In deze activiteit verkennen studenten systeemdenken door middel van een eenvoudige bewegingsoefening waarin ze deel uitmaken van een levend systeem. Door basisinteractieregels te volgen en continu hun positie in de ruimte aan te passen, ervaren ze hoe individuele bewegingen anderen beïnvloeden en hoe collectieve patronen ontstaan. Dit helpt om een begrip te ontwikkelen van systemen als dynamisch en onderling verbonden, waarbij relaties het gedrag van de hele groep op vaak onvoorspelbare manieren vormgeven.
- Doel van de activiteit
- Vaardigheden oefenen | Reflecteren
- Wanneer
- Tijdens het lesmoment
- Waar
- Offline
- Tijdsduur
- < 30 minuten | < 60 minuten | > 60 minuten
- Groepsgrootte
- Klein | Middel
Stappenplan
Stap 1: Introductie
Leg aan studenten uit dat systeemdenken ons helpt te begrijpen hoe complexe patronen en gedragingen ontstaan uit interacties tussen elementen in een systeem. Een systeem kan alles zijn dat bestaat uit verbonden delen, zoals een klaslokaal, een voetbalteam, een ecosysteem, een gezin, of zelfs het verkeer in een stad.
Bij systeemdenken kijken we niet alleen naar individuele personen of delen afzonderlijk. In plaats daarvan richten we ons op de relaties en interacties ertussen en verkennen we hoe verschillende elementen van een systeem elkaar beïnvloeden. Wanneer mensen of delen met elkaar interacteren, kunnen grotere patronen en gedragingen ontstaan die moeilijk te voorspellen zijn door alleen naar één individu te kijken. Een kleine verandering in een deel van het systeem kan veel anderen beïnvloeden en soms onverwachte resultaten creëren.
Geef optioneel een voorbeeld:
Een file kan bijvoorbeeld ontstaan, zelfs wanneer geen enkele bestuurder van plan is er een te creëren. Elke bestuurder reageert eenvoudigweg op de auto's om zich heen, maar samen creëren deze kleine acties een groter patroon. Op dezelfde manier zijn vogels die in formatie vliegen of trends die zich verspreiden op sociale media voorbeelden van systeemgedrag dat voortkomt uit veel kleine interacties.
Vertel studenten dat ze in deze activiteit systeemdenken zullen ervaren door beweging en interactie. Het doel is niet prestatie, maar om te observeren hoe verbinding, onderlinge afhankelijkheid, aanpassing en verandering het gedrag van een groep als geheel beïnvloeden.
Stap 2: Dynamisch evenwicht in een systeem ervaren
raag studenten om in een open ruimte te gaan staan. Instrueer elke student om stil twee andere deelnemers te kiezen zonder hun keuzes te onthullen.
Leg uit dat studenten nu continu moeten bewegen terwijl ze gelijke afstand houden tussen zichzelf en de twee personen die ze hebben gekozen. Ze moeten hun positie blijven aanpassen terwijl anderen bewegen en stilstand vermijden.
Laat de activiteit een paar minuten lopen. Pauzeer dan en vraag studenten om kort in tweetallen te reflecteren:
- Wat merkte je terwijl je probeerde het evenwicht te bewaren?
- Wat beïnvloedde jouw beweging?
- Bereikte de groep ooit een stabiele toestand? Waarom wel of niet?
Nadat je enkele studenten de kans hebt gegeven hun ervaring te delen, kun je deze stap afsluiten met de volgende aandachtspunten:
- Wijs erop dat de meeste studenten niet in staat waren om onafhankelijk te bewegen omdat hun positie afhing van de bewegingen van anderen. Benadruk hoe zelfs kleine bewegingen vaak aanpassingen in de hele groep veroorzaakten, wat de onderlinge afhankelijkheid binnen het systeem laat zien.
- Vestig de aandacht op het feit dat de groep zich voortdurend aanpaste in plaats van een perfect vast evenwicht te bereiken. Dit illustreert hoe veel systemen in de echte wereld dynamisch blijven en continu reageren op verandering.
- Als studenten verwarring, onvoorspelbaarheid of moeite met het vinden van stabiliteit noemen, verbind dit dan met de complexiteit van systemen waarin resultaten voortkomen uit vele gelijktijdige interacties in plaats van uit één persoon die de controle heeft.
Stap 3: Watervaleffecten ervaren
Start een tweede ronde. Vraag studenten om opnieuw twee personen te kiezen (ze mogen nieuwe kiezen).
Leg uit dat deze keer een kleine verandering zal worden geïntroduceerd. Tik op een onverwacht moment één student op de schouder. Die student telt langzaam af van 5 tot 1 en laat zich vervolgens voorzichtig naar de grond zakken.
Instrueer studenten dat als een van hun gekozen verbindingen naar de grond gaat, zij ook moeten aftellen van 5 en zich moeten laten zakken. Dit zal een kettingreactie door de groep creëren.
Laat de activiteit doorgaan totdat het systeem tot rust komt.
Stap 4: Reflecteren op hoe verandering zich door een systeem verspreidt
Vraag studenten om in tweetallen of kleine groepen te reflecteren.
Gebruik de volgende vragen om de discussie te begeleiden:
- Wat gebeurde er toen één verandering werd geïntroduceerd?
- Hoe verspreidde het effect zich door de groep?
- Waar zag je acties die elkaar beïnvloedden?
- Was de uitkomst voorspelbaar? Waarom wel of niet?
- Wat verraste je aan het systeem als geheel?
Na de discussie breng je de groep weer bij elkaar en help je studenten hun ervaring te verbinden met systeemdenken.
Je kunt de volgende kerninzichten benadrukken:
- Het gedrag van de groep kwam niet van één persoon alleen, maar van iedereen die op elkaar reageerde. In systemen komen resultaten vaak voort uit vele gelijktijdige interacties.
- Een kleine verandering in één deel van het systeem beïnvloedde vele anderen. Dit laat zien hoe systemen onderling verbonden zijn en hoe effecten zich via relaties kunnen verspreiden.
- De meeste studenten reageerden alleen op lokale informatie (de personen die ze hadden gekozen), maar er ontstonden toch grotere groeppatronen. Dit laat zien dat complex systeemgedrag kan ontstaan zonder centrale sturing of planning.
- De uitkomst was moeilijk te voorspellen omdat elke nieuwe beweging de situatie voor anderen veranderde. In systemen kunnen veel kleine interacties samenkomen om onverwachte resultaten te creëren.
- De groep was voortdurend in beweging. Zelfs wanneer studenten probeerden stabiliteit te creëren, bleef het systeem veranderen terwijl mensen zich aanpasten aan elkaar. Veel systemen in de echte wereld gedragen zich op dezelfde dynamische manier.
Moedig studenten aan om deze ervaring te verbinden met systemen in de echte wereld, zoals organisaties, klaslokalen, ecosystemen, verkeer, sociale media of vriendengroepen. Vraag hen te overwegen hoe kleine acties, beslissingen of veranderingen binnen deze systemen soms kunnen leiden tot grotere gevolgen voor de hele groep, en hoe we allemaal deel uitmaken van vele systemen in de samenleving die we via ons gedrag beïnvloeden. Benadruk dat zelfs als individu onze acties het gedrag en de uitkomsten van de systemen waar we deel van uitmaken op een betekenisvolle manier kunnen beïnvloeden.
Je vindt hier suggesties voor tools en materialen bij deze werkvorm. Het is vaak mogelijk om andere tools te gebruiken. Wend je tot het Learning & Innovation team van je faculteit over de beschikbaarheid en het toepassen van online en offline tools.
Offline
- Open ruimte
- Timer
Tip 1
- Laat het spel lang genoeg duren en laat inzichten ontstaan na de eerste verwarring. Weersta de neiging om te veel uit te leggen en laat studenten complexiteit ervaren voordat ze het interpreteren.
Tip 2
- Zorg voor voldoende tijd aan het einde voor reflectie en voor het verbinden van de ervaring aan systeemtheorie.

