Strafrechtelijke contact-, locatie- en gebiedsverboden ter bescherming van slachtoffers onderzocht

Strafrechtelijke contact-, locatie- en gebiedsverboden ter bescherming van slachtoffers van geweld en stalking worden vaak niet nageleefd en het optreden van politie en justitie bij schendingen kent beperkingen. Toch zien slachtoffers en professionals de verboden als een belangrijk instrument in de bescherming van slachtoffers. Dit blijkt uit diepgravend onderzoek door criminologen dr. Tamar Fischer en Irma Cleven MSc en juriste prof. mr. Sanne Struijk van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

De onderzoekers concluderen dat er veel schendingen van de verboden plaatsvinden. Hoeveel dat er precies zijn, is moeilijk vast te stellen. Afgaand op registraties bij het Openbaar Ministerie en de Reclassering is in een kwart van de 423 onderzochte zaken een verbod geschonden. Slachtoffers melden in de slachtofferenquête voor twee keer zo veel zaken een schending van het verbod.

Verboden hebben ook als doel de veiligheidsbeleving van slachtoffers te vergroten. Ongeveer de helft van de slachtoffers geeft aan dat het verbod daaraan positief bijdraagt. Tegelijk voelt ruim tweederde van de slachtoffers zich ondanks het verbod nog altijd erg onveilig. Daarbij speelt ook de angst voor de veiligheid van naasten, die vaak niet door het verbod worden beschermd, een grote rol.

Knelpunten en succesfactoren voor effectiviteit

Het belangrijkste knelpunt bij het effectief handhaven van de verboden blijkt dat de signalering van schendingen grotendeels afhangt van meldingen door het slachtoffer. Van proactieve signalering door de handhavende instanties blijkt maar zeer beperkt sprake en dit levert problemen op voor de tijdigheid van de reactie en het rondkrijgen van de bewijslast.

Verboden worden vaak opgelegd in complexe zaken waarin veel kennis over de specifieke situatie en over het verbod nodig is om met gepaste urgentie op een melding te reageren. Die informatie blijkt vaak niet voldoende toegankelijk voor politiemedewerkers bij wie een melding binnenkomt. Het is voor slachtoffers dan ook erg belangrijk dat zij bij een schending gemakkelijk contact kunnen krijgen met een medewerker die kennis heeft van de zaak.

Aandacht voor veiligheidsbeleving

Een in het oog springende bevinding is de achterblijvende aandacht van de handhavende instanties voor de veiligheidsbeleving van slachtoffers. Waar de instanties zich vooral richten op het voorkomen van nieuw geweld, verlangen slachtoffers ook sterk naar rust, een gevoel van vrijheid en de kans een plek te kunnen geven aan hun boosheid over wat de verdachte of dader heeft aangericht. Daarbij zijn ook kleine confrontaties (zeker als ze frequent voorkomen), of onzekerheid over de kans op confrontaties met de verdachte of dader, vaak al sterk verstorend.

Over het onderzoek

Voor het onderzoek zijn 49 interviews gehouden, 423 dossiers bestudeerd en 101 slachtofferenquêtes retour ontvangen. Met deze combinatie van gegevens hebben de onderzoekers een rijk beeld geschetst van de naleving, handhavingspraktijk en slachtofferbeleving bij strafrechtelijke verboden

Professor
Faculteit
Erasmus School of Law
Universiteit
Erasmus University Rotterdam
Universitair Hoofddocent
Faculteit
Erasmus School of Law
Universiteit
Erasmus University Rotterdam
Onderzoeker
Faculteit
Erasmus School of Law
Universiteit
Erasmus University Rotterdam