“Hoe kunnen we onze maatschappelijke impact vaststellen, waarderen en vergroten?”

Hoe evalueer je eigenlijk maatschappelijke impact? Wat wordt er al aan gedaan op de Erasmus Universiteit aan het realiseren van impact, en hoe zou het beter kunnen? Hoe staan de faculteiten hierin? Prof. dr. Arwin van Buuren, hoogleraar bestuurskunde (ESSB) leidt een vierjarig onderzoeks- en ontwikkelproject. “Wij willen faculteiten helpen om het effect van hun onderzoek en onderwijs op de samenleving beter inzichtelijk te maken. Als we snappen hoe het werkt, kunnen we er ook beter op sturen.”

“Twee jaar geleden ben ik gevraagd om het hoofdstuk over maatschappelijke impact te schrijven voor de strategie van de universiteit, via de zeven design labs. We hebben in vier maanden een hoofdstuk geschreven over (positieve) maatschappelijke impact. We hebben voorstellen gedaan over hoe je die impact kunt vergroten. Maar we zeiden ook: je moet het wel kunnen vaststellen, zichtbaar kunnen maken. Wat is onze impact, en hoe kun je de impact van ons onderwijs en onderzoek eigenlijk waarderen en erkennen?”

En, weet u het antwoord al?

“We staan nu aan het begin van een vierjarig project rondom deze vragen. Daarop gaan we antwoorden zoeken. In eerste instantie brengen we in kaart wat de faculteiten al doen. Daar zitten verschillen in. En we brengen in kaart hoe de literatuur impact definieert en welke methoden ze aanreikt om impact vast te stellen. Ook daarin zitten fikse verschillen.”

Wat zijn die verschillen?

“Veel literatuur zegt: impact gaat over maatschappelijke relevantie. Sluit het onderzoek aan bij de vraagstukken waarmee de samenleving worstelt? Deze definitie vinden wij niet uitgebreid genoeg. Als je onderzoek relevant is, maar je slaagt er niet in om het voor het voetlicht te brengen, heb je nog niet per se ook impact. Anderen zeggen: impact gaat over het gebruik van je onderzoek en onderwijs. Daarbij kun je bijvoorbeeld kijken naar citaties of contactonderzoek, naar het aantal deelnemers aan je lezingen, of het aantal artikelen voor een breder publiek dat je schrijft. Toch zegt ook deze benadering niet alles: zelfs als je het onderzoek goed communiceert, is het nog steeds de vraag of de samenleving er daadwerkelijk mee geholpen is.

Wij kiezen ervoor om impact te definiëren als de mate waarin ons onderwijs en onderzoek de samenleving helpt bij de vraagstukken waar ze mee geconfronteerd wordt, zoals bijvoorbeeld ongelijkheid, gezondheid, of werkloosheid.”

Wat bedoelt u met ‘helpt’, moet het onderzoek een oplossing bieden?

“Het kan soms direct bijdragen aan het vinden van oplossingen, ja. Dat zie je bijvoorbeeld veel gebeuren bij de medische faculteit. Maar als je kijkt naar bijvoorbeeld sociologie, dan zie je dat het onderzoek binnen die discipline meer dient om de samenleving een spiegel voor te houden. Onderzoek kan op die manier helpen een probleem te verhelderen of juist aantonen dat een bepaalde oplossing niet werkt of averechtse effecten heeft.

Een collega van ESSB doet onderzoek naar de factoren die het presteren van teams verklaren. Dat past hij toe op wijkteams in de stad. Hij richt dit zo in, dat het onderzoek deze teams ook daadwerkelijk helpt hun functioneren te verbeteren. Zo zullen we vaker moeten gaan werken. En tot slot aan die wijkteams vragen: hebben jullie er wat aan gehad en hoe dan? Impact gaat om deze complexe relatie tussen het onderzoek zelf en wat daaruit volgt.”

 

“Impact gaat om de complexe relatie tussen het onderzoek zelf en wat daaruit volgt”

Is bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken voor een econometrist niet veel moeilijker, of moeilijker meetbaar, dan voor een bestuurskundige die onderzoek doet naar wijkteams in Rotterdam Zuid?

“De bijdrage van een meer fundamenteel wetenschapsgebied aan maatschappelijke vraagstukken is vaak meer indirect. Maar zelfs bij een fundamenteel wetenschapsgebied heb je als wetenschapper alsnog de verantwoordelijkheid om te zorgen dat de kennis die je genereert, in ieder geval opgepakt kan worden door de volgende schakel in de onderzoeksketen richting toepassing. De meest fundamentele econometrist kan nadenken over hoe zijn modellen of rekenwerk een meer toegepast wetenschapsgebied kan helpen bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. En dat gebeurt ook al veel.”

 Het meten wat en hoe de impact is, zal per faculteit en per vakgebied dus heel verschillend zijn?

“Zeker. Het artikel van Paul Scheffer over ’het multiculturele drama’ heeft een enorme impact gehad, maar die vorm van impact is anders en stel je op een andere manier vast dan bijvoorbeeld de impact die je creëert als een vaccin ontwikkelt. Die variëteit is mooi en daar willen we recht aan doen.

Belangrijk om toe te voegen: we zullen als universiteit vaker aan onze stakeholders moeten vragen wat zij aan ons onderzoek hebben. Ik vind dat we vaker naar de gemeente Rotterdam moeten stappen en vragen: we hebben vorig jaar dit onderzoek gedaan, wat hebben jullie eraan gehad? Is het relevant geweest, en zo ja, hoe? We zullen onze stakeholders of onze ‘partners’ meer een stem moeten geven. Wat er te vaak gebeurt, is dat we onderzoek doen en achteraf kijken of we het nog een vertaalslag kunnen meegeven voor de praktijk. Als je vanuit een impact-ambitie gaat werken, draai je dat om. Welke maatschappelijke impactambitie heb je, en hoe kun je daar naartoe werken met je onderzoek? Dat is voor veel onderzoeksgroepen nieuw: om hun maatschappelijke impactambitie vooraf en expliciet te formuleren.”

“We zullen als universiteit vaker aan onze stakeholders moeten vragen wat zij aan ons onderzoek hebben”

Wanneer betrek je de stakeholders?

Van meet af aan. Tijdens de opening van het academisch jaar zei Eveline Crone heel terecht: ‘Ik praat met de stakeholders al over mijn onderzoeksvraag. Zij kunnen bepalen of ik de juiste vraag stel.’”

Is dat een nieuwe manier van werken?

“Voor sommige onderzoekers wel, voor andere niet. Het wordt wel steeds meer gebruikelijk. Ook steeds meer subsidieverstrekkers zoals NWO, ZonMw en ERC vragen hierom, zij willen bij het indienen van een aanvraag al weten welke impact je verwacht en welke partijen je gaat betrekken.”

Wat zijn de eerste stappen in het vierjarig project ‘Evaluating Societal Impact’?

“We voeren nu gesprekken met faculteiten. We inventariseren wat hun wensen zijn op het gebied van impactevaluatie. Bij de economen en de psychologen gaan we meewerken aan hun zelfstudie voor de onderzoek visitatie. Bij de medici gaan we kijken wat de impact is van een grootschalige onderwijsvernieuwing. Ze gaan de bachelor anders vormgeven, we gaan nu een meting doen en over een paar jaar weer. Bij RSM gaan we onder andere een analyse maken van de impact van hun parttime PhD programma. Daarnaast werken we aan beleidsvoorstellen rond impact en aan het vergroten van de awareness. Op 26 november organiseren we een groot impactcongres op de EUR. Ook gaan we trainingen rond het realiseren van impact ontwikkelen.”

Gaan jullie aanbevelingen doen?

“Uiteindelijk werken we aan een impact-gedreven universiteit, waarbij op alle niveaus een impactambitie is geformuleerd en strategieën om het te realiseren. Het evalueren van impact is hierbij cruciaal. Dus we hebben definities, tools, indicatoren en methoden nodig. Die gaan we werkende weg ontwikkelen. We stellen faculteiten de vraag: waar kunnen we jullie mee helpen? En dan gaan we het samen doen. Bij bestuurskunde hebben we bij twee onderzoeksprojecten een impact assessment gedaan, en dat heeft een methode opgeleverd die we ook bij psychologie kunnen toepassen. Zo bouwen we in de praktijk, maar op een wetenschappelijk verantwoorde wijze, aan een manier van impactevaluatie die ons helpt om op dit punt steeds beter te worden.”