Rutger Engels: Een denker én een doener

Rutger Engels

Interview in ea.

Prof. dr. Rutger Engels heeft zin in zijn nieuwe baan. ‘Ik kan hier een positie bekleden bij een vooraanstaande, internationale universiteit waar de maatschappelijke impact belangrijk is.’

TEKST: Eva Hoeke
FOTO’S: © Aurélie Geurts

 

De nieuwe rector magnificus woont in Zeist, werd geboren in Velp, studeerde in Groningen, werkte in Nijmegen, verhuisde alles bij elkaar meer dan twintig keer, maar zijn vormende jaren, die beleefde hij in Emmen. Engels: ‘Schrijver en journalist Peter Middendorp groeide daar ook op. Hij zei ooit dat Drenthe het enige stukje aarde is waar nooit om is gevochten, en ik geloof dat daar wel een kern van waarheid in zit.’ En toch – toen Engels laatst werd uitgenodigd voor een concert van de Drentse singer-songwriter Daniel Lohues raakte hij ineens, geheel onverwacht, zeer geëmotioneerd.

Wat raakte u?

‘Toch die roots. De manier waarop Lohues vertelde over de mensen en de natuur, de voorliefde voor aardse zaken. De gedichten van Rutger Kopland hebben dat ook, dat aardse. En dat Emmen nu voor het eerst in de Eredivisie gaat spelen helpt natuurlijk ook.’
Dat aardse wil hij ook doorvoeren in zijn werkkamer, die er nu nog wat kaal uitziet. Dat blijft deels zo, Engels is geen man van ‘prullaria’, maar er komt in ieder geval een grote houten tafel. ‘Een bureau werkt niet voor mij, ik heb een laptop en die kan ik overal neerzetten. Bovendien heeft een houten tafel iets symbolisch; we gaan aan het werk.’

Wat is u tot nu toe opgevallen in uw nieuwe baan als rector?

‘Voordat ik mijn eerste gesprek had ben ik hier een keer incognito op een zaterdag rond gaan lopen, gewoon om te kijken hoe het gevoel was. En wat me verbaasde, is hoe druk het was, met studerende mensen, met sportende mensen, met lunchende mensen. Het was vibrant, dat kan ik me minder herinneren van Utrecht of Nijmegen. De universiteit bestaat uit mensen, niet uit gebouwen. Heel leuk.’

Burgemeester Ahmed Aboutaleb zei: ‘Elke rector staat op de schouders van zijn voorganger.’ Welk advies gaf uw voorganger, Huib Pols, u mee? 

‘Zijn credo was verbinding. Tussen de mensen, maar ook tussen de faculteiten. Daar geloof ik ook in. Als je denkt dat je het als bestuurder top down wel kan regelen, is het snel afgelopen. Het is ook niet meer van deze tijd: de stem van studenten is toegenomen, wat zij te zeggen hebben heeft een behoorlijke impact.’

De universiteit is gedemocratiseerd.

‘Ja, zeker, veel meer dan toen ik studeerde. De studenten komen zelf met thema’s. Uit mijn eerste kennismaking met studenten bleek al snel dat duurzaamheid voor hen een issue is. En als het voor hen een issue is, is dat het voor ons ook.’

Wat maakt u tot de juiste man op deze plek?

‘Ik ben een denker én een doener, ik vind het belangrijk om plannen te maken en nóg belangrijker om ze uit te voeren. Verder breng ik een outsider perspective mee – ik heb weinig assumpties en sta voor alles open. Dat kan een voordeel zijn.’

  • Rutger Engels

    Naam: Rutger Engels
    Studie: Psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, promotie aan de Universiteit van Maastricht.
    Carrière: voorzitter van de Raad van Bestuur van het Trimbos-instituut (2014), faculteitshoogleraar aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht (2016)
    Sinds 15 juni 2018: rector magnificus Erasmus Universiteit Rotterdam

  • ‘Als je denkt dat je het als bestuurder top down wel kan regelen, is het snel afgelopen.’

En waarom heeft u voor de EUR gekozen?

‘Op een zeker moment merkte ik dat veel van wat ik deed binnen het domein van de wetenschap bleef. Daar word je dan wel om gewaardeerd, maar daarbuiten heeft het te weinig direct effect. Ik kan hier een positie bekleden bij een vooraanstaande, internationale universiteit waar de maatschappelijke impact belangrijk is. Dat leek me ontzettend leuk en eervol.’ 

Hoe gaat u die impact en relevantie bereiken? 

‘Ik vind samenwerking met de stad belangrijk. Rotterdam heeft te maken met dilemma’s en uitdagingen die voor veel grote steden in de wereld gelden: armoedebestrijding, mobiliteit, duurzame energie. Wetenschap heeft daar een bijdrage aan. Enerzijds door actief projecten in de wijken te starten waarbij je met burgers en wetenschappers kijkt of je bepaalde veranderingen kunt bewerkstelligen en kunt meten of het werkt, anderzijds door tegelijkertijd langetermijn-studies in te richten. Tussen de armste wijk en de rijkste wijk in Rotterdam zit zeven jaar verschil in levensverwachting – dat is onacceptabel. Nog zoiets: de vertegenwoordiging van studenten met een andere culturele achtergrond is anders dan wat je op basis van prevalentie zou verwachten. Daar moeten we veel actiever op zijn: die jongeren wil je ook de kans geven om te studeren. Wij hebben daar een verantwoordelijkheid in.’

U heeft zelf in Groningen Psychologie gestudeerd, waar u afstudeerde op het onderwerp: Vreemdgaan en Veilig Vrijen. Hoe was u als student?

‘Heel braaf! Het was de tijd van de Aidscrisis, eind jaren 80, dus er was veel geld voor onderzoek naar veilig vrijen en aidspreventie. En ik was ook echt geïnteresseerd, niet alleen in waarom mensen vreemdgaan, maar ook in gedragsverandering. Hoe kan je mensen motiveren om, als ze dan toch vreemdgaan, het tenminste veilig te doen? Maar zelf was ik dus heel braaf, ik heb mijn toenmalige partner ontmoet toen ik negentien was. Maar je kon mij, zeker in het begin van mijn studie, wel in de kroeg vinden.’

Zijn studenten tegenwoordig serieuzer dan toen?

‘Veel serieuzer: er zit enorme druk op om meteen de juiste studie te kiezen, en om, als ze eenmaal gekozen hebben, het goed te doen. Daar maak ik me wel zorgen over. Het zijn jonge mensen in hun vormende jaren, die nu al eigenlijk geen fouten mogen maken.’

In Nijmegen heeft u veel onderzoek gedaan naar rook- en drinkgedrag onder jongeren. Wat ziet u hier gebeuren?

‘Ik heb zelf jarenlang gerookt en ik hou ook wel van een wijntje, dus ik wil niet overkomen als iemand met een opgeheven vingertje. Aan de andere kant vind ik dat we als universiteit een verantwoordelijkheid hebben als het gaat om voorkomen van overmatig alcoholgebruik en preventie van roken.’

U houdt zich ook bezig met depressies onder jongeren. Hoe kan die kennis u hier van pas komen?

‘Er zijn studenten die worstelen met hun zelfbeeld, dat is zelfs een behoorlijk thema onder studenten. Bij werknemers trouwens ook, als je het hebt over werkdruk en burn out. Het is een maatschappelijk thema geworden. Dat er nu tv-programma’s zijn en dat Sophie Hilbrand interviews geeft over haar burn-out, dat zou zo’n twintig jaar geleden ondenkbaar zijn geweest. We hebben hier zo’n 27.000 studenten: het is geen rocket science om vast te stellen dat een aantal daarvan soortgelijke problemen heeft.’

Hoe gaat u dat hier aanpakken?

‘Ik hoor dat studenten naast kennisinhoudelijk onderwijs behoefte hebben aan het ontwikkelen van hun soft skills, dus sociale vaardigheden. Dat onderwijs kan gericht zijn op het jezelf veerkrachtig maken ten opzichte van stress en negatieve levenservaringen. Je kan niet voorkomen dat mensen pittige dingen meemaken, maar je kunt ze wel tools geven waarmee ze die zaken het hoofd kunnen bieden.’

Huib Pols had hier een inloopuurtje voor studenten.

‘Ga ik ook doen, tussen 5 en 6 uur ’s ochtends. Just kidding. Ik ga zeker iets dergelijks organiseren.’

U woont in Zeist. Overweegt u een verhuizing naar Rotterdam?

‘Nou, dat is een dilemma want mijn partner en ik zijn juist naar Zeist verhuisd vanwege onze banen. Ik omdat ik bij het Trimbos-instituut werkte en Karlijn omdat ze GGZ psycholoog is in Utrecht. En aangezien haar carrière net zo belangrijk is als die van mij, ga ik haar niet meesleuren omdat ik nu weer een nieuwe baan heb. Aan de andere kant is het wel belastend om hier niet te wonen. Het zou wel logisch zijn. Bovendien vind ik Rotterdam een hele leuk stad, dus wie weet.’

U heeft twee dochters, Sophie (21) en Iris (19). Wat studeren zij?

‘Iris studeert Lifestylestudies bij Fontys in Tilburg, en Sophie doet Geneeskunde in Groningen. En dat gaat goed. Toen ik als hoogleraar werkte, klapte ik op zondagochtend na het ontbijt de laptop open, er kwamen ook allerlei collega’s uit binnen- en buitenland over de vloer, dan krijg je een andere blik op werk en arbeidsethos. Ik heb ze niet hoeven pushen.’

Maar als u na het ontbijt uw laptop openklapte was er ook iets niet: een vader die zandtaartjes bakt, of met ze naar de dierentuin gaat, bij wijze van spreken.

‘Een deel hebben ze gemist, dat klopt, want ik was ook nog veel op reis.’

U heeft nu weer twee kleine kinderen. Zou u dat nu anders doen?

‘Dat is een lastige vraag. Ik heb geen spijt van hoe ik stond in de opvoeding en relatie met mijn oudste dochters. Nu ben ik zelf ook ouder. En tegelijkertijd heb ik natuurlijk een drukke en verantwoordelijke baan.’

Een vraag die altijd aan vrouwen in de top wordt gesteld: hoe gaat u een en ander combineren?

‘Nou, dat is inderdaad een gepuzzel, zoals bij veel moderne gezinnen. We krijgen steun uit de omgeving. En dan nog is het complex, dus het zou heel goed kunnen dat ik een keer iets moet afzeggen omwille van de kinderen.’

Wat doet u graag wanneer u niet werkt?

‘Koken. De laatste tijd vind ik de Peruaanse keuken interessant. Ik ben in San Francisco in een restaurant geweest, La Mar, en dat was zó goed… Mindblowing. Toen kwam ik er ook achter dat echt goede restaurants tegenwoordig in Lima zitten. Wat zo leuk aan koken is, is dat het heel veel energie en aandacht kost. Als ik thuis kom gaat mijn brein gewoon door. Koken is zo cognitief belastend, dat voor al het andere geen ruimte meer is.’

Op uw werkkamer hangen ook allerlei filmposters.

‘Ik ben ook dol op series, ik kan rustig tot twee, drie uur ’s nachts doorkijken, net zolang totdat het af is. En als het niet af is zou ik me het liefst ziek melden. House of Cards vond ik goed, Homeland nog beter.’

Tot slot: uw voorganger Huib Pols adviseerde zijn studenten vooral te scharrelen. Welk levensmotto zou u hen mee willen geven?

‘Doe dingen naast je studie, want die vormen je.’

Waren het uw mooiste jaren?

‘Nee. Die komen nog.’