Eerste internationale studie ooit: musea betere reputatie dan bedrijven

Eerste internationale studie ooit: musea betere reputatie

Musea hebben een betere reputatie dan bedrijven. Dat ontdekte professor Cees van Riel van Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM), na onderzoek in tien landen onder zowel bezoekers als niet-bezoekers van musea. Het Louvre heeft wereldwijd de beste reputatie. Het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum volgen op de tweede en derde plek en behoren daarmee tot de wereldtop. 

Al twintig jaar onderzoekt professor Cees van Riel samen met het Reputation Institute de reputaties van bedrijven, en vooral: hoe komt die reputatie tot stand? Wat zijn de redenen voor een hoge of lage reputatie? Belangrijk, want uit eerder onderzoek is bekend dat zelfs een klein verschil in reputatie al grote implicaties heeft voor de marktwaarde van bedrijven.

Net als bij bedrijven is reputatie voor musea een belangrijke ‘license to operate’. Naast financiële effecten, levert een positieve reputatie meer en betere sollicitanten op. Een organisatie met een hoge reputatie is ook eerder een geloofwaardige partner voor overheid, politiek en NGO’s, stelt Van Riel.

Toch was een reputatiestudie tot nu toe nog nooit op grote schaal uitgevoerd voor internationale kunstmusea. In deze studie is nu voor het eerst de reputatie van musea onderzocht met hetzelfde gestandaardiseerde instrument dat eerder ook voor bedrijven wordt gebruikt: RepTrak. Dit maakt de resultaten vergelijkbaar tussen musea, maar ook tussen musea en bedrijven en zelfs landen en regio’s.

Welke musea zijn onderzocht?

Voor deze studie zijn 18 kunstmusea onderzocht, gelegen in 10 landen, op 4 continenten (zie rapport voor uitgebreide lijst van landen en musea). De musea zijn onder andere geselecteerd aan de hand van hun bezoekersaantallen, waarbij een zo goed mogelijke spreiding over de continenten is geprobeerd te bereiken. Voor het onderzoek werd de mening van 12.000 mensen gepeild, zowel bezoekers als niet-bezoekers. Hieronder staan de belangrijkste resultaten. Zie voor alle rankings en conclusies het rapport in bijgevoegde PDF.

Wat zijn de belangrijkste uitkomsten van dit onderzoek?

  • Musea hebben over bijna de hele linie een zeer hoge reputatie. De meest gewaardeerde musea scoren beter dan ’s werelds meest gewaardeerde merken, zoals Rolex, LEGO of Canon.
  • Het Musée du Louvre in Parijs heeft wereldwijd onder ale respondenten de hoogste reputatie, met een score van 84.3.
  • Wereldwijd staan het Van Gogh Museum en het Rijksmuseum respectievelijk tweede en derde (reputatiescores 81.9 en 81.7). Ter vergelijking: Rolex is het meest gereputeerde bedrijf ter wereld met een score van 80.38. Lego staat op nummer 2 met een score van 79.46.
  • Onder Europese respondenten neemt het Van Gogh Museum de eerste plaats in in de reputatie-ranking, nog voor het Louvre en het Rijksmuseum.
  • De belangrijkste drijfveren achter de hoge reputatie van musea zijn met name de kwaliteit van de collectie en het onderscheidende van de collectie.
  • De reputatie van stad en regio’s waar het museum zich in bevindt, speelt ook een rol: een hoge reputatie van stad en en regio -zoals het geval is in Amsterdam- stuwt de reputatie van een museum omhoog. Het is andersom ook waarschijnlijk dat een gereputeerd museum de omliggende stad een hogere reputatie kan geven dan het land als geheel. Dit is mogelijk aan de hand in St. Petersburg, stelt Van Riel: Rusland heeft wereldwijd een relatief lage reputatiescore (39.8), maar de Hermitage scoort wereldwijd 81.4 en staat daarmee vierde. De reputatiescore van St. Petersburg, de stad waar de Hermitage zich bevindt, is met 67.8 een stuk hoger dan het land als geheel. Het lijkt waarschijnlijk dat deze stad profiteert van de torenhoge reputatie van de Hermitage, aldus Van Riel.
  • Daarnaast worden musea zeer gewaardeerd om hun bijdrage aan de maatschappij: ze conserveren erfgoed, ze hebben een educatieve functie en ze vermaken een groot publiek. Zeker in Europa is dat publiek steeds diverser en wordt de collectie toegankelijk gemaakt voor meer mensen die niet tot de culturele en economische elite horen. Daar worden die musea voor beloond in de vorm van een hogere reputatie, meent Van Riel.
  • Ten slotte worden musea gewaardeerd om hun goede bestuur, blijkt uit het onderzoek: publiek verkregen middelen worden op een verstandige manier besteed in de ogen van het grote publiek.

 Wat zijn de belangrijkste implicaties van het rapport?

Bedrijven die hun reputatie willen verhogen zouden kunnen leren van de maatschappelijke bijdrage die musea leveren én van de manier waarop ze bestuurd worden zegt van Riel: “Het DNA van musea is volledig gericht op het vervullen van hun maatschappelijke taken. En met die ‘sense of purpose’, dat idee van zingeving, in het achterhoofd wordt het geld in musea zo slim mogelijk uitgegeven. Musea worden daarvoor beloond in de vorm van een fabelachtig hoge reputatie. Bedrijven die hun reputatie zouden willen verbeteren kunnen zeker een voorbeeld nemen aan deze drijfveren van de hoge museumreputaties.”

Bekijk hier de video die we maakten over het onderzoek.

Meer informatie

Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met Ramses Singeling, Media Officer voor RSM, op +31 10 408 2028, of per e-mail op singeling@rsm.nl.