Minor Verdiepende Minor: Neurorevalidatie: hoe verder na letsel aan het centrale zenuwstelsel?

Categorie
Verdiepende minor
Code
GENMIN48
Tijdsduur
10 weken

Inhoud

In de eerste twee weken van de minor wordt aandacht besteed aan basiskennis over het functioneren van het centrale zenuwstelsel en wordt het ICF-model toegelicht: een classificatiesysteem om het menselijk functioneren te beschrijven in drie dimensies: [1] de functies en anatomische eigenschappen van het menselijk organisme; [2] het activiteitenpatroon: wat kun je nog en [3] participatie of deelname aan het sociaal maatschappelijk leven. De overige weken wordt aandacht besteed aan de vier verschillende diagnosegroepen (dwarslaesie, CVA, traumatisch hersenletsel en Cerebrale Parese). Er wordt ingegaan op de vroege samenwerking met disciplines als neurochirurgie, neurologie en neonatologie. Interventies in de acute fase hebben namelijk impact op het latere functioneren van de patiënt. Ook klinische gevolgen zoals decubitus, blaas-darmregulatiestoornissen, spasticiteit, gedragsregulatiestoornissen, afasie en de daarop gerichte interventies komen aan bod evenals interdisciplinaire behandeling zoals door de fysio- en ergotherapeut, logopedist en psycholoog. Ook de gevolgen voor de patiënt op zijn sociaal en maatschappelijk functioneren en de daarvoor beschikbare interventies komen aan bod.

De minor kenmerkt zich door kleinschalig onderwijs. Er is ruime mogelijkheid om mee te lopen met spreekuren, visites, patiëntbesprekingen en om patiënten met genoemde aandoeningen te zien. Dit vereist van de student een gemotiveerde en professionele houding.

Omdat toepassing van technologie en big data sterk in opkomst zijn bij revalidatie zal een deel van het onderwijs worden verzorgd door medewerkers van de TU Delft en worden er bezoeken gebracht aan de daar aanwezige roboticalabs.

Leerdoelen

Na afloop van deze minor

  • Kan de student op hoofdlijnen het beloop van de ziektebeelden dwarslaesie, CVA, traumatisch hersenletsel en Cerebrale Parese beschrijven.
  • Kan de student de daarmee gepaard gaande klinische complicaties, de belangrijkste interventiemogelijkheden en de gevolgen voor de patiënt beschrijven.
  • Heeft de student kennis gemaakt met zowel klinische als poliklinische taken van de revalidatiearts zowel in de acute, subacute als de chronische fase.
  • Is de student op de hoogte van de benodigde interactie met aanpalende disciplines waaronder de neurochirurgie, neurologie, neonatologie en de kindergeneeskunde.
  • Heeft de student inzicht in de samenwerking binnen het revalidatieteam van revalidatiearts, paramedici en psychosociale behandelaars.
  • Beheerst de student een basaal bedside gedragsneurologisch onderzoek inclusief cognitie en taalfuncties, kent het classificatiesysteem van dwarslaesies en CP en kan dit vertalen naar functionele consequenties.
  • Heeft een basaal inzicht in het belang van gangbeeldanalyse, orthesiologie en de inzet van robotica in de revalidatie.

Bijzondere kenmerken

Geneeskundestudenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam en het LUMC, en studenten Klinische Technologie kunnen zich inschrijven voor deze minor.
Er geldt een aanwezigheidsverplichting voor al het minoronderwijs.

Inhoudelijke weekplanning

Week 1 en 2: Introductie:
• Overzicht op hoofdlijnen van de belangrijkste kenmerken van de vier ziektebeelden
• Inzicht in de ketenzorg van neurorevalidatie
• Organisatie, werking en ontwikkeling van de hersenen en het centraal zenuwstelsel en hoe zich dit vertaalt naar het (opnieuw) leren van vaardigheden.
• Inzicht in gebruik van ICF-model om het functioneren van patiënten te beschrijven
• Achtergrond bij het opstellen van een patiënt-casusbeschrijving.

Week 3-9: Thematisch onderwijs
In vier blokken wordt aandacht besteed aan alle aspecten van dwarslaesie (2 weken), CVA en hersenletsel (2 weken), kinderrevalidatie / cerebrale parese (2 weken) en inzet van robotica in de revalidatie (1 week) . Elk blok wordt geleid door een ervaren revalidatiearts die de betreffende diagnose als zijn/haar specialisatie heeft. De weken zullen bestaan uit vaste dagdelen met interactieve colleges. Er is gedurende deze weken volop de gelegenheid om mee te lopen in de kliniek. De studenten werken vanaf week 3 aan patiënt-casusbeschrijvingen in de vorm van een Critical Appraisal of a topic (CAT) per diagnose.

Week 10: Eindtoets.

Onderwijswerkvormen

• Interactieve colleges
• Presentaties van patiënten over hun eigen ervaringen
• Klinische oriëntatie; bijwonen klinische besprekingen, spreekuren en bedside teaching
• Practica
• Zelfstudie: Er wordt een diagnosegroep gekozen en uitgediept door middel van een casusbeschrijving.
• Excursies Revalidatiecentrum (Rijndam Westersingel en Ringdijk) en TU Delft (roboticalabs)
• Minisymposia: presentatie van de patiënt-casussen
• Presentatie van wetenschappelijk onderzoek afdeling revalidatiegeneeskunde

Onderwijsmateriaal

Het onderwijsmateriaal zal in ieder geval delen van de volgende boeken bevatten:
• Handboek dwarslaesierevalidatie. FWA van Asbek, IJW van Nes. ISBN 9789023255086.
• Kinderrevalidatie. M Hadders Algra, K Maathuis , RF Pangalila, JG Becher, J de Moor. ISBN 9789023250807
• Revalidatie voor volwassenen. JHB Geerzen, JS Rietman en EG Vanderstraeten. ISBN 9789023250791
Dit zal worden aangevuld met geselecteerde teksten en artikelen, aangevuld met door docenten aangeleverd materiaal dat via Canvas beschikbaar wordt gesteld.

Tentaminering

Wijze van tentaminering

Aan het eind van week 10 volgt een eindtoets over alle stof.

Verder werkt iedere student in twee- of drietallen per diagnose een casusbeschrijving uit in de vorm van een Critical Appraisal of a Topic. Deze wordt in een artikel beschreven volgens een aangereikt format. Daarna wordt deze casus door de groep gepresenteerd in de afsluitende bijeenkomst van ieder blok.

Per blok maakt de student een verslag van de meeloopmomenten. Hieraan is een opdracht verbonden.

Samenstelling eindcijfer

10% meeloopverslagen, 40% casus (presentatie en schriftelijke productie), 50% eindtoets.

Alle afzonderlijke toetsingsonderdelen dienen met een voldoende (5,5 of meer) te worden afgesloten.

Aanwezigheid bij al het aangeboden minoronderwijs is verplicht (zwaarwegende redenen voor absentie worden besproken met de coördinator).

Feedbackvorm
Er is wekelijkse de mogelijkheid met de begeleider te overleggen over de voortgang van de casus.
De studenten krijgen via de coördinator feedback op hun inzet tijdens de meeloopmomenten en de colleges. Tevens krijgen zij van de betrokken revalidatieartsen (blokcoördinatoren) feedback op hun meeloopverslag.
De feedback op en beoordeling van het schriftelijk product zal worden besproken met de studenten.
De feedback op de presentatie wordt besproken met alle studenten en met de begeleider in combinatie met bespreking van het schriftelijk eindproduct.

Contactinformatie

Agaath Sluijter
a.sluijter@erasmusmc.nl
06 21804367
NC 330

Categorie
Verdiepende minor
Code
GENMIN48
Tijdsduur
10 weken
Organisatie
Erasmus MC
Studiepunten (EC)
15
Voertaal
Nederlands
Locatie
Erasmus MC, Rotterdam