In deze werkvorm duiken studenten in een actueel duurzaamheidsvraagstuk en brengen ze het onderliggende systeem visueel in kaart in een systeemkaart. Door elementen, actoren en invloeden visueel te verbinden met lijnen, pijlen en kleuren, ontwikkelen studenten systeemdenken: het vermogen om verbanden, oorzaken en terugkoppelingen te herkennen in complexe vraagstukken. Ze gebruiken hiervoor een fysieke of digitale tool, zoals het gratis online programma Loopy. Dit stimuleert niet alleen analytisch inzicht, maar ook creativiteit en samenwerking.
- Doel van de activiteit
- Kennis uitwisselen | Vaardigheden oefenen | Reflecteren
- Wanneer
- Tijdens het lesmoment | Na het lesmoment | Voorafgaand aan lesmoment
- Waar
- Offline
- Tijdsduur
- < 60 minuten| > 60 minuten
- Groepsgrootte
- Klein | Middel | Groot
Stappenplan
Stap 1: Introduceer het systeemvraagstuk en het concept 'systems mapping'
De docent introduceert een concreet duurzaamheids-gerelateerd vraagstuk dat complex is van aard (bijv. stikstofproblematiek, voedselverspilling, energietransitie, fast fashion). De casus sluit aan bij de leerdoelen van de les of het vak. Leg vervolgens uit wat een systeemkaart is: een kaart waarop je alle relaties en interacties binnen een systeem zichtbaar maakt. Laat eventueel een voorbeeld zien.
Stap 2: Analyseer de context
Studenten verkennen het vraagstuk in groepsverband (groepjes van 3-5 studenten). Wat speelt er? Welke actoren zijn betrokken? Welke processen beïnvloeden elkaar? Ze verzamelen zo veel mogelijk elementen die in het systeem een rol spelen.
Stap 3: Systeemkaart maken
De groep maakt een visuele kaart van het systeem:
- Pijlen geven oorzakelijke relaties aan (“X leidt tot Y”).
- Lijnen geven zwakkere of indirecte verbanden aan.
- Kleuren onderscheiden bijvoorbeeld processen, hulpbronnen of spanningsvelden.
Dit kan fysiek (groot vel papier, stiften, post-its) of digitaal.
Optioneel: Verwerk dynamiek in Loopy.
Laat studenten hun systeemkaart digitaal simuleren met de tool Loopy. Deze tool brengt interacties en feedbackloops visueel tot leven. Dit maakt dynamiek, onverwachte effecten en complexiteit zichtbaar.
Stap 4: Bespreek en interpreteer het systeem
Elke groep licht hun systeemkaart kort toe aan de klas. Ze bespreken wat zij als cruciale onderdelen en verbanden zien, waar knelpunten of hefboompunten liggen, en welke verrassende inzichten of vragen het systeemdenken hen heeft opgeleverd. De focus ligt op het delen van perspectieven en het begrijpen van de complexiteit van het vraagstuk.
Stap 5: Reflectie
Laat studenten individueel of klassikaal reflecteren op vragen zoals:
- Wat verraste je in het systeem?
- Waar liggen volgens jou de belangrijkste ingrepen?
- Wat gebeurt er als je één onderdeel wegneemt of versterkt?
Je vindt hier suggesties voor tools en materialen bij deze werkvorm. Het is vaak mogelijk om andere tools te gebruiken. Wend je tot het Learning & Innovation team van je faculteit over de beschikbaarheid en het toepassen van online en offline tools.
Offline
- Grote vellen papier
- Stiften
- Post-its
- Loopy (optioneel)
Tip 1
- Visuele cues: Gebruik kleuren voor verschillende categorieën (bijv. groen = ecologisch, rood = economisch, blauw = sociaal), pijlen voor causale relaties, en arceringen of symbolen voor onzekerheden of spanningen.
Tip 2
- Ontwikkel meerdere versies: Studenten kunnen hun systeem iteratief aanpassen na discussie of feedback, om complexiteit stap voor stap te verdiepen. Koppel bijvoorbeeld groepjes aan elkaar en laat hen elkaar tussentijds feedback geven of vragen stellen.
Tip 3
- Combineer met literatuur: Laat studenten systeemkaarten vergelijken met bestaande modellen of theorieën uit de literatuur.
Tip 4
- Ga door na de les: Laat studenten de systeemkaart na de les verder uitwerken en plan de presentaties in de eerstvolgende les.
Variant 1
- Plaats jezelf in het systeem: laat studenten nadenken over hun eigen rol of toekomstige beroepspositie binnen het systeem (bijv. beleidsmaker, ingenieur, ontwerper) en hoe hun keuzes invloed kunnen uitoefenen.

