Benut expirerende kapitaalverzekeringen

Door: Jelle van den Berg
Op 25 mei 2012 hebben de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Binnenlandse Zaken de brief ‘visie toekomstbestendigheid hypotheekrenteaftrek’ aan de voorzitter van de Eerste Kamer gestuurd [1].
In de bijlage bij deze brief schetst de staatssecretaris de woonhuizenmarkt en de bijbehorende hypotheekschulden. Hij ziet een zorgelijke ontwikkeling in de verhouding tussen de huidige waarde van de woonhuizen (ruim € 1.150 mld.) en de hoogte van de totale hypotheekschuld (ruim € 650 mld.).
Zijn zorg ziet enerzijds op de jaarlijkse kosten voor de schatkist (budgettaire beslag) van ruim € 11 mld. en anderzijds op de risico’s ten aanzien van restschulden bij (gedwongen) verkoop van de woning.
Toch is deze zorg relatief eenvoudig weg te nemen, door gebruik te maken van opgebouwd kapitaal in lopende kapitaalverzekeringen. Dit aspect wordt in de brief nauwelijks genoemd. Er wordt uitgegaan van een geschatte totale waarde van deze kapitaalverzekeringen van € 62 mld. Onduidelijk is waarop deze schatting is gebaseerd. De waarde is in werkelijkheid veel hoger, zoals hierna nog zal blijken.
Voorgesteld wordt om het opgebouwde kapitaal te gebruiken om de hoogte van de totale hypotheekschuld sterk te verminderen. Dit kan door het overgangrecht dat bij de invoering van de huidige wet IB 2001 hoort, voor alle aan de hypotheek verpande kapitaalverzekeringen af te schaffen en de uitkeringen verplicht te gebruiken om de hypotheek af te lossen.
Binnen het Nederlandse belastingrecht kunnen kapitaalverzekeringen in twee groepen worden verdeeld. Kapitaalverzekeringen die zijn gesloten voor 2001 en vanaf 2001. De laatste groep laten we buiten beschouwing. Deze verzekeringen vallen namelijk onder het fiscale regime, waarbij de uitkering verplicht moet worden gebruikt ter aflossing van de eigenwoningschuld. De eerste groep met looptijden tot 30 jaar hebben echter nog een volledige bestedingsvrijheid bij expiratie.
Voor alle kapitaalverzekeringen geldt, onder fiscale voorwaarden, een vrijstelling voor de opgebouwde waarde. Met andere woorden: de hypotheekrente is volledig aftrekbaar in box 1 en de opgebouwde waarde in de polis wordt, na 20 tot 30 jaar, onbelast uitgekeerd.
Kapitaalverzekeringen bestaan sinds 1985. Cijfermatig is dit tussen 1993 en 2003 door het CBS bijgehouden en vanaf 2003 door het Verbond van Verzekeraars. Uit deze bestanden kan het volgende worden afgeleid.
Verzekerd kapitaal in nieuwe kapitaalverzekeringen per jaar (in mld. €) [2]
Verzekerd kapitaal | 1993 | 1998 | 2003 | 2008 |
In euro’s | 9 | 7 | 6,5 | 8 |
In beleggingseenheden | 1 | 11 | 13 | 6 |
Totaal verzekerd | 10 | 18 | 19,5 | 14 |
Tussen 1985 en 1993 zijn geen betrouwbare gegevens bekend, maar het is redelijk om een schatting van € 10 mld. per jaar aan te houden. Dat betekent dat de waarde van deze polissen vele malen hoger ligt dan de € 62 mld. die door het ministerie van Financiën is geraamd.
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat de jaarlijkse uitkeringen uit de polissen € 10 tot € 20 mld. bedragen. Het fiscale aandachtspunt zit hem nu in de vrije besteedbaarheid van de uitkeringen. Banken en verzekeraars zullen er als de ‘kippen’ bij zijn om mooie (beleggings)adviezen te geven. Zo snijdt het mes aan twee kanten. De bank financiert langer en kan tegelijkertijd rendement uit de beleggingen halen. De huiseigenaar kan de hypotheekrente blijven aftrekken maar loopt wel een risico op een onzeker beleggingsrendement.
Mijn voorstel is om de vrije bestedingsruimte per direct af te schaffen. Hiermee wordt de huiseigenaar fiscaal gedwongen de uitkering echt te gebruiken om de hypotheekschuld af te lossen. Dat past ook in de oorspronkelijke opzet van de wetgever. Daarmee worden de kapitaalverzekeringen die voor 2001 zijn afgesloten op dezelfde manier behandeld als die sinds 2001 zijn afgesloten. Dit betekent het volgende:
1. De uitkering uit een aan de geldgever verpande kapitaalverzekering moet verplicht worden gebruikt voor de aflossing van de hypotheekschuld (voor zover nog aanwezig);
2. Verlenging van de looptijd van deze polissen leidt tot een fictieve uitkering;
3. Na een looptijd van 30 jaar worden deze polissen geacht fictief tot uitkering te komen.
De tijd is rijp voor deze aanpassingen. Allereerst is de vraag in hoeverre het aanhouden van de hypotheekschuld in deze tijd van dalende huizenprijzen nog een passend advies is. Een adviseur moet ook goed opletten welk advies hij geeft met betrekking tot het expirerende kapitaal. Iemand die al 20 tot 30 jaar kapitaal heeft opgebouwd in een kapitaalverzekering, is al enigszins op leeftijd. Zijn beleggingshorizon zal daardoor relatief kort zijn. Door het niet direct aflossen van de hypotheekschuld zal ook zijn risicotolerantie niet erg hoog zijn. Er kan dus veelal slechts defensief of zelf in liquiditeiten worden belegd.
Tenslotte leidt verplicht aflossen met de uitkering uit de kapitaalverzekering tot een forse verlaging van de nationale hypotheekschuld, waardoor de druk op de schatkist ook vermindert.
Nadere informatie:
[1] Brief van de staatssecretaris van Financiën, 25 mei 2012, kenmerk AFP/2012/302U.
[2] Voor de jaren 1993 en 1998 zijn deze cijfers te vinden op statline.cbs.nl en voor de jaren 2003 en 2008 op www.verzekeraars.nl/cijfers/statistiek.
Publicatiedatum: 25 juni 2012

Jelle van den Berg is verbonden aan het Fiscaal Economisch Instituut (FEI bv) van de Erasmus School of Economics en partner bij het Instituut voor Fiscale Kennisoverdracht (IFK) te Rotterdam.