Minor Gezinnen van nu

Categorie
Broadening minor
Code
MINFSWE002
Tijdsduur
10 weken
Minor hoort bij de opleiding

Inhoud

De ontwikkeling van het kind vormt de basis van het werk van pedagogen, waarbij de vraag “hoe zorg ik ervoor dat een kind zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen?” centraal staat. Welk type opvoeding is het beste voor een kind? Hoe werkt opvoeden bij ouders met een verstandelijke beperking? Wat is de invloed van leeftijdgenoten op de ontwikkeling en het gedrag van kinderen? De gezinspedagogiek bestudeert de ontwikkeling en opvoeding van kinderen en daarbij behorende opvoedvragen van ouders. Pedagogische vraagstukken over onder andere het nature-nurture-debat, adoptie, kinderopvang, kindermishandeling en opvoedstijlen worden behandeld in deze minor. De theoretische basis voor het bestuderen van de context waarin het kind opgroeit wordt gevormd door het sociaalecologische model van Bronfenbrenner waarbij het kind zich ontwikkelt in interactie met zijn omgeving: bijvoorbeeld ouders, school en kinderopvang en leeftijdgenoten.
Naast de opvoeding in verschillende contexten, worden gezinnen in verschillende contexten bestudeerd. Het gezin anno 2019 kent veel meer verschijningsvormen dan het traditionele kerngezin (vader, moeder en hun kinderen). In deze minor zullen we allereerst de verschillende wijzen waarop een gezin gevormd kan worden bestuderen. Hierbij kunnen we enerzijds gezinnen onderscheiden waarbij de manier waarop het gezin gevormd wordt niet-traditioneel is (bijv. adoptie, pleegzorg of IVF) en anderzijds gezinnen waarbij de betrokken ouders zelf niet aan het traditionele beeld voldoen (bijv. homo-ouders of tienermoeders). Het gaat hierbij dus om niet-traditionele gezinsvormen. Daarnaast kan ook de samenstelling van het gezin soms niet-traditioneel genoemd worden. Tegenwoordig wordt het traditionele kerngezin vaak voorgesteld als een vader, een moeder en twee kinderen. Gezinnen met meer dan drie of vier kinderen zijn bijzonder, maar ook een gezin met één kind zou niet-traditioneel genoemd kunnen worden. Tot slot kunnen er zich in de loop der jaren ook ontwikkelingen voordoen in gezinnen (bijv. echtscheiding of overlijden van een ouder) waardoor niet-traditionele gezinnen ontstaan (bijv. eenoudergezinnen of samengestelde gezinnen). Het niet-traditionele gezin kent dus vele gezichten. Hoe vaak komen deze verschillende gezinsvormen en gezinssamenstellingen eigenlijk voor? Welke gevolgen heeft dit voor de ontwikkeling van het kind in deze gezinnen? Welke gevolgen heeft dit voor het ouderschap en het welzijn van de ouder? Is er ondersteuning nodig bij deze gezinnen en is die ondersteuning effectief? In deze minor wordt een antwoord op deze vragen geformuleerd.

Leerdoelen

Studenten zijn in staat om:
▪ Kwaliteit van opvoeden te beschrijven, met specifieke aandacht voor verschillende opvoedstijlen, kindermishandeling en sensitiviteit;
▪ Verschillende opvoedingscontexten te beschrijven, variërend van het kerngezin en samengestelde gezinnen tot kinderopvang, adoptie en kindertehuisopvoeding;
▪ Theorie en praktijk van opvoeden binnen verschillende gezinnen en de gevolgen hiervan voor de ontwikkeling van het kind kritisch te beschouwen;
▪ Het belang van opvoedondersteuning en -interventie te beschrijven en de effectiviteit van beschikbare interventies voor de verschillende gezinnen kritisch te beschouwen;
▪ Het sociaalecologische model van Bronfenbrenner te beschrijven en toe te passen op de verschillende onderwerpen uit de minor.

Bijzondere kenmerken

In de minor Gezinnen van nu worden alledaagse opvoedthema’s bestudeerd vanuit een wetenschappelijk perspectief. Kennis over en ervaring in statistiek en het bestuderen van Engelse-talige (review)artikelen is een pre, maar geen vereiste. De gebruikte didactiek is probleemgestuurd onderwijs (PGO), waarbij de (verplichte) kleinschalige onderwijsgroepen (2x per week) de kern vormen van het onderwijs. Colleges zijn verdiepend of verbredend en worden facultatief aangeboden. Studenten die onze minor met succes afronden en voldoen aan de Methoden en Technieken/SPSS-eis kunnen na het behalen van hun WO Bachelor (Sociale Wetenschappen of aanverwante richting) rechtstreeks instromen in de Master Gezinspedagogiek: Opvoeding in de hedendaagse samenleving. Zie voor toelatingseisen master ook https://www.eur.nl/master/gezinspedagogiek/toelating.

Overzicht minormodules

Module 1: Opvoeding in context

  • Vakcode: MINFSWE002
  • EC: 7,5 EC
  • Inhoud:In module Opvoeding in context komen de belangrijkste pedagogische thema’s aan bod. Thema’s als het nature-nurture-debat, kinderopvang, kindermishandeling, opvoedstijlen en opvoeden in context worden behandeld. Daarnaast is er ook aandacht voor de manieren waarop ouders kunnen worden ondersteund in de opvoeding.
  • Onderwijs werkvorm(en):Probleemgestuurd onderwijs (PGO; inclusief introductie in PGO voor studenten zonder PGO-ervaring) en colleges
  • Onderwijsmateriaal: Wetenschappelijke boeken (beschikbaar in studielandschap, dus aanschaffen is niet nodig), wetenschappelijke peer-reviewed artikelen (Nederlandstalig en Engelstalig), collegestof.
  • Contacturen7 uur per week.
  • Zelfstudie: 21 uur per week.

Module 2: Gezinnen in context

  • Vakcode: MINFSWE002
  • EC: 7,5
  • Inhoud: De module Gezinnen in context biedt een verdieping in een belangrijk onderwerp uit de gezinspedagogiek, namelijk de niet-traditionele gezinnen. Hoe vaak komen deze verschillende gezinsvormen en gezinssamenstellingen eigenlijk voor? Welke gevolgen heeft dit voor de ontwikkeling van het kind in deze gezinnen? Welke gevolgen heeft dit voor het ouderschap en het welzijn van de ouder? Is er ondersteuning nodig bij deze gezinnen en is die ondersteuning effectief?
  • Onderwijs werkvorm(en): Probleemgestuurd onderwijs (PGO) en colleges
  • Onderwijsmateriaal: Wetenschappelijke boeken (beschikbaar in studielandschap, dus aanschaffen is niet nodig), wetenschappelijke peer-reviewed artikelen (Nederlandstalig en Engelstalig), collegestof.
  • Contacturen7 uur per week.
  • Zelfstudie: 21 uur per week.

Tentaminering

Wijze van tentaminering
De toetsing van de minor Gezinnen van nu bestaat uit twee schriftelijke toetsen. Beide toetsen (over Module 1 resp. Module 2) bestaan uit 40 MC-vragen over de leerdoelen van de acht problemen die behandeld zijn in de betreffende module en over de collegestof. De weging van beide toetsen is 50%.

Samenstelling van eindcijfer
Het eindcijfer wordt gevormd door de scores op beide toetsen. De cijfers op de toetsen moeten minimaal 4.0 zijn. Het eindcijfer dient voldoende (5.5 of hoger) te zijn.

Feedback
Feedback wordt in iedere onderwijsbijeenkomst verzorgd door de docent/tutor en door medestudenten. Na de schriftelijke tentamens is mogelijkheid tot inzage van en feedback op de gegeven antwoorden.

Contactinformatie

Sanne Buckens, Wendy Tieman, Maartje Luijk en Nicole Lucassen
minor.gezinnen.van.nu@essb.eur.nl
010-4088789

kamer: T13-50

https://www.eur.nl/minor/gezinnen-van-nu

Categorie
Broadening minor
Code
MINFSWE002
Tijdsduur
10 weken
Minor hoort bij de opleiding
Organisatie
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences
Studiepunten (EC)
15
Voertaal
Nederlands
Locatie
Campus Woudestein, Rotterdam

Registration

Lees voor meer informatie de aanmeldprocedure.