Aansprakelijkheidsmaatstaf ‘ernstig verwijt’ rijmt niet met de wet

Aansprakelijkheidsmaatstaf ‘ernstig verwijt’ rijmt niet met

De ernstigverwijtmaatstaf is niet nodig en leidt tot verwarring. Dat stelt advocaat Winand Westenbroek in zijn proefschrift ‘Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie’. Het Nederlandse bestuurdersaansprakelijkheidsrecht is volgens hem toe aan herbezinning en toetsingsnormen moeten worden verduidelijkt. Hij promoveert vrijdag 3 november 2017 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Misstanden of onbehoorlijk bestuur bij (beursgenoteerde) vennootschappen, woningcorporaties of zorginstellingen zijn topics in de media. Niet zelden omdat bestuurders ook een strafrechtelijk verwijt valt te maken. De vaker voorkomende civielrechtelijke aansprakelijkheid van bestuurders voor schade van de organisatie (‘interne aansprakelijkheid’) of van derden die met de organisatie zaken doen (‘externe aansprakelijkheid’), krijgt vaak minder aandacht.

Toetsingsnormen voor bestuurdersaansprakelijkheid wijken af van de wet
De Hoge Raad eist voor interne en externe aansprakelijkheid dat bestuurders een ‘ernstig’ verwijt kan worden gemaakt. Deze maatstaf zou een ‘hoge drempel voor aansprakelijkheid’ vormen. Maar wat is het verschil met een gewoon verwijt en wat is het referentiekader bij een ‘hoge drempel voor aansprakelijkheid’? Westenbroek onderzocht waar de term ‘ernstig verwijt’ vandaan komt en of deze is te rijmen met de wet. Hij concludeert dat dit laatste niet het geval is.

Bestuurder moet kunnen ondernemen
De ernstigverwijtmaatstaf wordt in de rechtswereld gerechtvaardigd met het argument dat bestuurders zonder die maatstaf bang zouden zijn om te ondernemen. Volgens Westenbroek hebben bestuurders binnen het wettelijk systeem echter al alle ruimte om te ondernemen zonder aansprakelijkheid te hoeven vrezen. De ernstigverwijtmaatstaf is daarvoor niet nodig en leidt tot verwarring.

Fundamentele bestuursverplichtingen
Bestuurders hebben verder vele fundamentele bestuursverplichtingen zoals het zorgen voor een goede boekhouding, het voeren van een gedegen financieel beleid en het voeren van collegiaal bestuur. Dat laatste houdt in toezicht houden op medebestuurders en zo nodig ingrijpen. De ernstigverwijtmaatstaf suggereert ten onrechte dat bij een gewoon verwijt van tekortkoming in deze verplichtingen, bestuurders niet aansprakelijk zijn.

Bestuurder beter ‘beschermd’ dan de werknemer?
De ernstigverwijtmaatstaf suggereert ook dat bestuurders beter beschermd worden dan werknemers die schade toebrengen aan een derde, aangezien de maatstaf niet geldt ter bescherming van werknemers. Voor een betere bescherming van bestuurders dan werknemers bestaat echter geen wettelijke grond, noch maatschappelijk draagvlak.

Loslaten ‘ernstigverwijtmaatstaf’ nodig
De ernstigverwijtmaatstaf dient losgelaten te worden. Zo kan het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht weer begrijpelijk en toegankelijk worden gemaakt voor de organisatie, diens bestuurders en derden, aldus Westenbroek.

Over Winand Westenbroek
Winand Westenbroek is sinds 2003 als advocaat werkzaam te Amsterdam. In 2016 richtte hij het zelfstandig kantoor WestLegal op. Winand Westenbroek procedeert en adviseert onder meer op het gebied van contractenrecht, ondernemingsrecht en (bestuurders)aansprakelijkheidsrecht. Hij is verbonden aan Erasmus School of Law waar hij ook zijn promotieonderzoek uitvoerde.

Winand Westenbroek
Meer informatie

Persvoorlichting Erasmus Universiteit Rotterdam, 010 4081216 of press@eur.nl

Meer nieuws ontvangen? Schrijf je in voor de Erasmus Nieuwsbrief.