De verspreiding van burgeroorlog

Door: Maarten Bosker
Met de publicatie van het Wereldontwikkelingsrapport 2011 (1), dat volledig in het teken staat van de rol van conflicten in het ontwikkelingsproces, stelt de Wereldbank conflicten centraal in het ontwikkelingsdebat.
Burgeroorlogen hebben desastreuze gevolgen voor de ontwikkelingsperspectieven van een land. Niet alleen op korte termijn, door mensenlevens, hulpbronnen en infrastructuren te verwoesten, maar ook op lange termijn. Geschaad vertrouwen van de bevolking in de maatschappij of de overheid, uitstroom van directe buitenlandse investeringen en expertise, en sluimerend ongenoegen vergroten namelijk de kans dat het conflict in de toekomst opnieuw oplaait.
Burgeroorlogen richten niet alleen verwoestingen aan in de landen die direct worden getroffen door het conflict, maar gaan ook vaak gepaard met grote negatieve gevolgen voor de buurlanden van het door oorlog verscheurde land. Dit kan variëren van misgelopen handelsmogelijkheden, een toestroom van vluchtelingen of zelfs het overslaan van geweld naar die landen.
Er zijn genoeg praktijkvoorbeelden waaruit blijkt dat de stabiliteit van een land ernstig bedreigd wordt door een conflict in een buurland. Zo waren de burgeroorlogen in Liberia, Sierra Leone en Guinee sterk met elkaar verweven en verspreidde de burgeroorlog in Burundi zich naar Rwanda, Congo en Uganda. Na het uiteenvallen van Joegoslavië woedde er burgeroorlog in de Balkan, en de burgeroorlog in Afghanistan heeft zich inmiddels uitgebreid naar de (noord)westelijke provincies van Pakistan.
De onderstaande figuur laat inderdaad zien dat burgeroorlogen vooral voorkomen in bepaalde delen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Dit doet vermoeden dat er sprake is van een besmettingseffect van naburige burgeroorlogen.
Figuur 1. Aantal burgeroorlogen, 1945 - 2000
Opmerkingen: Een burgeroorlog wordt gedefinieerd als een gewapend conflict tussen een internationaal erkende staat en (hoofdzakelijk) binnenlandse partijen die erin slagen een georganiseerde militaire oppositie te vormen tegen de staat. Een oorlog moet in totaal meer dan 1000 mensenlevens hebben gekost en minimaal drie jaar duren.
Echter, op basis van de bovenstaande figuur en de vele praktijkvoorbeelden kan niet definitief worden vastgesteld hoe belangrijk deze besmettingseffecten eigenlijk zijn. Zijn de genoemde voorbeelden eerder uitzondering dan regel? De burgeroorlog in Rwanda sloeg immers niet over naar Tanzania; evenmin verspreidde de burgeroorlog in Mozambique zich naar Malawi of Zuid-Afrika. Wellicht hebben alleen bepaalde soorten conflicten de neiging tot verspreiding? Of misschien laat de clustering van burgeroorlogen zich eenvoudig verklaren door een vergelijkbare clustering van onderliggende oorzaken voor een conflict in die landen, zoals armoede, corruptie of de afhankelijkheid van natuurlijke hulpbronnen?
In een recent onderzoek samen met Joppe de Ree van de Wereldbank (2) nemen we alle burgeroorlogen die sinds WOII zijn uitgebroken onder de loep. We vinden geen bewijs dat alle burgeroorlogen dezelfde neiging hebben zich over internationale grenzen te verspreiden. Expliciet rekening houdend met landspecifieke factoren die verband houden met een grotere kans op burgeroorlog (3), stellen we vast dat alleen etnische burgeroorlogen een significante bedreiging vormen voor de stabiliteit in buurlanden.
Ook kennen niet alle landen hetzelfde besmettingsrisico. Etnische burgeroorlogen verspreiden zich alleen langs etnische lijnen. Dit betekent dat er alleen bij landen met etnische banden naar een naburig etnisch conflict sprake is van een significant besmettingsrisico: hierdoor stijgt de kans dat ook zij getroffen worden door een conflict met 6 procentpunt. Bovendien zien we enig (zwakker) bewijs dat rijkere landen beter in staat zijn verspreiding van een naburig conflict naar hun eigen grondgebied te voorkomen.
Op basis van deze bevindingen kunnen we wereldwijd vaststellen in welke regio’s de kans op verspreiding van etnische conflicten het grootst is. De onderstaande figuur laat zien dat Sub-Sahara Afrika de meest vatbare regio is voor het overslaan van conflicten: veel etnische groepen in Afrika zijn verdeeld over meerdere landen (een gevolg van de kunstmatige grenzen die door de Europese kolonisatoren werden getrokken (4)). Maar ook Centraal-Amerika, het Midden-Oosten, Europa en Centraal-Azië zijn regio’s waar de uitbraak van etnisch geweld in een land de gehele regio kan doen oplaaien.
Figuur 2. Gemiddeld aantal etnische banden naar een buurland
Gezien de verwoestende gevolgen van de uitbraak van burgeroorlog op de economische ontwikkelingsperspectieven van een land, is het nauwkeurig begrijpen van de oorzaken en gevolgen van burgeroorlog van vitaal belang om effectieve maatregelen te kunnen nemen om te voorkomen dat een burgeroorlog uitbreekt of dat het geweld verder escaleert wanneer het eenmaal is uitgebroken.
Onze bevindingen laten zien dat sommige van de oorzaken van burgeroorlog deels buiten de invloedsfeer van een land zelf liggen. Ze wijzen op het belang van preventieve maatregelen om de verspreiding van conflicten – en in het bijzonder etnische conflicten – over landsgrenzen tegen te houden. Indien effectief, verkleinen dergelijke maatregelen de kans dat één etnisch conflict een gehele regio meetrekt in een vicieuze cirkel van geweld en onderontwikkeling.
Nadere informatie:
(1) World Development Report 2011. Conflict, Security and Development. Wereldbank, Washington DC.
(2) Maarten Bosker en Joppe de Ree, 2010. Ethnicity and the spread of civil war. CEPR Discussion paper, nr. 8055, CEPR, Londen.
(3) Zie Blattman en Miguel, 2010. “Civil War”. Journal of Economic Literature, 48: 3-57; voor een goed overzicht van de empirische literatuur over burgeroorlogen, voornamelijk gericht op het identificeren van landspecifieke factoren die de kans op het uitbreken van een burgeroorlog beïnvloeden.
(4) Zie Michalopoulos, Stelios en Elias Papaioannou, 2011. “The long-run effects of the Scramble for Africa”. CEPR Discussion paper nr.8676, CEPR, Londen; voor meer informatie over dit onderwerp.
vrijdag, 02 december 2011

Maarten Bosker is sinds oktober 2011 universitair docent aan de Erasmus School of Economics. Zijn onderzoek richt zich op de rol die geografie speelt in economische ontwikkeling. Voorbeelden van recente projecten zijn de historische ontwikkeling van steden in Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, de rol van internationale markttoegang op de economische ontwikkeling van Sub-Saharisch Afrika, en het ontrafelen van de mechanismen achter de verspreiding van burgeroorlog.