Wim Hartman

Zaterdag 31 januari 1953. Ik was met mijn vriend Kees van de Vaate (beide 13 jaar), op stap. In mijn dagboek-1953 schreef ik over deze en volgende dagen:

Om 20 uur naar de Olympus-bijeenkomst bij Rob Houwaard. Om 24 uur naar ’t Venster: De Filmliga van het Venster houdt elk jaar een Chaplin-nacht: The Vagabond, 1916; Easy Street, 1917; The Cure, 1917; The Pelgrim 1923; en met Joop Walvis aan de pianoà Geweldig.

Toen we laat in de nacht weer buiten stonden was het noodweer. Regen en een hevige, nee een zeer hevige storm. Zinken teilen vlogen door de lucht, waren ergens van balkons afgewaaid. Dakpannen. Zware takken van bomen. We wilden niet naar de Maas gaan: gewoon naar huis gaan; om 3.00 uur thuis. Watersnood?

1 februari – Neen, erger: de Rampnacht. De volgende morgen kwam de informatie via de radio op gang. Er waren die nacht circa 2000 mensen verdronken in Zeeland en Zuid-Holland. Maar dat wist men pas veel later. Het redactionele voorpagina-artikel van De Libertijn(maart nr.) zegt het als volgt:

“RAMP. 2 februari  - Nederland is weer Nederland: We weten weer, dat het onder de waterspiegel ligt, en we beseffen een ongekende eenheid in teneerdrukking en helpdrift. Ongekend, althans zoveel hogerstaand dan de moffenhaat van negen jaar geleden. Een ramp als deze watersnood hielden we in onze technisch geperfectioneerde tijd niet meer voor mogelijk. Het schijnt alsof de natuur wraak neemt op de techniek. Eilanden zijn verworden tot groezelige watermassa’s in diepe zeemonden; polders tot meren. Het komt in ons kleine landje voor dat men nu, na twee dagen, nog moet ontdekken dat eilanden verzwolgen zijn en dat mensen op dijken, daken en in bomen een derde nacht van verschrikking ingaan. Het is onvoorstelbaar. Het is mij onmogelijk te schrijven. // Gas, waterleiding en elektriciteit vallen geheel of gedeeltelijk i, spoorverkeer is ontwricht, de overblijvende wegen kunnen het verkeer ternauwernood verwerken, overal is een nijpend tekort aan boten. Om over problemen als voorziening in kleding, dekens, voedsel en medicamenten en verzorging van vee maar te zwijgen./ Er is één medium welke onmisbaar bleek in de hulpverlening en welke ik nog niet genoemd heb: de radio. Deze is het minst gestoorde, het meest volledige en het meest nationale blijk van steunverlening geweest. Velen met mij zullen als nooit tevoren op een zo aangrijpende wijze ervaren hebben, welke inhoud aan het begrip ‘Vaderland’ nog gegeven kan worden. Het is een van de vele lessen welke deze catastrofe ons gegeven heeft.

2 februari – Naar Spijkenisse, Abbebroek, Heenvliet en Groene Kruisweg, met truck met ca. 40 arbeiders uit Den Haag. [kunnen we ergens helpen?] De volgende dag zit ik ziek op kantoor, ga om 18.00 uur thuis naar bed en ben op 4 februari weer beter geworden.

8 februari – Nationale Rouwdag; Waarom geen nationale werkdag? Alles is dicht, ook de Filmliga gaat niet door.

Reflexie.

2 mei 2017 Als ik nu, in 2017, 64 jaar later, door de indrukwekkende massa documentatie in het Watersnood museum loop, krijg ik een naar gevoel. Ik denk aan een moeder die met een klein kind naar de zolder van haar huis vlucht, het water stijgt tot bijna de zoldervloer. Moeder en kind zitten opgesloten in het duister. Ze moet proberen een gat te maken in de dakbedekking om iets van de omgeving te zien: alles is water; en om hulp te zwaaien. Hoe lang houdt zij deze situatie uit? Zij zit opgesloten sinds de zaterdagnacht, de 24 uur van de zondag en de 24 uur van de maandag, maar ook de dinsdag is geen hulp in zicht. Ik zie in mijn gedachten dat de muur van het eenvoudige huis onder de druk van het water bezwijkt en instort. Moeder en kind verdrinken.

Ik kan niet verder in het museum, ik moet naar buiten in de frisse lucht.

P.S. Los van bovenstaande, bewonder ik de zeer grote inspanning om het museum te vullen met enorme aantallenvoorwerpen, foto’s en verhalen, alsmede het gebruik van de Caissons. Een imponerend geheel!!!!  

Wim Hartman (nu 87 jaar)