Samenwerken met burgers geen garantie voor succes

‘Co-creatie’ en ‘coproductie’ zijn buzz words in de samenwerking tussen overheid en burgers, bijvoorbeeld het samen opknappen van een speeltuin. Maar het is de vraag of dit een succes is. Dat concludeert bestuurskundige William Voorberg in zijn proefschrift, dat hij op vrijdag 24 november 2017 verdedigt. Mensen zijn nauwelijks te stimuleren om samen op te trekken, overheden weten niet of ze ruimte moeten bieden en sociale ongelijkheid wordt vaak in de hand gewerkt. 

Opknappen van een speeltuin

Termen als co-creatie en coproductie zijn niet meer weg te denken uit overheidsbeleid sinds in 2013 de participatiesamenleving zijn intrede deed in bestuurlijk Nederland. Overheden maken een terugtrekkende beweging om meer ruimte te laten aan co-creatie en coproductie met burgers. Denk aan het gezamenlijk opknappen of beheren van stadsplantsoenen, leegstaande gebouwen en speeltuinen. 

Het onderzoek van Voorberg richtte zich niet alleen op de vraag wat deze concepten nu precies inhouden, maar ook: wat maakt of het lukt of niet? En: wat is het resultaat van dit soort projecten? 

Om deze vragen te beantwoorden heeft Voorberg op systematische wijze eerder onderzoek in kaart gebracht: ten eerste experimenteel onderzoek naar motivatoren voor co-creatie en coproductie. Mensen werd gevraagd in hoeverre ze taallessen aan vluchtelingen wilden ‘coproduceren’ met hun gemeente. De ene groep kreeg een geldelijke vergoeding ‘toegediend’ en de andere niet. Ook keek Voorberg naar internationaal vergelijkend onderzoek naar co-creatie en coproductie in de EU. 

Experiment
Uit het experiment van Voorberg blijkt dat het stimuleren van mensen door middel van geld om met hun gemeente te gaan coproduceren niet zo gemakkelijk is. Hij laat zien dat het bieden van een vrijwilligersvergoeding geen effect heeft op de bereidheid van mensen.  Zelfs een vergoeding die vergelijkbaar is met het netto uurloon van een basisschool docent had maar een marginaal effect op deze bereidheid.

Context
Uit het vergelijkend onderzoek in verschillende EU-landen blijkt verder dat een traditie van samenwerken met burgers en andere betrokkenen geen voorwaarde is voor succesvolle co-creatie. In landen als Duitsland en Nederland, die een lange traditie van gezamenlijk optrekken kennen, is samenwerking zó in regels en wetten gegoten dat er voor co-creatie juist weinig ruimte is. 

Tegen de verwachtingen laat Voorberg tevens zien dat een hiërarchische staatstraditie ook erg behulpzaam kan zijn bij het implementeren van co-creatie, wanneer betrokken overheden het nut van co-creatie inzien. 

Uitkomsten
De uitkomsten van co-creatie zijn ook niet zonder meer positie, stelt Voorberg. Vaak blijven de minder bedeelden uit de samenleving aan de kant staan, terwijl de meer vermogende burgers allerlei hippe ideeën initiëren rondom stadsplantsoenen, leegstaande gebouwen en speeltuinen. 

Dat alles roept vragen op waar de echte waarde van co-creatie en coproductie zit. Voorberg beargumenteert dat die waarde slechts te zien is als co-creatie en coproductie als instrument worden gehanteerd om iets anders te bereiken - en niet als waarde op zichzelf.

Het proefschrift: Co-creation and Co-production as a Strategy for Public Service Innovation.

Over William Voorberg
William Voorberg (1985) studeerde eerst Sociaal Werk aan Hogeschool InHolland en deed vervolgens de master Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2010 is hij docent Bestuurskunde aan de EUR. 


Publicatiedatum: 13 november 2017