zee- als binnenschepen geregeld is. Hierbij komen onder meer aan de orde de werkingssfeer van de regelingen, de begrippen “wrak” en “gevaarlijk wrak”, de opruimingsplicht van de scheepseigenaar, de verplichte verzekering, de directe actie en de mogelijkheid van beperking van aansprakelijkheid.

In deze modules komen zowel de materieelrechtelijke als de procesrechtelijke aspecten van de globale beperking van aansprakelijkheid uitgebreid aan bod. Hierbij wordt stilgestaan bij de werkingssfeer van het Londens Beperkingsverdrag 1996, het CLNI-verdrag van 2012 en de regelingen in Boek 8 BW. Voorts komen de aard en rechtsgevolgen van beperking, de kring van beperkingsgerechtigden, de voor beperking vatbare vorderingen, regresvorderingen, de rechterlijke bevoegdheid, forum shop-ping, de beperkingsprocedure, alsmede de vorming en werking van het fonds aan de orde.

In deze module wordt aandacht besteed aan het conservatoir beslag op zeeschepen voor zeerechtelijke vorderingen. Daarbij passeren de juridische aspecten van (de beoordeling van) dergelijke verzoeken, de vorderingen waarvoor beslagverlof kan worden verzocht en de verschillende (soorten) beslagobjecten de revue. Ook wordt aandacht besteed aan de praktijk van het verzoeken en verlenen van beslagverlof en aan de praktijk van het leggen van beslag. In het verlengde van de verlofverlening komen vervolgens het opheffings-kortgeding en het toetsingskader daarvan aan de orde. Aspecten als het stellen van zekerheid en aansprakelijkheid voor onrechtmatig beslag zijn onderwerpen die in dat verband besproken zullen worden. Ten slotte worden ook andere vervoersrechtelijke rekesten, zoals die van de artikelen 8:494 en 8:495 BW, besproken.

Contact

Voor vragen en meer informatie aarzel niet en neem contact op

Ad Hofstede

Directeur Erasmus Academie

Datum(s)

Najaar 2023

BTW
Niet van toepassing
Begindatum
Startdatum wordt later bekendgemaakt
Aangeboden door
Erasmus Academie
Discipline
Recht
Type
Executive programma
Voertaal
Nederlands
Instructievorm
offline
Bekostiging

private

Inschrijving

  • Hier komt binnenkort het inschrijfformulier voor de Leergang Algemeen Vervoersrecht voor juristen en vervoersprofessionals.

  • Hier komt binnenkort het inschrijfformulier voor de Leergang Verdieping Zee- en Binnenvaartrecht voor juridische professionals.

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen