Verslag ICTO platform 18 oktober 2001

Current facets (Pre-Master)

1. Opening

2. Inhoud: Consortiumvorming

Maarten van de Ven heeft via de mail een voorstel voor Consortiumvorming rondgemaild als voorbereiding op dit platform. Hieronder staan enkele kernpunten uit dit voorstel en opmerkingen, aanvullingen, vragen en kanttekeningen vanuit het ICTO Platform.

3. Korte toelichting

Het is de bedoeling dat als tegenhanger van de Digitale Universiteit (DU) één of twee consortia worden gevormd. Hiervoor is 5 miljoen gulden beschikbaar gesteld. De EUR heeft contacten met twee groepen om tot het vormen van een consortium te komen:

  • Universiteiten en Hogescholen uit deze regio (die niet participeren in de DU): o.a. TU Delft, Universiteit Leiden en enkele hogescholen (ICTO Consortium Zuid Holland).
  • Een breder consortium waarin ook de RUG en de KUB participeren

De EUR, de Universiteit Leiden en de TU Delft staan positief tegenover het vormen van een groot consortium (waarin bovenstaande 2 groepen participeren). Belangrijk bij het vormen van zo’n consortium is dat er draagvlak is binnen de instellingen die participeren in het consortium. Geleerd kan worden van de DU die te weinig draagvlak heeft en waarin door de besturen te weinig sturing wordt gegeven.
Op dit moment is er nog geen CvB besluit. 19 oktober is er contact tussen de rectoren van de TU Delft, Universiteit Leiden en de EUR. Ook is er dan overleg tussen de voorbereiders van bovengenoemde twee consortia. De deadline voor het indienen van een consortiumplan is 15 november 2001. Inhoudelijke lijnen consortium Zuid Holland:

  • Technische infrastructuur: BB-beheer, ASP-functies, profiteren van elkaars produkten
  • Onderwijskundige samenwerking: profiteren van elkaars specifieke expertise (cursussen uitwisselen, project Digit@le Did@ctiek)
  • Inhoudelijke samenwerking:
    - korte termijn: basisvaardigheden computergebruik, remediërende cursussen HBO-instroom
    - lange termijn: top-cursussen (gezamenlijk aanbieden), master-opleidingen, cursussen die excellent zijn aanbieden aan studenten van andere instellingen.
  • Mogelijke winst:
    - Verbetering technische en onderwijskundige diensten (deze uitbreiden; de docent profiteert hier direct van)
    - Eigen produkten aan de man brengen
    - Inzicht in wat anderen doen

4. Opmerkingen/ aanvullingen/vragen en kanttekeningen

  • Hoe kun je het beleid en de “werkvloer” goed op elkaar afstemmen?
  • De resultaten die het consortium oplevert moeten direct merkbaar zijn op de werkvloer.
  • Er zijn kansen in het gezamenlijk uitontwikkelen van software, bijvoorbeeld het curriculum-informatiesysteem.
  • De kennis die op de werkvloer wordt gegenereerd moet naar boven komen en gedeeld worden. Daarnaast moeten projecten die worden gestart voor meerdere instellingen interessant zijn.
  • Het is interessant remediërende cursussen te ontwikkelen voor de HBO-instroom (in de masters).
  • Het is interessant faalrapporten (van projecten/ initiatieven) boven tafel te krijgen.
  • Er moet gewerkt worden met een duidelijke procedure voor de projecten die worden geformuleerd (waarbij bijvoorbeeld 3-maandelijks wordt gerapporteerd).
  • Er wordt aangegeven dat er een goede infrastructuur voor de samenwerking moet komen (ook binnen de instellingen: hierbij moet gedacht worden aan goede afstemming tussen centrale diensten en docenten op de werkvloer).
  • Er wordt aangegeven dat het gezamenlijk ontwikkelen van software een lastig item is.
  • Wellicht moeten voor het effectief ontwikkelen van content andere partners gezocht worden.
  • Daarnaast wordt aangegeven dat het uitwisselen van bijvoorbeeld technische expertise en onderwijskundige expertise interessant is.
  • Ook het uitwisselen van (onderwijs)materialen (bijvoorbeeld toetsbanken) kan direct iets opleveren voor de werkvloer.

5. Actiepunten

  • Arie de Bruin neemt de opmerkingen van het platform mee naar de ICT Stuurgroep (van 18 oktober).
  • Gerard Baars formeert een werkgroep om in kaart te brengen hoe de afstemming tussen de onderwijskundige diensten en de werkvloer het best kan worden gerealiseerd. Kernvraag: Hoe kan een infrastructuur worden gelegd om een goede afstemming te krijgen tussen centrale diensten en mensen op de werkvloer? Hierover wordt gerapporteerd in het volgende platform.
  • Gerard Baars houdt de leden van het platform op de hoogte van de ontwikkelingen m.b.t. consortiumvorming.