Van feedback naar actie

In deze werkvorm leren studenten hoe ze algemene, overkoepelende feedback van een docent actief kunnen gebruiken voor hun eigen leerproces. In plaats van feedback passief te ontvangen, selecteren studenten wat voor hen relevant is en vertalen dit naar concrete actiepunten.

Door uitwisseling met medestudenten ontdekken ze verschillende interpretaties van dezelfde feedback en scherpen ze hun eigen verbeterstrategie aan.

Doel van de activiteit
Assess | Vaardigheden oefenen | Reflecteren
Wanneer
Tijdens het lesmoment
Waar
Offline
Tijdsduur
< 30 minuten| < 60 minuten
Groepsgrootte
Klein | Middel | Groot

Stappenplan

Stap 1: Analyse door docent

De docent analyseert studentwerk vooraf en identificeert terugkerende patronen in de feedback. Deze worden gebundeld in een beperkt aantal overkoepelende thema’s die de kern vormen van de terugkoppeling.

  • terugkerende sterke punten
  • veelvoorkomende verbeterpunten
  • clustering in 3-6 feedbackthema’s

Stap 2: Terugkoppeling van feedback

De docent licht de feedback klassikaal toe en maakt daarbij gebruik van verschillende presentatiewijzen. Naast een mondelinge toelichting worden kernpunten visueel ondersteund, bijvoorbeeld met slides of geannoteerde voorbeelden van werk. Waar mogelijk wordt expliciet de koppeling gemaakt met de rubric, zodat duidelijk wordt op welke beoordelingscriteria de feedback betrekking heeft.

Stap 3: Individuele selectie van feedback

Studenten analyseren de teruggekoppelde feedback in relatie tot hun eigen werk en de rubric aan de hand van het invuldocument. Zij bepalen welke feedbackpunten voor hun eigen product relevant zijn door deze te vergelijken met de beoordelingscriteria en hun eigen interpretatie van het werk. Vervolgens selecteren zij twee tot vier feedbackpunten die voor hen het meest van toepassing zijn en lichten zij hun keuze kort toe.

Stap 4: Vertaling naar actiepunten

Voor elk geselecteerd feedbackpunt formuleren studenten een concreet actiepunt. Hierbij wordt niet alleen benoemd wat verbeterd moet worden, maar ook hoe dit wordt aangepakt en wanneer een verbetering als succesvol kan worden beschouwd.

Stap 5: Peerinteractie in kleine groepen

Studenten bespreken hun geselecteerde feedback en geformuleerde actiepunten in kleine groepjes. Tijdens deze gesprekken stellen peers verdiepende vragen en geven zij suggesties om de actiepunten concreter en uitvoerbaarder te maken. Het doel van deze fase is het aanscherpen van de kwaliteit van de geformuleerde verbeteracties.

Stap 6: Walk & prioriteren

Studenten bewegen door de ruimte en vergelijken hun actiepunten met die van anderen. Zij kijken niet alleen naar verschillen in gekozen feedbackpunten, maar ook naar hoe anderen hun verbeterpunten hebben geprioriteerd en onderbouwd. Op basis van deze vergelijking heroverwegen studenten hun eigen prioritering. Daarbij spelen relevantie voor het eigen werk, de verwachte impact op het eindproduct en de haalbaarheid van de uitvoering een centrale rol. Dit resulteert in een geprioriteerde lijst van twee tot drie actiepunten per student.

Stap 7: Plenaire reflectie

Enkele studenten delen hun definitieve prioritering en lichten toe of en waarom deze is veranderd na vergelijking met peers. De docent sluit de activiteit af met een korte reflectie op effectieve manieren om feedback te vertalen naar concrete verbeteracties.

Je vindt hier suggesties voor tools en materialen bij deze werkvorm. Het is vaak mogelijk om andere tools te gebruiken. Wend je tot het Learning & Innovation team van je faculteit over de beschikbaarheid en het toepassen van online en offline tools.

Offline

  • Tabel voor feedbackpunten en actiepunten

Tip 1

  • Laat studenten een poster maken met hun actiepunten. Daarna rouleren studenten van posters en geven tips aan elkaar voor extra actiepunten. Raadpleeg ook de werkvorm gallery walk.

Tip 2

  • Formuleer als docent de feedback zo concreet mogelijk. Dit is mogelijk door bijvoorbeeld altijd te refereren aan de rubric en de criteria die hieronder vallen. 

Tip 3

  • Laat studenten een lijst opstellen met wat zij nodig hebben om de feedback te kunnen verwerken, zoals het raadplegen van bronnen of het krijgen van extra uitleg. Raadpleeg ook de werkvorm boodschappenlijstje.

Tip 4

  • Voor het opstellen van het actieplan kun je studenten gebruik laten maken van een ‘3-2-1’-format: zij formuleren bijvoorbeeld drie concrete actiepunten op basis van de ontvangen feedback, waarvan twee concrete vervolgstappen die het actiepunt vertalen naar direct gedrag of uitvoering, en één een gerichte ondersteuningsbehoefte (zoals extra uitleg, feedback of bronnen). Raadpleeg ook de werkvorm 3-2-1 reflectie.
Funded by the European Union NextGenerationEU logo

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen