Een door beoordelaar geleid, tijdsgebonden gesprek (face-to-face of online) met behulp van gestructureerde prompts om begrip, redenering, toepassing en professioneel oordeelsvermogen te toetsen. Gebruik deze methode wanneer je denkprocessen, authenticiteit van werk, gereedheid voor de praktijk of ethische besluitvorming wilt onderzoeken, verder dan wat een schriftelijke toets kan vastleggen.
- Doel toets
- Analyse | Toepassing | Evaluatie | Reflectie | Vaardigheden | Inzicht
- Afnamevorm
- Mondeling
- Afnameomgeving
- Op campus | Op afstand
- Groepsgrootte
- Klein | Middel
- Tijdsduur toets
- Kort
- Samenstelling
- Individueel
Stappenplan
Stap 1: Van leerdoelen naar toetsing
Bepaal of de gekozen toetsvorm aansluit bij de kennis en/of vaardigheden die je wilt meten, zoals beschreven in je leerdoelen.
Stap 2: Toetsmatrijs
Stel duidelijke beoordelingscriteria vast en bepaal hoe deze verdeeld worden over de leerdoelen. Zorg ervoor dat deze verdeling aansluit bij de weging in je toetsplan. Geef aan hoeveel punten elk criterium waard is. Zorg dat het cognitieve niveau van elk criterium overeenkomt met het niveau van het bijbehorende leerdoel en dit nooit overschrijdt. Criteria van een lager niveau zijn toegestaan, zolang ze de beoogde leerresultaten nog steeds meten.
Bepaal het doel van het interview: is het bedoeld om een schriftelijke opdracht aan te vullen om het eigenaarschap van de student te beoordelen? Of gebruik je een interview omdat je wilt beoordelen hoe goed studenten ad hoc op vragen kunnen reageren en zo hun kennis en vaardigheden kunnen tonen?
Stap 3: Stel de rubric op
Een student beantwoordt open vragen over de leerstof of over het eigen werk.
Ontwikkel criteria die geschikt zijn om het studentgedrag dat je wilt meten objectief te beoordelen. Creëer een scoringsmodel of kies een rubrictype dat past bij de opdracht en het doel (bijv. holistisch, analytisch, enkelpuntsrubric). Een duidelijke rubric zorgt voor transparantie voor studenten en consistente beoordeling, en kan iteratief worden verfijnd om aan te sluiten bij de leerdoelen.
Stap 4: Ontwerp de opdracht
Kies tussen een gestructureerd (dezelfde vragen voor iedereen) of semi-gestructureerd (kerkvragen en op maat gemaakte vervolgvragen) interview. Bepaal ook de duur van het interview (10–30 minuten) en of het volgt op een ingeleverd product.
Stel voor elke vraag die uitleg vereist een aantal doorvragen op. Doorvragen zijn bedoeld om de diepte van het begrip van studenten te toetsen.
Stap 5: Communiceer logistiek en verwachtingen
Plan het interview in en deel tijdsloten met studenten. Stuur hen het format, inclusief de criteria en toegestane hulpmiddelen. Zorg dat studenten de beoordelingscriteria en rubric begrijpen door het doel, de structuur, timing, criteria en voorbeeldvragen met hen te delen. Maak duidelijk hoe bewijzen/hun antwoorden worden beoordeeld.
Stap 6: Voer het interview uit
Open elk interview met dezelfde instructies. Houd de tijd bij, stel eerst de kernvragen en daarna de doorvragen die je hebt voorbereid. Gebruik een scoreformulier en noteer waar mogelijk belangrijke bewijzen woordelijk.
Stap 7: Beoordeel het interview
Als er twee beoordelaars zijn, leidt er één en observeert de ander en scoort onafhankelijk. Vergelijk daarna jullie scores.
Stap 8: Feedback en evaluatie
Geef korte opmerkingen die gekoppeld zijn aan de beoordelingscriteria. Benadruk wat de student goed deed en wat verder ontwikkeld kan worden. Na het afronden van de interviewronde, overleg met de medebeoordelaar om het beoordelingsproces te evalueren (kalibratiesessie), bespreek indien nodig bepaalde gevallen en zorg voor afstemming in de interpretatie van de criteria.
Stap 9: Evalueer
Identificeer op basis van de prestaties van studenten, feedback en de discussie met de medebeoordelaar manieren om de toetsing voor toekomstig gebruik te verbeteren. Vragen om te overwegen: Waren de vragen geschikt en effectief voor het beoordelen van de beoogde leerresultaten? Kregen studenten voldoende begeleiding of voorbereiding van tevoren? Was de timing, rubric of interviewstructuur geschikt?
Bruikbaarheid
- Gebruik 4 tot 8 kernvragen. Bij grote groepen kun je parallelle stations met een identieke opzet inzetten. Plan wat buffertijd tussen de tijdsloten.
Omgaan met (Gen)AI
- Geef duidelijk aan dat antwoorden tijdens het interview van de student zelf moeten zijn (zeker wanneer het interview online plaatsvindt).
- Wanneer studenten eerder ingeleverd schriftelijk werk moeten verdedigen, overweeg dan te vragen naar belangrijke keuzes waar GenAI geen antwoord op zou kunnen geven.
Inclusie
- Vermijd idiomen of cultuurgebonden verwijzingen, tenzij deze zijn behandeld.
- Sta voldoende verwerkingstijd toe en maak de structuur van tevoren bekend om angst te verminderen.
Gestructureerd mondeling examen (viva)
- Vaste kernvragen + rubric.
Portfolio-/projectverdediging
- Interview gericht op de artefacten van de student en de gemaakte keuzes rond de geselecteerde artefacten.
Casus-/OSCE-stijl station
- Kort, gestandaardiseerd scenario in parallelle ruimtes.
Multiple Mini Interview (MMI)
- Meerdere korte stations waarmee verschillende competenties worden getoetst.
Panelinterview
- 2–3 beoordelaars met duidelijke rollen (leidinggevend, doorvragen, scoren).
Online interview
- Elk van bovenstaande formaten kan worden uitgevoerd via een beveiligd online platform (bijv. Teams).


