In deze werkvorm bouwen studenten een AI-assistent en onderzoeken ze welke taken effectief aan AI gedelegeerd kunnen worden. Ze leren de voordelen en risico's van het inzetten van AI en reflecteren op de maatschappelijke, ethische en organisatorische impact.
- Doel van de activiteit
- Assess | Vaardigheden oefenen | Reflecteren
- Wanneer
- Tijdens het lesmoment | Na het lesmoment
- Waar
- Offline | Online
- Tijdsduur
- > 60 minuten
- Groepsgrootte
- Klein | Middel | Groot
Stappenplan
Stap 1
Laat een voorbeeld zien van een AI assistent die je zelf hebt gebouwd. Zie tips en tricks voor een voorbeeldprompt die je voor je AI assistant kan gebruiken. Laat studenten interacteren met deze assistent en leg uit hoe je deze assistent zelf hebt gebouwd: wie is het doelpubliek, wat zijn de instructies die je de assistent hebt gegeven, welke documenten heb je gebruikt?
Stap 2
Laat studenten nadenken over het doel en het type gebruiker van hun assistent. Voorbeelden:
- Professioneel: helpt bij het schrijven van een sollicitatiebrief.
- Academisch: tutor voor een vak.
- Persoonlijk: zoekt recepten op basis van voorkeuren van het gezin.
Studenten kunnen ook zelf een uitdaging kiezen om kritisch te leren reflecteren op bij welk type probleem een AI-assistent waardevol is.
Stap 3
Laat studenten (in duo's) een AI assistent bouwen. Laat ze het doel, de doelgroep, gebruikte bronnen en data, voordelen en risico's van gebruik (bijvoorbeeld misinformatie, bias en hallicunaties), ethische en sociale overwegingen definiëren. Laat de studenten ook nadenken over wat ze kunnen doen om deze risico's te beperken. Mogelijke reflectievragen zijn:
- Waarom heb ik deze doelgroep en taken gekozen voor mijn assistent?
- Welke keuzes in interactiestijl en instructies waren lastig en waarom?
- Welke risico's zijn er? Welke risico's kan ik nog niet volledig mitigeren en hoe ga ik daar mee om?
- Hoe beïnvloeden mijn eigen aannames of voorkeuren het ontwerp?
Door deze vragen te beantwoorden tijdens het ontwerp, leren studenten actief nadenken over ethiek, bruikbaarheid en beperkingen van AI.
Stap 4
Organiseer peer feedback. Laat studenten elkaars assistent beoordelen aan de hand van vooraf gedefinieerde criteria zoals: interactie en gebruikerservaring, betrouwbaarheid, veiligheid en risicomanagement. Ze verwerken deze feedback in hun ontwerp en bouwen eventuele ethische maatregelen in. De peer feedback helpt studenten om een robustere versie van de assistent te ontwikkelen.
Stap 5
Laat studenten hun assistent testen met verschillende scenario's. Bespreek dat AI-output kan variëren. Studenten ontwikkelen een rubriek om prestaties te beoordelen in elk scenario, bijvoorbeeld op: kwaliteit van redenering, accuraatheid, toon, stijl en het beperken van risico's.
Stap 6
Laat studenten hun werk documenteren en inleveren: de link naar de assistent, de volledige instructies voor de assistent, een reflectie op de ontwerpkeuzes, de peer feedback, hoe de peer feedback is geïncorporeerd, en de test scenario's en de bijbehorende resultaten.
Je vindt hier suggesties voor tools en materialen bij deze werkvorm. Het is vaak mogelijk om andere tools te gebruiken. Wend je tot het Learning & Innovation team van je faculteit over de beschikbaarheid en het toepassen van online en offline tools.
Offline / online
- Voor studenten: laptop met toegang tot (hetzelfde) AI-platform, (digitaal) logboek voor ontwerpkeuzes, testcases en reflectie.
- Voor docenten: vooraf ontwikkelde AI-assistent ter voorbeeld, rubriek voor peer feedback, eventeel voorbeeldprompts of testcases ter inspiratie.
Tip 1
- Zorg dat alle studenten toegang hebben tot hetzelfde GenAI platform (betaald of onbetaald) voor een eerlijke basis.
Tip 2
- Zorg dat er in elke fase genoeg tijd is voor studenten om te reflecteren, bijvoorbeeld over de keuzes die gemaakt zijn en de risico's die deze keuzes met zich meebrengen.
Voorbeeldprompt:
Bouw een AI-assistent voor mijn cursus [vak]. De assistent moet studenten helpen met [bijv. oefenen van opdrachten, uitleg van theorie, feedback op essays]. Het moet:
- Begrijpelijke uitleg geven in simpele taal.
- Voorbeelden en oefenvragen aanbieden.
- Interactief zijn: vragen stellen om begrip te toetsen.
- Persoonlijke feedback geven gebaseerd op antwoorden van de student.
Geef een concreet plan of prototype voor hoe deze AI-assistent werkt, inclusief mogelijke dialogen, functies en hoe studenten ermee kunnen interacteren.

