Minor Gezinnen van nu

Samenvatting

Categorie
Broadening minor
Code
MINESSBE002
Minor hoort bij de opleiding

Opvoeding en ontwikkeling van kinderen in het hedendaagse gezin

Penvoerende opleiding:

Pedagogische Wetenschappen

Andere opleidingen die een bijdrage leveren aan de minor:

-

Toegang:

Zie toelatingsmatrix

Inhoud

Is gedrag van kinderen aangeboren of aangeleerd? Welke invloed heeft kinderopvang op de ontwikkeling van een kind? Mogen ouders een pedagogische tik uitdelen? De gezinspedagogiek bestudeert de opvoeding van kinderen met een normale ontwikkeling en daarbij behorende opvoedingsvragen van ouders. Het kerngezin wordt vaak voorgesteld als vader, moeder en twee biologische kinderen. Maar de werkelijkheid is breder: eenoudergezinnen, adoptie- en pleeggezinnen, homo-ouders, samengestelde gezinnen. Welk effect heeft dit op de ontwikkeling van kinderen? Ten slotte wordt gezinspedagogiek vanuit multicultureel perspectief benaderd. Is opvoeding in migrantengezinnen anders dan in autochtone gezinnen? En moet je daar als professional rekening mee houden?

Leerdoelen

Studenten zijn in staat om:

  • Kwaliteit van opvoeden te beschrijven, met specifieke aandacht voor verschillende opvoedstijlen, kindermishandeling en sensitiviteit;
  • Verschillende opvoedingscontexten te beschrijven, variërend van het kerngezin en samengestelde gezinnen tot kinderopvang, adoptie en kindertehuisopvoeding;
  • Theorie en praktijk van opvoeden binnen verschillende gezinnen (traditionele en niet-traditionele gezinnen, autochtone en migrantengezinnen) en de gevolgen hiervan voor de ontwikkeling van het kind kritisch te beschouwen;
  • Het belang van opvoedingsondersteuning en -interventie te beschrijven en de effectiviteit van beschikbare interventies voor de verschillende gezinnen kritisch te beschouwen.

Specifieke kenmerken

In deze minor worden alledaagse opvoedthema’s bestudeerd vanuit een wetenschappelijk perspectief. Kennis over en ervaring in statistiek en het bestuderen van Engelse-talige (review)artikelen is een pre, maar geen vereiste. De gebruikte didactiek is probleemgestuurd onderwijs (PGO), waarbij de (verplichte) kleinschalige onderwijsgroepen de kern vorm van het onderwijs. Colleges zijn verdiepend of verbredend en worden facultatief aangeboden. Studenten die onze minor met succes afronden en voldoen aan de Methoden en Technieken/SPSS-eis kunnen na het behalen van hun WO Bachelor (Sociale Wetenschappen of aanverwante richting) rechtstreeks instromen in de Master Gezinspedagogiek: Opvoeding in de hedendaagse samenleving (Child & Family Studies: Parenting in Contemporary Society). Zie voor toelatingseisen master ook https://www.eur.nl/master/opleidingen/pedagogische_wetenschappen/toelating/#gezin

Organisatie

Maximum aantal studenten dat deel kan nemen: 72 studenten
Minimum aantal studenten dat deel kan nemen: 8 studenten

Aantal contacturen: 7 uur per week. Het onderwijs wordt aangeboden in de vorm van onderwijsgroepen (probleemgestuurd onderwijs [PGO]; 2 keer per week, 3 uur) en colleges (1 keer per 2 weken, 2 uur).

Aantal uren zelfstudie: 30 uur per week.

Overzicht modules

Module 1: Inleiding in de pedagogische wetenschappen

  • Code: n.v.t.
  • ECTS: 5
  • Inhoud:

In de supermarkt, de metro, het park, overal kun je pedagogiek tegenkomen. De pedagogiek is een breed werkveld. Kan het kwaad als een kind drie dagen per week naar de kinderopvang gaat? Mogen ouders een pedagogische tik uitdelen? Het zijn opvoedkundige vragen waar de meeste mensen wel een mening over hebben. Maar deze pedagogische vragen kunnen we ook op een wetenschappelijke manier bekijken. In dit blok komen de belangrijkste pedagogische thema’s aan bod. Welke rol heeft het kind in zijn of haar omgeving? Wat is aangeboren en wat is aangeleerd gedrag? Wat gebeurt er als een kind niet door de ouders maar door anderen wordt opgevoed? Wat is de kwaliteit van de opvoeding en hoe kunnen we ouders ondersteunen in de opvoeding? Pedagogische vraagstukken over onder andere het nature-nurture-debat, kinderopvang, kindermishandeling en opvoedstijlen worden behandeld. Daarnaast is er ook aandacht voor de manieren waarop ouders kunnen worden ondersteund in de opvoeding.

  • Onderwijs werkvorm(en): Probleemgestuurd onderwijs (PGO, inclusief introductie in PGO voor studenten zonder PGO-ervaring) en colleges.
  • Onderwijsmateriaal: Collegestof, blokboek, artikelen en aanvullende materialen op Eduweb, boeken beschikbaar in studielandschap (aanschaffen niet nodig!):
  • Van IJzendoorn, M.H. & De Frankrijker, H. (red.). (2016). Pedagogiek in Beeld (3e druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  • Koops, W., Levering, B., & De Winter M. (red.) (2008). Opvoeding als spiegel van de beschaving. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Meer gespecialiseerde boeken met betrekking tot de verschillende onderwerpen zijn:

  • Van IJzendoorn, M.H. (2008). Opvoeding over de grens. Amsterdam: Boom.
  • Blokland, G. (2008). Over opvoeden gesproken. Methodiekboek pedagogisch adviseren (8e druk). Amsterdam: Uitgeverij SWP.
  • Autrique, A., et al. (2010). Gezin. Houten: Bohn Stafleu.
  • Van Leeuwen, K., & Van Crombrugge, H. (2012). Gezinnen in soorten. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  • Contacturen7 per week.

Module 2: Gezinspedagogiek: Niet-traditionele gezinnen

  • Code: n.v.t.
  • ECTS: 5
  • Inhoud:

De tweede module biedt een verdieping in een belangrijk onderwerp uit de gezinspedagogiek, namelijk de niet-traditionele gezinnen. De gezinspedagogiek richt zich op opvoeding in gezinnen. De klassieke definitie van ‘het gezin als duurzame samenlevingsgemeenschap van een man en een vrouw met de uit hun verbintenis voortgekomen kinderen’ (Vandemeulebroecke, Van Crombrugge & Gerris, 1999, p.14) is hierbij echter te smal. Adoptiegezinnen, eenoudergezinnen, gezinnen met homo-ouders en vele andere soorten gezinnen vallen buiten deze definitie. Binnen de gezinspedagogiek wordt dan ook gepleit voor een bredere definitie van het gezin. Vragen die in deze module aan bod komen zijn onder andere: Hoe vaak komen deze verschillende gezinsvormen en gezinssamenstellingen eigenlijk voor? Welke gevolgen heeft dit voor de ontwikkeling van het kind in deze gezinnen? Welke gevolgen heeft dit voor het ouderschap en het welzijn van de ouder? Is er ondersteuning nodig bij deze gezinnen en is die ondersteuning effectief?

  • Onderwijs werkvorm(en): Probleemgestuurd onderwijs (PGO) en colleges.
  • Onderwijsmateriaal: Collegestof, blokboek, artikelen en aanvullende materialen op Eduweb, boeken beschikbaar in studielandschap (aanschaffen niet nodig!):
  • Contacturen7 per week.
  • Autrique, A., Baggerman, J.E., Boer, F., Cuijpers, P., Juffer, F., Heireman, M., … Zandberg, Tj. (2010). Gezin. Houten: Bohn Stafleu.
  • Van Leeuwen, K., & Van Crombrugge, H. (2012). Gezinnen in soorten. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
  • Walsh, F. (Ed.) (2012). Normal Family Processes: Growing diversity and complexity. New York: The Guilford Press.
  • Bornstein, M. (Ed.) (2002). Handbook of parenting. Mahwah, New Jersey: Lawrence Erlbaum Associates.
  • Parke, R.D. (2013). Future Families: Diverse Forms, Rich Possibilities. Chichester, UK: Wiley-Blackwell.

Module 3: Interculturele pedagogiek

  • Code/code: n.v.t.
  • ECTS: 5
  • Inhoud:

“De generatiekloof in allochtone gezinnen: mythe of werkelijkheid?”. En: “’Marokkaanse jongens: Kapot moeilijk”. Opvoeding van kinderen in migrantengezinnen krijgt regelmatig aandacht in de media. Is opvoeding in migrantengezinnen eigenlijk anders dan in autochtone gezinnen? Deze module gaat in op opvoeding in migrantengezinnen in Nederland. Een aantal vragen staat daarbij centraal; er wordt vaak gesproken over ‘ autochtonen’ of ‘ Nederlanders’ en ‘allochtonen’, maar bestaat dé allochtoon? In dit blok zal opvoeding in verschillende migrantengezinnen aan bod komen: arbeidsmigranten (Turken, Marokkanen, Chinezen) en migranten uit de voormalige Nederlandse koloniën (Surinamers, Antilianen). Ook zal aandacht worden besteed aan vluchtelingen en de relatief nieuwe migranten uit Midden-Oost Europa. Vervolgens beschouwen we of kinderen uit migrantengezinnen meer, minder of ander probleemgedrag laten zien, wat de bijdrage van de ouders en opvoeding is en kijken we naar de rol van de hulpverlening hierbij. Ten slotte is er aandacht voor opvoedingsondersteuning aan ouders in migrantengezinnen; moet die aangepast worden aan de specifieke culturen, of is dat juist niet nodig?

  • Onderwijs werkvorm(en): Probleemgestuurd onderwijs (PGO) en colleges.
  • Onderwijsmateriaal: Collegestof, blokboek, artikelen en aanvullende materialen op Eduweb, boeken beschikbaar in studielandschap (aanschaffen niet nodig!):
  • Contacturen: 7 per week.
     
  • Eldering, L. (2014). Cultuur en Opvoeding. Rotterdam: Lemniscaat.

Toetsing

Wijze van tentaminering

De toetsing van de minor bestaat uit een schriftelijke (tussentijdse) toets over module 1 en een schriftelijke (eind)toets over module 2 en 3.

Samenstelling van eindcijfer

Het eindcijfer bestaat uit het gewogen gemiddelde voor de tussentijdse toets (35% van het eindcijfer) en de eindtoets (65% van het eindcijfer). Het eindcijfer dient voldoende te zijn.

Feedbackvorm

Feedback wordt in iedere onderwijsbijeenkomst verzorgd door de tutor en door medestudenten. Na de schriftelijke tentamens is mogelijkheid tot inzage van en feedback op de gegeven antwoorden.

Contactinformatie

Contactpersoon

Naam: Nicole Lucassen, Maartje Luijk en Wendy Tieman
E-mail: minorcoordinatorped@essb.eur.nl 
Telefoonnummer: 010-4088603
Kamer: T13-53

Facultaire website

Factsheet

Categorie
Broadening minor
Code
MINESSBE002
Minor hoort bij de opleiding
Organisatie
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences
Studiepunten (ECTS)
15
Voertaal
Nederlands
Locatie
Campus Woudestein, Rotterdam

Registration

Meer informatie volgt.