Wat doe je als je kind niks groens wil eten?

Populaire handboeken en websites met opvoedadviezen over eten hebben het vaak bij het verkeerde eind. Dat blijkt uit onderzoek van Pauline Jansen, universitair hoofddocent psychologie aan de Erasmus Universiteit en hoofdonderzoeker in het Erasmus MC. ‘Het schuldgevoel dat ouders soms wordt aangepraat is onterecht.’

TEKST: Yasmina Aboutaleb

Haar eigen kinderen waren een tijdje moeilijke eters, vertelt Pauline Jansen. Ze zit aan haar bureau waarop twee vaasjes met papieren bloemen en een paars gekleid konijn staan. De ene dag lustten de kinderen (6 en 8 jaar) nog sperziebonen, een paar dagen later ging er niets groens meer in. Jansens kinderen zijn daarin geen uitzondering. Vijftig procent van de kinderen is een tijd een moeilijke eter. Vaak duurt het maar kort, de meeste kinderen groeien er overheen. Daarentegen zijn er ook steeds meer kinderen die te veel eten – er is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zelfs sprake van een wereldwijde obesitasepidemie. Veel ouders worstelen met het eetgedrag van hun kinderen. Ze zijn vaak bezorgd en voelen zich schuldig. Maar dat is onterecht, zegt Jansen.

Zijn ouders dan niet bepalend voor het eetgedrag van hun kinderen?
‘Ouders hebben een belangrijke rol. De eerste vier jaar zijn ze de primaire verzorgers van het kind. Zij bepalen wat er op het bord ligt. En de ouders, maar ook oudere broertjes en zusjes, zijn rolmodellen voor de kinderen. Als kinderen hen groenten, vlees en vis zien eten, dan volgen ze dat voorbeeld. Zien eten, doet eten. Vertel kinderen ook wáárom ze iets moeten eten; melk is goed voor je botten, groenten zijn goed voor je spieren. Kinderen vinden dat hartstikke leuk om
te weten.’

Maar kinderen hebben ook een eigen wil – soms blijven ze nee zeggen. Helpt aandringen?
‘Er zijn handboeken die zeggen dat je dat niet moet doen, dat je je moet aanpassen aan het kind. Maar dan went het kind er nooit aan. Het is beter om het kind het eten te laten proeven. Liever een paar hapjes, dan niets. Maar forceren is ook weer niet goed. Kinderen dwingen hun bord leeg te eten, werkt niet. Je kunt ze dan beter een boterham meer laten eten, met wat vleeswaren of kaas erop bijvoorbeeld, ter compensatie van de avondmaaltijd.’

‘Kinderen moeten leren hun verzadigingsgevoel te reguleren’

Uw onderzoek naar eetgedrag is gebaseerd op de zogenaamde Generatie R. Wie zijn dat?
‘Dit onderzoek loopt sinds 2002. Rotterdamse vrouwen uit de wijk Ommoord die zwanger waren zijn destijds gevraagd om mee te doen aan dit onderzoek. Sindsdien zijn we de kinderen, die nu 13, 14, 15 jaar oud zijn, blijven volgen. Er doen ongeveer 6.000 families mee. Omdat we deze kinderen al zo lang volgen, kunnen we aan de hand van alle beschikbare onderzoeksgegevens kijken of kinderen die nu te zwaar zijn, misschien op een bepaalde manier zijn opgevoed.’

Hoe komt het dat steeds meer kinderen obees zijn?
‘Ze bewegen te weinig en kijken te veel televisie. Sommigen kinderen kijken wel twee, drie uur televisie per dag. Daarbij zitten ze de hele tijd stil, dat is echt te lang. Door te spelen verbrand je al meer dan als je alleen televisiekijkt. Maar de grootste factor is dat we te veel eten en ongezond eten, en al vanaf jonge leeftijd. Dat komt doordat er altijd en overal eten is. Veel mensen luisteren niet naar hun eigen honger- en verzadigingsgevoel.’

Hoe gaan ouders om met overgewicht van hun kinderen?
‘Ouders doen soms dingen die leiden tot te veel eten, of die emotie-eten kunnen veroorzaken; dat kinderen eten in reactie op gevoelens als verdriet en vermoeidheid. Zo worden huilende kinderen soms getroost met koekjes. Maar uit mijn onderzoek blijkt dat het genuanceerder ligt. Ouders zijn vaak juist geneigd hun kind minder eten te geven als ze zien dat het overgewicht dreigt te ontwikkelen. Ze scheppen dan wat minder eten op of ze geven minder snoep. En dat is een goede reactie, want zo leert het kind weer zelf zijn verzadigingsgevoel te reguleren, en niet alleen te eten omdat het wordt aan- geboden. Dus dat schuldgevoel dat ouders soms wordt aangepraat is onterecht. Ze worden daarin tekortgedaan, vind ik.’

Er zijn opvoedsites die aanraden snoep en zoetigheid in de ban te doen.
‘Ja, dat klopt, maar dat is niet aan te raden. Door kinderen af en toe een snoepje te laten eten, leren ze dingen met mate te eten. Als je snoep helemaal verbiedt, is de kans groter dat ze zich er te buiten aan gaan als de kans zich voordoet om het wel te eten.’

  • NAAM: Pauline Jansen
    STUDIE: PhD Generation R aan het Erasmus MC. Psychologie (MSc.) en Epidemiologie (MSc.) aan respectievelijk Leiden Universiteit en Netherlands Institute for Health Sciences 
    FUNCTIE: Hoofdonderzoeker Generation R aan het Erasmus MC en universitair hoofddocent psychologie aan de Erasmus Universiteit