Onderwijs

De sectie Gezondheidsrecht verzorgt de masteropleiding en de Minor Recht en gezondheidszorg.

Minor Recht en gezondheidszorg

In deze minor wordt u geprikkeld om op juridisch-medisch-ethische, sociaaleconomische en communicatieve vraagstukken te reflecteren en om op grond van de geldende regelgeving en heersende morele opvattingen hier beargumenteerd over te kunnen discussiëren. 

De gezondheidszorg is een belangrijke onderdeel van de nationale economie. Het is de sector waar verhoudingsgewijs het meeste geld in om gaat en waarin, ondanks de economische recessie, een spectaculaire groei van de werkgelegenheid is waar te nemen. In de afgelopen tien jaar groeide het aantal banen in de zorg met 385 duizend. Het totaal aantal banen in Nederland nam toe met 515 duizend. Drie kwart van de banengroei in het afgelopen decennium is dus toe te schrijven aan de zorg. De gezondheidszorg is sterk in beweging en juridiseert in toenemende mate. Met gezondheid en gezondheidszorg samenhangende economische, juridische en ethische vraagstukken halen dag in dag uit de voorpagina’s van de dagbladen. 

Recht en gezondheidszorg staat allereerst uitgebreid stil bij de rechtsbetrekkingen tussen de belangrijkste partijen in de gezondheidszorg: de burger als patiënt, de zorgaanbieder (dokter, ziekenhuis), de zorgfinancier (de verzekeraar) en de burger als verzekerde. Aan bod komen onder meer de geneeskundige behandelingsovereenkomst, het beroepsgeheim, de rechten en plichten van patiënten, de rechten en plichten van de beroepsbeoefenaars, de aansprakelijkheid voor medische missers, het medisch tucht- en klachtrecht, medezeggenschap in de zorg, (good) governance, marktwerking, rol en taak van de overheid in de sector en het zorgverzekeringsrecht. Ook de uitdijende internationaalrechtelijke dimensie van gezondheidszorg komt aan bod. Het recht op gezondheidszorg is immers een mensenrecht en ook op dit terrein wint de Europese Unie aan invloed. 

Een van de functies van het recht in onze samenleving is het voorkomen van conflicten en, als conflicten al bestaan, om deze op te lossen. Dit geldt ook voor het terrein van de gezondheidszorg, waar men soms van andere regels moet uitgaan dan in andere maatschappelijke sectoren gebruikelijk is. In deze minor staat die specifieke wetgeving op het terrein van de gezondheidszorg centraal. 

Het gezondheidsrecht bestaat naast eigen wetten en regels die specifiek op de gezondheidszorg van toepassing zijn, ook uit leerstukken van algemeen recht. Allereerst gaan we dan ook in op een aantal algemene rechtsgebieden, zoals het burgerlijke recht, het strafrecht, het bestuursrecht en het internationale recht. Doel is het bekend worden met de aard en de functie van deze rechtsgebieden. Daarnaast staat de betekenis hiervan voor de gezondheidszorg centraal. In sommige gevallen zal dan blijken dat het algemene recht niet voor alles een oplossing heeft, waardoor er toch weer behoefte is aan specifieke regelgeving. Ook de relatie tussen algemeen recht en bijzondere wetgeving is dus een punt van aandacht. Omdat deze minor toegankelijk is voor studenten van verschillende studierichtingen, zullen afhankelijk van de beschikbare voorkennis, (aspecten) van te bespreken onderwerpen bekend, minder bekend of nog totaal onbekend zijn. Binnen deze minor is dan ook een van de doelstellingen dat studenten elkaar bevragen, elkaar zaken uitleggen en zo van elkaar leren.

Onderwijswerkvormen

De onderwijsvormen van deze minor zijn divers. Naast hoorcolleges vinden interactieve werkgroepen plaats. De (hoor)colleges zijn informatief en deels interactief. Dat wil zeggen dat tijdens de colleges kennis wordt overgedragen, maar dat er ook (meestal) ruimte is voor vragen en discussies. Tijdens de werkgroep kan de onderwijsgroep in kleinere groepen worden gesplitst. Studenten werken met elkaar opdrachten uit en presenteren de bevindingen aan elkaar. Van de studenten wordt een actieve houding verwacht. 

Ook schrijven de studenten een essay met daarin een actuele onderzoeksvraag op het gebied van het gezondheidsrecht. In totaal zijn er gedurende 8 weken 60 contacturen (2 hoorcolleges en 1 werkgroep per week). Een bezoek aan het Centraal Medisch Tuchtcollege in Den Haag en het bijwonen van enkele zittingen maken ook deel uit van het programma. 

Deeltijd – VMO (Vrijdagmiddag Onderwijs)

Voor de deeltijdstudenten is deze Minor speciaal toegankelijk gemaakt door de werkgroepen op vrijdag alleen open te stellen voor deze groep studenten. De deeltijdstudenten kunnen de hoorcolleges van dinsdag online (achteraf) bekijken. Op deze manier hoeft de deeltijdstudent niets van het onderwijs te missen en maar 1 dag (vrijdag) naar de universiteit te komen voor de contactmomenten. De studiebelasting blijft uiteraard wel gelijk (15 ECTS) in vergelijking tot de overige minoren en deze Minor kan niet in 2 jaar worden gedaan. De Minor kent geen verplichte contactmomenten.