Gevangenisstraf meestal lager dan de eis

Gevangenisstraf meestal lager dan de eis

In bijna driekwart van de strafzaken naar georganiseerde criminaliteit legt de rechter een lagere gevangenisstraf op dan door de officier van justitie was geëist. Het instellen van hoger beroep levert de verdachte verkorting van de vrijheidsstraf op van zo’n twee jaar. Dat blijkt uit onderzoek van Erasmus School of Law, in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap.

Karin van Wingerde en Henk van de Bunt (Erasmus School of Law) onderzochten de geëiste en opgelegde straffen bij de strafrechtelijke afhandeling van georganiseerde criminaliteit.

Hoewel de aanpak van georganiseerde criminaliteit sinds de jaren negentig hoog op de politieke agenda staat en ook een van de belangrijkste prioriteiten van politie en justitie is, zijn er maar weinig feitelijke gegevens bekend over hoe deze zaken worden afgedaan. Het doel van dit onderzoek was daarom om inzichtelijk te maken hoe georganiseerde misdaadzaken strafrechtelijk worden afgedaan. En ook: welke verschillen treden daarbij op tussen de door de officier van justitie geëiste en door de rechter opgelegde vrijheidsstraffen - in eerste aanleg en in hoger beroep?

Om deze vragen te beantwoorden moesten de twee onderzoekers veel zoekwerk verrichten in de justitiële gegevensbestanden. Op basis van 70 zaken uit de Monitor Georganiseerde Criminaliteit is voor 471 verdachten nagegaan welke gevangenisstraffen in eerste aanleg en in hoger beroep werden geëist en vervolgens door de rechter werden opgelegd. Deze informatie heeft betrekking op 444 zaken in eerste aanleg, 207 zaken in hoger beroep en 180 zaken waarvan de onderzoekers zowel de zaak in eerste aanleg als het hoger beroep hebben kunnen vinden. Tot slot zijn twintig interviews gehouden met rechters, officieren van justitie en rechercheurs om de gevonden verschillen te kunnen duiden.

Lagere straffen
Het onderzoek van Van Wingerde en Van de Bunt laat zien dat de rechter in bijna driekwart van de zaken in eerste aanleg en in hoger beroep een lagere gevangenisstraf oplegt dan door de officier van justitie was geëist. Daarnaast legt het gerechtshof in hoger beroep in een meerderheid van de gevallen ook een lagere gevangenisstraf op dan de rechter in eerste aanleg. Het instellen van hoger beroep levert de verdachte een vrijheidsstraf op die gemiddeld 26 maanden (zo’n twee jaar) korter dan in eerste aanleg was geëist.

De interviews laten vervolgens zien dat deze verschillen niet het gevolg zijn van diepgaande meningsverschillen over de ernst of strafwaardigheid tussen officieren van justitie en rechters of tussen eerste en tweede aanleg. De verschillen zijn terug te voeren op deelvrijspraken (de situatie dat de rechter een deel van de ten laste gelegde feiten niet bewezen verklaart) en op de lange doorlooptijden bij de behandeling van deze strafzaken. Georganiseerde criminaliteit betreft namelijk veelal complexe zaken die lang voortduren, gemiddeld bijna 25 maanden.

De onderzoekers bepleiten een discussie over de (on)wenselijkheid van deze verschillen, het inbouwen van incentives die alle procespartijen belang geven bij een snelle afdoening van de zaak en de ontwikkeling van een centrale, landelijke databank waarin gegevens over geëiste en opgelegde straffen zijn opgenomen.

Persbericht Politie en Wetenschap

‘Geëiste en opgelegde straffen bij de strafrechtelijke afhandeling van georganiseerde criminaliteit. Rapportage in het kader van de vijfde ronde van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit’ (PW99)

Politiewetenschap 99, Politie en Wetenschap, Apeldoorn; Sdu, Den Haag 2017. Het rapport is gratis te downloaden als PDF of als E-book van de website www.politieenwetenschap.nl

Meer informatie

Karin van Wingerde: 010-4082664 / vanwingerde@law.eur.nl

Van de zijde van Politie en Wetenschap: Annemieke Venderbosch, directeur Programma Politie & Wetenschap: 06-13216168