EconomieOpinie.nl   Artikelen   detail

Wat kan verdere globalisering Nederland nog brengen?

Globalisering betreft het proces van wereldwijde economische integratie, en mogelijk ook culturele en politieke integratie. Economisch gezien heeft globalisering positieve effecten die bijvoorbeeld worden veroorzaakt door meer handel, daardoor mogelijk lagere prijzen, maar ook de meer efficiënte inzet van productiefactoren zoals arbeid en kapitaal. In dit opinieartikel vragen we ons af in hoeverre Nederland “geglobaliseerd” is, en wat verdere globalisering voor Nederland zou kunnen opleveren.

 

Een manier om, per land, de mate van globalisering te meten is het meten van de mate waarin een land verbonden is met alle andere landen. Deze maat van verbondenheid (in het Engels: “connectedness”) is het onderwerp van een eind 2011 recent verschenen rapport met de titel “DHL Global Connectedness Index 2011” [1], geschreven door Pankaj Ghemawat en Steven Altman. Dit rapport werd eind vorig jaar veelvuldig in de media besproken, waarbij een belangrijke reden van al die belangstelling was dat Nederland de ranglijst blijkt aan te voeren! Nederland is als het ware het meest “geglobaliseerde” land ter wereld. En, in een tijd van veel slecht economisch nieuws, is het natuurlijk altijd prettig om te lezen dat Nederland ergens goed in is. 

Het lijvige rapport bevat een schat aan gegevens over de meeste landen in de wereld, zoals Bruto Binnenlands Product (BBP) per capita, bevolkingsgroei enzovoorts, maar de noviteit van het rapport betreft de maatstaven die de mate van globalisering per land weergeven. Het rapport onderscheidt twee dimensies van verbondenheid (“connectedness”) en dat zijn de diepte en de breedte van verbondenheid. Diepte betreft de omvang van de internationale stromen (producten en diensten, maar ook kapitaal, informatie en mensen) relatief ten opzichte van de omvang van de eigen economie. Breedte betreft de mate waarin de eigen internationale stromen overeen komen met die van de rest van de wereld. Bijvoorbeeld, een land dat naar bijna alle landen in de wereld exporteert heeft een hoge score op breedte. 

Tevens wordt er in het DL rapport een duidelijke link geconstateerd tussen economische ontwikkeling en globalisering. De auteurs concluderen dat er nog veel meer te globaliseren valt en dat daarmee dus ook nog veel meer ontwikkeling te verwachten is. Meer specifiek is de conclusie van het DHL rapport (zie ook voetnoot 1, citaat): “Voor een open economie als de Nederlandse is de conclusie positief dat internationale betrekkingen van grote invloed zijn op ons welvaartspeil. Het valt op dat dit niet alleen een kwestie is van internationale handel maar ook van verbindingen op het vlak van kapitaal, informatie en mensen.

De belangrijkste conclusie is dat er kennelijk ook voor Nederland nog een enorm potentieel ligt op wereldschaal. Een behoorlijk deel van de Nederlandse import en export betreft doorvoer. Statistisch gezien is er daarom nog ruimte voor een groot potentieel aan directe handelsbetrekkingen tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven, zeker buiten Europa.”

Deze interessante conclusie wordt helaas echter niet onderbouwd met meer precieze cijfers. Immers, men zou toch graag willen weten hoe groot dat “enorme potentieel” is, en dan bij voorkeur in termen van euro’s? Hoeveel inkomen zou Nederland er op jaarbasis bij krijgen als het potentieel aan verbondenheid volledig zou worden benut? 

 

 

Figuur 1: BBP per capita versus breedte van de verbondenheid

Een eerste indruk dat de breedte en diepte van internationale verbondenheid samenhangt met BBP per capita blijkt al snel uit de figuren 1 en 2. Hogere scores op beide maatstaven hangen samen met hogere waarden van BBP. Deze figuren zijn echter niet instructief om te zien hoevéél meer BBP zou kunnen worden als breedte en diepte op hun maximale scores van 50 zouden staan (zie de waarden op de x-as van de figuren 1 en 2).

 

Om de effecten van extra globalisering toch in kaart te brengen, hebben wij een variant van de zogeheten productiefunctie analyse (Aigner, Lovell en Schmidt, Journal of Econometrics 1977) toegepast. Als we BBP per capita zouden zien als de output van de twee “productiefactoren” breedte en diepte (zoals in de bekende Cobb-Douglas productiefunctie), dan is het namelijk mogelijk om in te schatten hoeveel BBP per capita er wordt gemist als globalisering maximaal zou zijn geweest.

 

Figuur 2: BBP per capita versus diepte van de verbondenheid

De analyse levert een efficiëntie-factor op die tussen 0 en 1 ligt.. Een efficiëntie-factor van 1 betekent dat er maximaal nut wordt behaald uit de breedte en diepte van de verbondenheid. Is die factor 0, dan levert globalisering niets op. Merk op dat de volgende resultaten met enige voorzichtigheid moeten worden behandeld want de causaliteit tussen verbondenheid en BPP is niet eenduidig, Tevens zal BBP natuurlijk niet alleen maar door verbondenheid kunnen worden beschreven en ontbreken er dus variabelen in de vergelijking. 

Uiteindelijk berekenen we voor alle betrokken landen een score tussen de 0 en 1. Voor Nederland is die score 0.87, voor Singapore 0.86, maar voor een land als Zambia is die slechts 0.62. Een histogram van het percentage verschil tussen wat qua BBP per capita maximaal haalbaar is (dus wanneer de score 1 zou zijn geweest) vergeleken met het BBP per capita in 2010 geven we in figuur 3. De gemiddelde waarde is 0.40, en dat betekent dat gemiddeld genomen, over alle landen, BBP per capita nog 40% hoger zou zijn geweest bij volledige globalisering. Voor één land geldt dat die groei zelfs 75% had kunnen zijn (het maximum in figuur 3), en voor Nederland is dat percentage gelijk aan 14.9% (de minimumscore, want Nederland is immers de nummer 1).

 

Figuur 3: Een histogram van het percentage verschil tussen wat qua BBP per capita maximaal haalbaar is (dus wanneer de score 1 zou zijn geweest) vergeleken met het BBP per capita in 2010. De y-as geeft het aantal landen en de x-as geeft het percentage gemiste BBP. 

In termen van BBP per capita betekent die 14.9% dat wanneer globalisering voor Nederland volledig zou zijn geweest, dan zou ons BBP per capita in 2010 niet 40777USD zijn geweest maar 46858 USD (met natuurlijk een bandbreedte) Een inkomensgroei van zo’n 15% lijkt bijzonder de moeite waard. Het verdient dan ook aanbeveling om te onderzoeken op welke wijze Nederland de breedte (onze score van 44 op 50) en de diepte (een score van 42 op 50) kan vergroten en hoe we deze input efficiënter in BBP kunnen omzetten.

 

Nadere informatie:

[1] http://www.dhl.nl/nl/pers/pers_berichten/berichten_2011/local/111111.html


Publicatiedatum: 12 juni 2012



Philip Hans Franses is hoogleraar Toegepaste Econometrie en hoogleraar Marketing Research aan de Erasmus School of Economics van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is hier sinds 1987 werkzaam en staat sinds jaar en dag hoog genoteerd in rankings van Nederlandse economen. Sinds september 2006 is Franses tevens decaan van de ESE.     
  Siebe Versendaal is werkstudent Marketing Intelligence Analist bij MIcompany en student-assistent bij de Erasmus School of Economics