Eerdere communicatie

Jo Coenen presenteert plannen Sanders gebouw

De afgelopen tijd heeft Jo Coenen het Sanders gebouw intensief bestudeerd. Het L-gebouw heeft een karakteristieke structuur en daarmee nauw samenhangend tal van constructie technische beperkingen waarmee rekening moet worden gehouden bij een nieuw ontwerp. De maandenlange arbeid heeft geresulteerd in een voorlopig ontwerp. Dit ontwerp, waarin licht en ruimte een belangrijke rol spelen, heeft Coenen gepresenteerd aan een breed publiek tijdens het medewerkersfeest ESL op 19 juni 2014. In woord en beeld geeft Coenen inzicht in de wijze waarop het ontwerpproces is verlopen en hoe hij de uitgangspunten, ideeën en technische kennis met elkaar heeft verbonden in een nieuw format voor de fysieke infrastructuur van het L-gebouw.

De presentatie op film

Enkele powerpoint-dia’s

Kwaliteitskader ESL t.b.v. de architectenselectie

Jo Coenen
Als hoofdgebruiker van het Sanders gebouw heeft ESL een actieve rol in het proces van herinrichting op zich genomen. In de zomer van 2013 is een gunningsprocedure met betrekking tot de architectenselectie doorlopen. In januari 2014 is een overeenkomst aangegaan met architect Jo Coenen, de inschrijver die het best aan de gestelde gunningscriteria heeft voldaan. Het kwaliteitskader ESL heeft als toetsingskader ter beoordeling van de kwaliteit van de inschrijving een belangrijke rol gespeeld.

1 Ambacht versus kunst
Erasmus School of Law is een universiteitsgemeenschap waarbinnen twee typen professionals werkzaam zijn: de rechtswetenschapper/onderzoeker en de juridische ambachtsman. De ambachtsman legt zich vooral toe op de bestudering van het corpus iuris, het positieve recht (wetten en jurisprudentie). De wetenschapper/onderzoeker houdt zich voornamelijk bezig met theoretische reflectie op het recht. Beide gebruikers zijn lukraak verdeeld over de verdiepingen. Zodoende komen de twee typen professionals duidelijk tot uiting in het gebouw: enerzijds de onderzoeker die alles demonteert om te achterhalen hoe iets in elkaar zit en anderzijds de ambachtsman die geweldige constructies weet te maken. In de nadere uitwerking kan dit worden gezien als een gestapeld detail: van glas naar rubbertje, naar aluminium, naar kitnaadje, gipsplaatje en uiteindelijk naar het beton. Tegenover een soort naakte waarheid van het onmogelijke; glas direct tegen het beton: dat is het enige wat de gebruiker ervaart, waar hij mee te maken heeft.
Onderzoek staat voor verbazing.
Kunst, de gedetailleerde uitwerking staat voor ambachtelijk vakmanschap.

  •  In het ontwerp dienen beide gebieden te worden gecombineerd.

2 Helderheid versus veelvormigheid

De gebruikers noemen het gebouw van Quist tegenwoordig ‘erger dan saai’, maar het is nog steeds een ontwerp dat qua helderheid zijn weerga niet kent. Het Sanders gebouw is een tot op de millimeter kloppend gebouw. Vergelijk het met de Magna Carta uit de Middeleeuwen, een handvest dat aan de basis ligt van ons moderne rechtssysteem, dat als fundament, als basis nog steeds door onze hedendaagse wetstelsels heen schemert. De leesbaarheid van de Quist architectuur in het Sanders gebouw is een niet weg te denken factor bij de verbouwing van de verdiepingen.

  •  In het ontwerp moet bij wijze van wisselwerking worden gereflecteerd op de ritmiek en eenduidigheid van Quist.

3 Meester versus knecht

Wim Quist is een groot meester en heeft zijn sporen verdiend in de Nederlandse architectuur. Aangezien zijn werk van een onomstreden hoge kwaliteit is, kan het alleen maar bewerkt worden door een architect met onomstotelijk hetzelfde hoge niveau. De aan te zoeken architect moet ook de kunst verstaan om te balanceren op een slap koord. Want enerzijds zal hij respect moeten hebben voor het oorspronkelijke ontwerp van Quist, ja zich soms zelfs dienstbaar moeten opstellen tegenover het bestaande werk, en anderzijds moet hij zijn eigen ideeën kunnen verheffen tot autonome reflectie op het werk van Quist.
Het primaire doel is niet nieuwbouw, maar hoofdzakelijk het toevoegen van nieuwe en vernieuwende elementen binnen de bestaande hoofdstructuren.

  • De architect dient aantoonbare ervaring te hebben met transformeren en modificeren van bestaande, kwalitatief hoogwaardige gebouwen.
  • De architect dient aantoonbaar te kunnen samenwerken met Wim Quist.

4 Regionaal versus globaal

Het gebruikersbeeld dat nu misschien kleeft aan het gebouw, dat van ‘de naar het kantoor gaande autochtone witte man’ , die van negen tot vijf zijn werk doet, is niet meer van deze tijd. In toenemende mate heeft de universitaire gemeenschap zich ontwikkeld tot een global village.

Tegenwoordig komen de gebruikers van Erasmus School of Law uit alle delen van de wereld. Maar dat wil niet zeggen dat de Hollandse nuchterheid van Quist er niet mag zijn. Zijn kenmerkende heldere stijl is juist hier helemaal op zijn plaats. In dit licht zijn ook  kunstenaars bij uitstek in staat culturele identiteiten tot uitdrukking te brengen, de talloze kleuren binnen onze samenleving te verbeelden. Zij zijn volwaardige medewerkers in het bouwproject. Dit kan zijn bij zitjes, koffiehoeken, rustplekken, spreekhoekjes of wc’s. Echter, de architect is en blijft diegene die de contouren bepaalt en vastlegt.

  • De architect dient aantoonbare ervaring te hebben in de omgang met ontwerpen voor gebruikers die afkomstig zijn uit verschillende culturen.
  • Het globale denken van Quist, zijn mondiale gedachtegoed moet terugkomen in het ontwerp.

5 Actualiteitsbestendig versus toekomstgericht

Om ook over vijfendertig jaar nog steeds te kunnen beantwoorden aan de eisen van de gebruikers is het zinvol om het gebouw te vernieuwen met een open visie naar de toekomst en de hedendaagse trends en gebruiken te laten voor wat ze zijn. Voor de transformatie van het interieur betekent dat een hoge mate van transparantie. Daar waar geslotenheid in de werkruimte toch noodzakelijk is, dienen, om de transparantie zoveel mogelijk te handhaven, demontabele glazen wanden te worden gebruikt. Deze kunnen later vanuit verschillende kunstdisciplines van decoraties worden voorzien. Ter bestrijding van geluidsoverlast zullen onorthodoxe oplossingen moeten worden gevonden, bijvoorbeeld met behulp van boekenwanden. Bij de indeling van het interieur dient onderscheid te worden gemaakt tussen werkruimtes die bestemd zijn voor overleg en rustige ruimtes, zoals stiltevertrekken en werkkamers.

  •  Het ontwerp dient met name gericht te zijn op een langdurige geschiktheid in de toekomst.

6 Meubilair versus basisstructuur

Boeken zijn van groot belang voor alle gebruikers van het Sanders gebouw. De aanwezigheid van boeken in de dagelijkse leef-en gebruiksomgeving wordt door iedereen die betrokken is bij de Erasmus School of Law als essentieel ervaren. Boeken vormen de basisstructuur. Boeken zijn verlengstukken van mensen. Boeken kunnen ook schitterende akoestische buffers zijn. Daarom zijn er functioneel en esthetisch vormgegeven oplossingen nodig om boeken op te bergen. Bovendien moeten ze op eenvoudige wijze terug te vinden zijn of te raadplegen. De opbergplekken van boeken overstijgen het niveau van normaal meubilair of alledaagse aankleding van de ruimte. Zo zijn boekenkasten niet alleen opslagplaatsen, maar kunnen ze ook worden gebruikt als functie-scheidend element in het gebouw.

  •  De architect dient aantoonbare ervaring te hebben met het omgaan met grote hoeveelheden boeken en het bedenken van creatieve oplossingen voor het opbergen ervan.

7 Kunst versus vormgeving

Kunst heeft een zeer belangrijke rol gespeeld in het leven van de oprichter van de ESL, Piet Sanders. Deze lijn moet worden voortgezet. Kunst dient een prominente plaats te houden en te krijgen binnen de faculteit. Juist de nuchtere stijl van Quist vormt een zeer geschikte omgeving voor kunst. Zoals al eerder is gezegd zitten er overeenkomsten in het wetenschappelijk onderzoek dat bedreven wordt aan de ESL en de denkwereld en activiteiten van de kunstenaar. Zo is onderzoek zowel eigen aan de kunst als aan de wetenschap. Dit betekent dat er in principe wordt afgezien van kunst aan de wand. De aanwezige kunstuitingen vormen als het ware momenten binnen het gebouw, zij geven bepaalde ruimtes functionele herkenbaarheid.
Het werk van de kunstenaars moet geïntegreerd zijn met de architectuur.
Dat vereist een goede verstandhouding tussen beiden.

  • De architect dient aantoonbare ervaring te hebben met het omgaan met kunstenaars en met het inpassen van kunst in een bouwproject (zie 5).
  • De architect dient kunstenaars te kunnen orkestreren.

8 Duidelijkheid versus transparantie

Bij de transformatie en vernieuwing van het gebouw gaan idealiter de duidelijkheid van de jaren ’80 van de vorige eeuw samen met transparantie van het hedendaagse digitale tijdperk. Dat kan exterieure aanpassingen betekenen van het gebouw indien deze programmatisch of volgens de architect nodig blijken te zijn. Transparantie en openheid dienen ook in een ander opzicht te worden betracht. Naast de leden van het projectteam en het bevoegd gezag horen bij het vernieuwingsproces informele gesprekspartners van de architect betrokken te zijn. Formeel gezien verloopt het bouwproces hiërarchisch. Maar misschien wil de schoonmaakster graag met de architect spreken om te praten over hoe zij haar emmer water handiger kan vullen. Hiervoor moet de architect oor en oog hebben. Om de transparantie te bevorderen zal de architect in het voortraject ook met maquettes werken. Op deze manier kan hij zich tegenover alle betrokkenen duidelijk en vooral ruimtelijk uitdrukken. Een maquettebouwer is van belang om alle ingrepen en interventies tijdens het ontwerpproces alvast ruimtelijk te kunnen toetsen. Zo kunnen tijdens dit traject – dat duurt tot de oplevering - ook de overige betrokkenen zoals de kunstenaars en de gebruikers stap voor stap leren ontdekken hoe het gebouw voor hen gaat functioneren.

  • De architect dient aantoonbare ervaring te hebben met horizontale projectstructuren.
  • De architect dient responsief te zijn ten opzichte van de werkvloer (lees: de gebruiker).

9 Bestaand versus duurzaam

Met het revitaliseren van het idioom van Quist slaan we gelijk een brug naar de komende decennia, de herinrichting kan niet alleen maar modieus getint zijn waardoor er binnen 5 jaar weer een update nodig zou zijn. Onder duurzaam verstaan wij dat trappen een aangename verbinding worden tussen de functies binnen het gebouw. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie, waarbij de gebruikers de trappenhuizen vaak alleen maar ervaren als een brandvluchtweg. Onder duurzaam verstaan wij ook het  hergebruik van waardevolle, voor Quist kenmerkende elementen. Zoals bijvoorbeeld de kloeke deuren in het gebouw. Het oppervlakte, de zogenaamde footprint die het gebouw inneemt binnen het milieu zal moeten worden gecompenseerd met een equivalent aan groen dat op deze manier teruggegeven wordt aan de natuurlijke omgeving. Of de oplossingen hiervoor de gevel betreffen of de vloer, of het dak, of combinaties hiervan, dat is de keuze van de architect.

  • Duurzaam dient een onderdeel van het ontwerp te zijn.
  • Het ontwerp moet ecologisch verantwoord zijn.

10 Academische identiteit versus ‘corporate identity’

De universiteitsgemeenschap kenmerkt zich door een hoge mate van professionele autonomie. De werkkamer is het eigen, soevereine domein van de wetenschapper. Daarin studeert en schrijft hij of onderwijst hij een student. Daarom is het vanzelfsprekend dat hij van zijn kamer zijn eigen ruimte maakt. Het kantoor van een onderneming daarentegen is ontworpen om de bedrijfsidentiteit te weerspiegelen. Aan het kantoor moet men het bedrijf kunnen herkennen, overal ter wereld, en dat vereist standaardisatie en uniformering. Tegenwoordig wordt de universiteit in toenemende mate als een bedrijf gezien, denk maar aan het departementale bekostigingsbeleid. Hoewel het zeker nog maar de vraag is in hoeverre deze analogie opgaat, is de introductie van marktlogica in de academische wereld een feit. De binnen de universiteitsgemeenschap gedeelde waarden zorgen voor intellectuele en culturele cohesie. Hoe met deze waarden om te gaan in een situatie van verandering? Hoe de universiteitsgemeenschap als pluriforme gemeenschap van vrije, ongebonden individuen met ‘multiple identities’ te bewaren zonder de aansluiting met de beleidsrealiteit kwijt te raken?

  • De architect dient aantoonbare ervaring te hebben met de huisvesting van een universiteitsgemeenschap.
  • Het ontwerp bevat een reflectie op de spanning tussen academische identiteit en bedrijfsidentiteit.