Lid College van Bestuur

Erasmus Universiteit Rotterdam

De universiteit

De Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) vierde in het academisch jaar 2013-2014 haar honderdjarig bestaan met als thema ‘100 jaar Impact’. Wat honderd jaar geleden begon als de Nederlandsche Handels-Hoogeschool is nu een bloeiende, internationale universiteit met ruim 25.000 studenten (waarvan ongeveer 5500 met een niet-Nederlands paspoort), circa 2850 medewerkers, bijna 500 hoogleraren en een jaaromzet van ongeveer € 540 miljoen.

De EUR kent zeven faculteiten (Erasmus School of Economics, Rotterdam School of Management, Erasmus School of Law, Erasmus School of Social and Behavioral Sciences, Erasmus MC, Faculteit der Wijsbegeerte, Erasmus School of History, Culture and Communication) en de instituten Institute of Social Studies en Erasmus School of Health Policy & Management.

In de Strategische Alliantie Leiden-Delft-Erasmus werkt de EUR samen met de Universiteit Leiden en de TU Delft op het gebied van onderwijs, onderzoek en valorisatie in de vorm van acht gezamenlijke centres.

Bestuur en management

De EUR is nauw verbonden met de dynamiek van de stad Rotterdam en combineert dat met een sterk internationale oriëntatie. De universiteit heeft een specifiek profiel door de focus op een select aantal disciplines te verbinden aan een smeltkroes voor talent van alle leeftijden en vele culturele achtergronden. De studentenpopulatie wordt gekenmerkt door een hoge mate van diversiteit en de opleidingen kennen een grote internationale instroom.

De EUR is een universiteit met lef en heeft de ambitie om excellentie na te streven om aantrekkelijk te zijn voor toptalent maar tegelijkertijd ook toegankelijk te blijven voor brede groepen. Zij onderscheidt zich door goede studiesuccessen, arbeidsmarktrelevantie van haar opleidingen, full career aanbod, een scherpe focus in het onderzoek en wijdvertakte samenwerking onder wetenschappers.

Het college van bestuur (CvB) is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van het beleid en het beheer van de universiteit. Het CvB werkt collegiaal samen en bestaat uit drie leden: drs. K.F.B. Baele (voorzitter), prof. dr. H.A.P. Pols (rector magnificus) en drs. B.J.H. Straatman (lid).

Binnen het CvB zijn de aandachtgebieden verdeeld waarbij het gewenst en normaal is dat er ook in en met elkaars portefeuille wordt meegedacht. De voorzitter is verantwoordelijk voor algemeen bestuurlijke aangelegenheden en houdt zich bezig met het strategisch beleid, internationale aangelegenheden en externe contacten, onder meer met de regio Rotterdam, het bedrijfsleven, ministeries, politiek en de andere kennisinstellingen. De rector is verantwoordelijk voor onderwijs en onderzoek, met inbegrip van het wetenschappelijk personeel(sbeleid), studenten en wetenschapsvoorlichting.

Het lid CvB is verantwoordelijk voor financiën, ICT en bedrijfsvoering. Het bestuur van de faculteiten is éénhoofdig en wordt gevormd door de decaan, belast met de algemene leiding van de faculteit, met het bestuur en met de inrichting van de faculteit voor wat betreft het onderwijs en onderzoek en de bedrijfsvoering. De decaan participeert in het bestuur van de universiteit door overleg te voeren met het college van bestuur over de (realisatie van de) strategie en belangrijke ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en onderzoek en de begroting/bedrijfsvoering.

Het college van bestuur wordt op dit moment beleidsmatig ondersteund door de algemene bestuursdienst (ABD) bestaande uit een aantal afdelingen (academische zaken, bestuurlijke en juridische zaken, corporate planning en control, central information office en het redactioneel onafhankelijke Erasmus Magazine). Deze dienst ondersteunt het CvB bij het uitoefenen van haar verantwoordelijkheid voor de kwaliteit, toegankelijkheid en de financiering van onderwijs en onderzoek.

De ABD wordt aangestuurd door een directeur, tevens de secretaris van de EUR. In het University Support Centre (USC) zijn de diensten op gebied van ICT, hr en finance, facilitaire dienstverlening, huisvesting, marketing & communicatie en onderwijs en studentzaken gebundeld. Hier wordt samen gewerkt aan goed afgestemde en resultaatgerichte dienstverlening voor medewerkers en studenten. De universiteitsbibliotheek is apart gepositioneerd. Op centraal niveau vertegenwoordigt de Universiteitsraad de studenten en medewerkers van de EUR en op faculteitsniveau zijn faculteitsraden actief. De relaties met de medezeggenschap zijn goed en constructief te noemen.

Ontwikkelingen

In de afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in het profileren en positioneren van de EUR in het (inter)nationale landschap. De relaties met het externe veld, de stakeholders (bedrijfsleven, universiteiten en hogescholen, gemeente Rotterdam) zijn versterkt. De EUR heeft qua externe zichtbaarheid en maatschappelijke impact duidelijk aan kracht gewonnen. Daarnaast zijn er stappen gezet in verbetering van de kwaliteit van het onderwijsbeleid en –prestaties en het onderzoek.

De opdracht voor het CvB is het realiseren van de doelstellingen in een snel veranderende wereld. Denk aan opkomende economieën, de strijd om de meest getalenteerde studenten, de steeds hoger wordende eisen die aan het hoger onderwijs worden gesteld, krimpende middelen vanuit de overheid en een hiermee gepaard gaande noodzaak tot het verwerven van meer middelen uit Europese fondsen (onderzoeksfinanciering die steeds meer gepaard gaat met de eis van interdisciplinaire en (inter)nationale samenwerking) en uit de vierde geldstroom, digitalisering van het onderwijs en een neerwaartse druk op de salarissen in de publieke sector.

De uitdaging waar de EUR voor staat, is in deze snel veranderende wereld een koers te varen waarmee ze haar maatschappelijke taken als kennisinstelling in Rotterdam en omgeving verder versterkt, terwijl ze tegelijkertijd een solide en duurzame basis onder haar bestaan legt.

Tegen deze achtergrond staat de EUR voor de volgende belangrijke uitdagingen:

• Studiesucces & arbeidsmarkt: verdere verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en van de aansluiting op de arbeidsmarkt om de (internationale) werfkracht te vergroten. Veranderende financiering onderwijs en consequenties kleinschalig onderwijs (mensen, middelen, vastgoed).
• Onderzoekskwaliteit: versterking van het onderzoek, zowel in de breedte als in de diepte, om zich te kunnen wapenen tegen de toegenomen concurrentie op het wereldtoneel.
• Herkenbaarheid: verdere versterking van het eigen, onderscheidende profiel met nadruk op hoogwaardig en aantrekkelijk onderwijs en excellent onderzoek. Daarnaast bestaat die herkenbaarheid uit aandacht voor diversiteit in brede zin, voor internationalisering maar ook voor aandacht voor en betrokkenheid bij de (Rotterdamse) samenleving.
• Internationalisering: een verdere versterking van het internationale profiel van de universiteit om de positie in de internationale markt van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek te verstevigen, ook door internationaal de institutionele samenwerking verder uit te bouwen en de aantrekkelijkheid voor buitenlandse studenten te vergroten.
• Financiële soliditeit: verdere vermindering van de afhankelijkheid van de eerste – gestaag afnemende – geldstroom, door vooral derde en vierde geldstroominitiatieven te ontplooien en de efficiëntie van de organisatie verder te vergroten.

Opdracht nieuw lid college van bestuur

Het college van bestuur wil de bedrijfsvoering binnen de wettelijke- en beleidskaders van de EUR organiseren vanuit het perspectief van onderwijs en onderzoek en realiseert een infrastructuur en ondersteuning die maximaal bijdraagt aan succesvol onderwijs, onderzoek en valorisatie. In de afgelopen jaren zijn er op dat gebied stappen gezet en is er veel aandacht besteed aan het verbeteren en professionaliseren van de bedrijfsvoering. Dat wordt echter nog niet altijd zo beleefd door de universitaire gemeenschap en daarom is er nog een aantal opdrachten te onderscheiden.

De ondersteunende afdelingen zijn in de afgelopen jaren gereorganiseerd waarbij de formatieve omvang is verkleind en de organisatie heringericht. Een veelheid aan afdelingen is daarbij geclusterd in het genoemde USC en de ABD. De uitdaging voor de komende periode is de bedrijfsvoeringsprocessen krachtiger te verbinden aan het primaire proces van onderwijs en onderzoek, nog beter in te richten ten dienste van onderwijs en onderzoek en te richten op het bereiken van de strategische doelen van de universiteit. Dat betekent het afmaken en borgen van in gang gezette processen, het verder optimaliseren van die (keten)processen, de samenwerking tussen de afdelingen intensiveren, de kwaliteit verhogen en de dienstbaarheid aan onderwijs en onderzoek en de faculteiten/instituten versterken. Dit laatste ook door -waar mogelijk/binnen kaders- gedifferentieerd in te spelen op de diversiteit van hun vraag en behoefte. Dat vergt van het nieuwe lid college van bestuur een focus op het realiseren van een duurzame en kwalitatieve bemensing van het USC en ABD passend bij deze doelstellingen.

De financiën van de universiteit zijn meer dan voldoende op orde en dat moet vanzelfsprekend ook zo blijven. Na de invoering van SAP ligt de nadruk op het strakker organiseren van de financiële processen, het verbeteren van de budgetdiscipline, het intensiveren van de rapportagecyclus inclusief full year updates en het verbeteren van de projectcontrole. De nieuwe bestuurder is hierbij nadrukkelijk zelf in de lead. Met name op het gebied van ICT liggen er ook door de historische structuur van de universiteit nog forse uitdagingen, zowel in de ondersteuning (van de vernieuwing) van het onderwijs en onderzoek, in het creëren van een optimale leeromgeving voor de studenten alsmede ten behoeve van de algemene ondersteunende processen van de universiteit als organisatie. Op het gebied van ICT dient derhalve eerst nog gewerkt te worden aan het op orde brengen van de basis, inclusief IT veiligheid, direct gevolgd door een versnelling van de Virtuele Campus in Ontwikkeling. Dit onder het motto digital = normal. De aansturing hiervan vindt plaats in nauwe samenwerking met de nieuw te benoemen Chief Information Officer.

Na de vorming van het USC is de opdracht dit als een professioneel service centrum voor bedrijfsvoering te laten gaan werken ten behoeve van een optimale ondersteuning van en dienstbaarheid aan onderwijs en onderzoek. Binnen de kaderstelling vanuit wet- en regelgeving alsmede EUR beleidsregels is het USC een afgeleide van de processen van onderwijs en onderzoek, staat daaraan ten dienste en is nadrukkelijk niet een entiteit op zichzelf. Dat betekent dat er gestuurd moet worden op een aantal kritische succesfactoren/indicatoren (hard en zacht) waarbij “klant”tevredenheid van onderwijs en onderzoek uitgangspunt en doel is. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de directie van het USC. Er liggen twee externe rapportages, te weten de 0-meting van de nieuw aangestelde accountant Deloitte en het rapport ten aanzien van de status IT bij de EUR. Het nieuwe lid college van bestuur zal de opdracht krijgen om, in samenwerking met de decanen en ondersteunende staf en op basis van de twee rapporten, een concept verbeterprogramma op te stellen en te realiseren ter verbetering van de bedrijfsvoering.

De functie

In het licht van de wens om de bedrijfsvoering binnen de wettelijke- en beleidskaders van de EUR te organiseren vanuit het perspectief van onderwijs en onderzoek past het ook de portefeuilles (op de grensvlakken) van de bedrijfsvoering en onderwijs en onderzoek -meer dan in het verleden- te verdelen over de leden van het college van bestuur, waarbij heldere verantwoordelijkheden zijn toebedeeld. Dat gezegd hebbende zullen voor het nieuwe lid college van bestuur de belangrijkste aandachtsgebieden financiën, ICT en bedrijfsvoering zijn.

Echter, de exacte portefeuilleverdeling binnen het college van bestuur wordt vastgesteld op basis van ieders expertise en voorkeuren op het moment van aantreden van het nieuwe lid college van bestuur. Dat het college van bestuur een goed werkend en complementair team dient te zijn, is daarbij vanzelfsprekend. Het huidige lid college van bestuur legt zijn functie per 1 september aanstaande neer. Het nieuwe lid college van bestuur geeft in constructieve samenwerking met de universitaire gemeenschap en de medezeggenschapsorganen en in collegiale samenwerking binnen het college van bestuur in het bijzonder, trefzeker leiding aan het genoemde veranderingsproces en verwerft daarvoor vertrouwen zodat de faculteiten de voordelen gaan ervaren. De ingezette verandering wordt voortgezet. Daarbij moet ruimte bestaan voor maatwerkoplossingen binnen de afgesproken kaders. Daarom is het nieuwe lid college van bestuur niet alleen iemand met ervaring met het goed organiseren en laten functioneren van de bedrijfsvoering ten behoeve van het primaire proces, maar ook iemand die kennis en ervaring heeft met de primaire processen onderwijs, onderzoek en valorisatie. De ideale kandidaat legt verbindingen en laat de bedrijfsvoeringsfuncties het onderwijs en onderzoek zichtbaar en merkbaar ondersteunen, zodat de faculteiten en studenten de ingezette verandering als een verbetering ervaren. Het nieuwe collegelid stuurt daadkrachtig de diensten aan die de ondersteuning leveren, zorgt waar nodig voor samenhang in de bedrijfsvoeringsfuncties en bevordert een goede verbinding tussen USC, ABD en faculteiten.

Profiel

Het nieuwe lid college van bestuur
•  heeft een stevige inhoudelijke kennis van en ervaring met de aandachtsgebieden financiën, ICT en bedrijfsvoering, met name ook in relatie tot de karakteristieken van de universiteit als gemeenschap;
•  heeft een uitstekend ontwikkeld gevoel voor de bestuurlijke en organisatorische verhoudingen binnen de universiteit, waarin faculteiten en de medezeggenschapsorganen belangrijke partners zijn. Hij/zij Is een ervaren bestuurder dan wel iemand die de stap vanuit een directiefunctie naar de bestuurdersrol kan zetten en zich die rol snel eigen kan maken;
•  combineert de bestuurlijke oriëntatie met een scherp gevoel en oog voor een effectieve organisatie van de ondersteunende processen en de kwaliteit daarvan. Hij/zij heeft aantoonbare ervaring in het sturen van veranderingsprocessen gericht op versterking van de kwaliteit van (keten)processen en professionaliteit van mensen in het domein van de bedrijfsvoering instellingsbreed;
•  heeft affiniteit met wetenschappelijk onderwijs, onderzoek en valorisatie, en met de mensen die dat realiseren: de gemeenschap van docenten, onderzoekers, studenten en ondersteunend personeel. Ervaring in het hoger onderwijs en/of aanpalende sectoren als (toegepaste) onderzoeksinstituten en de academische zorg en/of gepromoveerd zijn strekt daarbij tot aanbeveling;
•  kan zich vinden in voor deze instelling belangrijke uitgangspunten als versterking diversiteitsbeleid en uitbouw van de contacten met de (Rotterdamse) samenleving en beheerst de Engelse taal;
•  heeft een sterk analytisch en conceptueel vermogen, geeft tegendenkers de ruimte, is samenwerkingsgericht, bezit overtuigingskracht, is besluitvaardig en kan zaken afmaken, luistert goed, is vertrouwenwekkend, stelt zich open en kwetsbaar op, heeft een rechte rug. Hij/zij kan zich door eigen ervaring en persoonlijkheid uitstekend inleven in de wereld van het wetenschappelijk en ondersteunend personeel, decanen en studenten en gebruikt met name ook zijn of haar sterk verbindende kwaliteiten om resultaten te boeken.

Benoeming

De benoeming is voor een periode van vier jaar met de mogelijkheid tot eenmaal herbenoeming. De raad van toezicht streeft ernaar de functie per 1 september 2017 te hebben ingevuld. Het selectieproces wordt in nauwe samenwerking met de academische gemeenschap en de Universiteitsraad vormgegeven onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht.

Beloning

De functie is gewaardeerd binnen de geldende Wet Normering Topinkomens.

Procedure

De EUR laat zich in deze procedure bijstaan door drs. Pieter Cortenbach van Vanderkruijs, partner in executive search. Belangstellenden kunnen hun interesse kenbaar maken door, uiterlijk 17 mei, een korte motivatie (inclusief actueel cv) te sturen aan eur@vanderkruijs.com. Voor informatie kunnen geïnteresseerden ook bellen met Pieter Cortenbach of Dewi Harsono-Henneman op 030-8200062.