EconomieOpinie.nl   Artikelen   detail

Wel of geen ontwikkelingssamenwerking

Hans de Kruijk, 6 maart 2012

Mark Rutte, Maxime Verhagen en Geert Wilders hebben zich met hun secondanten teruggetrokken in het Catshuis om te onderhandelen over extra bezuinigingen. Het lijkt er op dat ontwikkelingssamenwerking hierbij in eerste instantie een cruciale rol speelt.

Geert Wilders heeft immers aangekondigd dat het “heel erg moeilijk” zal zijn om overeenstemming te bereiken als er niet fors gesneden zal worden op ontwikkelingssamenwerking: het liefst helemaal afschaffen, maar minstens halveren. Hij gaat nog een stap verder en zegt: “als er niet wordt bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking, hoeft er over andere hervormingen niet eens gesproken te worden. Die zijn dan in ieder geval van tafel”. De VVD wil ook halveren, maar het CDA wil geen verdere sloop van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Dit kabinet heeft al fors gesneden door het percentage van het bruto nationaal product aan ontwikkelingssamenwerking te verlagen van 0,8 naar 0,7 en bovendien is het nationaal inkomen gedaald. De bezuiniging op de OS-begroting in 2012 is nu al 1 miljard euro. Ook de SGP heeft laten weten dat zij niet zal instemmen met een verdere afbraak van ontwikkelingshulp en deze partij is nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer. Kortom, er is een moeilijke politieke situatie in Nederland ontstaan over het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Laten we daarom de argumenten van voor- en tegenstanders van ontwikkelingssamenwerking eens op een rijtje zetten.

Tegenstanders zeggen dat “talloze studies” hebben uitgewezen dat ontwikkelingshulp niet bijdraagt aan economische groei in arme landen. Verder zou hulp corruptie en inflatie bevorderen en arme landen afhankelijk maken. In plaats van hulp zouden arme landen hun ontwikkeling zelf moeten financieren door te lenen op de internationale kapitaalmarkt.

Klopt dit? Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de vraag of hulp helpt. Een meta-analyse (1) van 97 verschillende studies over het effect van hulp op economische groei concludeert dat er een klein positief, maar insignificant, effect is van hulp op groei. Hierbij zijn inderdaad empirische studies die een negatieve correlatie vinden tussen de omvang van ontwikkelingshulp van het ontvangende land en hun groeicijfer. Hoe meer hulp, hoe lager de economische groei, hetgeen suggereert dat hulp een negatief effect heeft op economische groei. Echter, de vorige Chief Economist van de Wereldbank, Francois Bourguignon (2) en Nobelprijswinnaar Amartya Sen (3) wijzen er op dat zulke studies misleidend zijn omdat deze oorzaak en gevolg omdraaien. Juist een lage groei kan immers aanleiding zijn voor donors om meer hulp te geven. Zonder hulp zouden deze groeicijfers nog veel lager zijn.

Bovendien is economische groei niet het enige doel van ontwikkelingssamenwerking. Investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, governance, infrastructuur, klimaatbeheersing, etc. zijn waardevol in zichzelf, niet alleen voor arme landen maar ook voor rijke landen. Verder is het alternatief voor hulp voor arme landen: lenen op de internationale kapitaalmarkt, de laatste jaren, mede vanwege de financiële crisis, praktisch onmogelijk geworden.

Voorstanders van ontwikkelingssamenwerking wijzen niet alleen op onze morele verantwoordelijkheid om mensen in extreme armoede en conflict te helpen, maar ook op eigenbelang. De regering (4) deelt de mening dat ”ontwikkelingssamenwerking een belangrijke rol speelt bij de aanpak van de grote mondiale vraagstukken die ook ons land raken zoals veiligheid en stabiliteit, klimaatverandering, voedsel- en energieschaarste en grensoverschrijdende criminaliteit”. Daarnaast heeft Nederland zich verbonden aan internationale verdragen en afspraken, zoals de 0,7% van het bruto nationaal product.

Als het beter gaat in arme landen zullen niet alleen de exportmogelijkheden naar die landen toenemen waar het Nederlandse bedrijfsleven van kan profiteren, maar zal ook de migratiestroom van arme naar rijke landen afnemen en dit zou toch koren op de molen van Geert Wilders moeten zijn.

Ik wens de onderhandelaars veel wijsheid toe.

Hans de Kruijk

Nadere informatie:

Referenties:

1)Hristos Doucouliagos and Martin Paldam's (2005), "The Aid Effectiveness Literature. The Sad Result of 40 Years of Research.", Department of Economics Working Paper 2005-15, University of Aarhus

2)Francois Bourguignon and Mark Sundberg (2007), “Aid Effectiveness: Opening the Black Box”, The American Economic Review, Vol. 97, No. 2, pp. 316-321

3)Amartya Sen (2006), “The Man without a Plan:  Can Foreign Aid Work?”, Foreign Affairs, Vol. 85,       No. 2, pp. 171-177

4)Kabinetsreactie op het WRR-Rapport: Minder Pretentie, Meer Ambitie, Kamerstuk, 21 januari 2011

 


Publicatiedatum: 06 maart 2012



Hans de Kruijk is universitair docent ontwikkelingseconomie aan de Erasmus School of Economics en consultant voor de Verenigde Naties, de Aziatische Ontwikkelingsbank en de Wereldbank voor armoedeonderzoek in ontwikkelingslanden.