Themadossier OZB/WOZ

Gemeenten waarderen jaarlijks alle onroerende zaken binnen hun grenzen. Dit gebeurt op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken (wet WOZ). In deze wet en daarop gebaseerde nadere regelgeving zijn regels opgenomen over de afbakening van het WOZ-object, de waarderingsvoorschriften (welk waardebegrip moet worden gehanteerd), waarderingsmethodes, waarderingsuitzonderingen, bekendmaking van de waarde, latere aanpassing van de waarde (buiten de bezwaarprocedure) en de opname in en verstrekking van WOZ-gegevens uit de basisregistratie WOZ. De WOZ-waarde vormt de heffingsmaatstaf voor diverse lokale heffingen, waaronder de onroerende zaakbelastingen (ozb). Voor de ozb zijn diverse vrijstellingen geformuleerd, zoals de kerkenvrijstelling, de kassenvrijstelling en de werktuigenvrijstelling.

Binnen dit onderwerp valt ook het tegengestelde belang bij de WOZ-waarde. Doordat de WOZ-waarde mede bepalend is geworden voor de te vragen maximum huurprijs van sociale huurwoningen, kan een eigenaar van huurwoningen belang hebben bij een hogere WOZ-waarde. Voorheen werd steeds aangenomen dat degene die bezwaar of beroep instelde slechts belang had bij een lagere WOZ-waarde, omdat de hoogte van belastingen ervan afhangt. Omdat de regels voor de rechtsbescherming nog niet zijn aangepast, kunnen zich diverse juridische en praktische problemen voordoen. In publicaties en een speciaal aan dit thema gewijde studiemiddag heeft het ESBL hier aandacht aan besteed.