Open leermiddelen krijgen steeds meer aandacht binnen het hoger onderwijs, en zo ook bij de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Het past bij de ambitie om kennis zichtbaar te maken, impact te hebben in de samenleving en samen te werken aan beter onderwijs. Maar hoe zorg je dat goede leermaterialen niet binnen een vak of opleiding blijven en breder worden benut?
Via de Npuls-subsidies Get Connected en OpenUp werkt de Universiteitsbibliotheek (UB) aan open leermiddelen en hergebruik van leermateriaal binnen de EUR. Gina Kim werkt sinds mei dit jaar in de functie van Scholarly Communications Steward, Open Educational Resources (OER) en gaat zich de komende jaren volledig focussen op dit onderwerp. In dit artikel vertelt ze wat er is ontwikkeld rondom open leermiddelen en waaraan gewerkt gaat worden de komende tijd.
Npuls is het Nationale Groeifondsprogramma waarbinnen alle publieke universiteiten, hogescholen en mbo-scholen samenwerken aan een toekomstbestendige onderwijssector. Op deze pagina lees je welke bijdrage de EUR levert.
Wat verstaan we onder Open Educational Resources?
Binnen het onderwijs worden allerlei leermiddelen (resources) gebruikt: presentaties, opdrachten, video- en audio-opnames, infographics, textbooks en meer. Traditioneel blijven deze materialen ‘gesloten’: een docent maakt ze voor een specifiek vak en daar eindigt meestal de levenscyclus. Met Open Educational Resources (OER) worden deze digitale leermaterialen open gedeeld. Ze zijn vrij toegankelijk voor iedereen (ook buiten de academische gemeenschap) en voorzien van een open licentie (vaak een Creative Commons-licentie). Daardoor mogen anderen (docenten en studenten/lerenden) het materiaal gebruiken, aanpassen en opnieuw inzetten. Zo wordt de levensduur en de mogelijkheden van deze materialen enorm vergroot.
Docenten kunnen voortbouwen op bestaande leermaterialen van hoge kwaliteit, in plaats van steeds zelf het wiel uit te vinden. Gina geeft het voorbeeld van een vak dat al jaren goed scoort: wanneer de materialen uit dit vak open gedeeld worden, kunnen ze ook impact hebben in andere vakken en opleidingen. Voor studenten vergroten open leermaterialen de toegang tot goede content en neemt de kans toe dat iedere student een vorm vindt die aansluit bij diens leerstijl.
Erasmus Gets Connected
In mei 2025 ontving de UB een stimuleringssubsidie van Npuls gericht op het delen en (her)gebruiken van digitale en open leermaterialen. Via het project Erasmus Gets Connected werd gewerkt aan een infrastructuur voor open leermaterialen: de koppelingen, platforms en ondersteuning die nodig zijn om materiaal te kunnen delen. Aan de EUR bestonden namelijk al sterke, maar gefragmenteerde voorbeelden van digitale open leermiddelen. Gina noemt bijvoorbeeld dr. Marleen de Moor (ESSB), mede-initiatiefnemer van het statistiekplatform Sharestats, waar 4 universiteiten 5.000 toetsvragen open delen. Daarnaast was de EUR tot voor kort beperkt aangesloten op de nationale OER-infrastructuur. Ook ontbrak een herkenbaar loket voor onderwijsprofessionals met vragen over open leermiddelen. Get Connected bood de kans om daar in het afgelopen jaar een grote sprong in te maken.
Aansluiting op edusources
Allereerst werd binnen Erasmus Gets Connected gewerkt aan een betere aansluiting op edusources, het landelijke platform waar docenten open leermaterialen kunnen vinden en delen. Gina legt uit dat edusources te gebruiken is voor het Nederlandse vervolgonderwijs (WO, HBO en MBO) en dat hier gedeelde leermaterialen eenvoudig te vinden zijn. Via de achterliggende materiaalbank van edusources (Sharekit) kunnen docenten hun eigen leermaterialen delen. Bestaande collecties (zoals Sharestats), kunnen hier ook worden geplaatst, zodat deze nu ook via edusources vindbaar zijn. Samen met ander materiaal dat door EUR-docenten is gedeeld, zijn er inmiddels bijna tweehonderd unieke open leermaterialen uit de EUR-omgeving op edusources te vinden. Docenten kunnen zich ook aansluiten bij vakcommunities die samen collecties ontwikkelen en delen.
Open textbooks via Wikiwijs
De tweede lijn richtte zich op open textbooks. Gina geeft aan dat er na een uitgebreide verkenning gekozen is voor Wikiwijs. Dit is een vrij toegankelijk platform waar docenten hun boeken snel en gemakkelijk kunnen schrijven en publiceren, zonder langdurige uitgeeftrajecten, en een plek waar studenten deze materialen gratis kunnen gebruiken. Binnen het project is een publicatieworkflow ontwikkeld zodat docenten weten welke stappen nodig zijn om een open boek of hoofdstuk uit te brengen. Een concreet resultaat is het boek De levende bibliotheek, dat nu als open textbook beschikbaar is en ook via edusources gevonden kan worden.
OER ondersteuning
Met Erasmus Gets Connected is bovendien een OER-supportdesk binnen de UB opgezet. Docenten die materiaal open willen delen, een open textbook willen maken of willen verkennen wat er mogelijk is, kunnen bij Gina terecht voor advies over licenties, platforms en praktische stappen.
OpenUp
Nu Get Connected is afgerond, zet de UB de volgende stap met de in juni toegekende subsidie OpenUp. Dit is een regeling van Npuls om instellingen verder te helpen bij het formuleren en realiseren van hun ambities rond digitale en open leermaterialen. Waar Erasmus Gets Connected vooral ging over technische aansluiting en eerste dienstverlening, richt OpenUp zich op het uitbouwen van een duurzame OER-cultuur: beleid, ondersteuning, communicatie en samenwerking. Hierbij wordt goed gebruik gemaakt van de netwerken rond Npuls gericht op kennisdeling en samenwerking. Het Open Up-project gaat in september van start en loopt drie jaar.
Beleid en infrastructuur
Met Gina als projectleider gaat de UB werken aan een heldere OER-visie en beleid, waarin wordt vastgelegd wat open leermiddelen precies zijn, welke rol de UB speelt en welke vormen van ondersteuning docenten en faculteiten mogen verwachten. Daarbij horen richtlijnen voor het delen en gebruiken van open materiaal, een kwaliteitskader dat helpt bij het beoordelen van open leermaterialen, en een pakket aan trainingen en (video)materialen. Ook de infrastructuur wordt verder uitgebreid, onder meer richting video-OER. Daarbij spelen vragen rondom vindbaarheid, metadata, auteursrechten en privacy een rol.
Bewustwording en samenwerking
Een belangrijk onderdeel van OpenUp is zichtbaarheid en bewustwording. Het gaat om het in kaart brengen van bestaande OER binnen de EUR, het delen van voorbeelden en het actief aangaan van het gesprek met faculteiten en opleidingen. Daarnaast worden er concrete plannen vormgegeven om bredere aandacht te generen voor open leermiddelen. Daarnaast wordt gewerkt aan samenwerking: docenten binnen de EUR met elkaar verbinden en leren van andere instellingen in Nederland die verder zijn met dit onderwerp, onder meer via Npuls-netwerken en de CLI.
Wat betekent dit alles in de praktijk?
Voor docenten en onderwijsondersteuners betekent deze ontwikkeling dat het gebruiken en delen van open leermiddelen niet langer losse activiteiten zijn, maar een groeiende structuur met ondersteuning. Wie open materiaal wil gebruiken, kan via edusources open leermaterialen van collega’s vinden en die materialen aanpassen in het eigen onderwijs. Wie zelf open wil delen, kan hiermee direct zelf aan de slag of bij de UB terecht voor advies. Daarnaast kunnen open leermaterialen worden gebruikt bij curriculumontwikkeling, blended en online onderwijs, en bij het ontwerpen van gevarieerde leerroutes die beter aansluiten bij verschillende leerstijlen van studenten. De komende jaren zullen er trainingen en materialen beschikbaar komen ter ondersteuning van het inzetten van open leermaterialen.
Docenten als dragers van OER
De Universiteitsbibliotheek ziet open leermiddelen als een krachtig middel om de kwaliteit, toegankelijkheid en impact van het onderwijs aan de EUR te vergroten. Daarbij staat een doel centraal: docenten en faculteiten goed ondersteunen om met open leermaterialen aan de slag te gaan.
Uit onderzoek onder docenten tijdens Erasmus Gets Connected blijkt dat er veel interesse en bereidheid is om open leermiddelen te gebruiken. Tegelijkertijd ontbreekt vaak basiskennis: hoe begin je, wat zijn de mogelijkheden en wat zijn de spelregels? De UB wil die leegte vullen met praktische ondersteuning, informatie en advies. “Maar het succes van OER aan de EUR hangt uiteindelijk af van onze docenten en onderwijsprofessionals. Zij moeten het tot leven brengen door materialen te maken en te delen, actief op zoek te gaan naar materiaal van anderen en samen communities rond vakgebieden en didactiek op te bouwen. Zo ontdekken we de vele manieren waarop open leermaterialen onderwijs en leerervaringen kunnen verrijken,” benadrukt Gina.
Daarnaast zijn budgethouders en besluitvormers nodig om de resultaten van projecten als Erasmus Gets Connected en OpenUp duurzaam te verankeren in tijd, aandacht en middelen. Gina: “zodat we met open leermaterialen niet alleen van de grond komen, maar ook kunnen blijven vliegen.”
De basis ligt er: een infrastructuur via edusources en Wikiwijs, een loket bij de UB en een meerjarig project dat inzet op beleid en bewustwording. De volgende stap is dat docenten en onderwijsondersteuners, met steun van het management en hulp vanuit de UB, gaan werken aan het open leermiddelen. Precies daar, op het snijvlak van doen en verbinden, richt Gina zich de komende jaren binnen het OpenUp project!

- Gerelateerde content
- Gerelateerde links
- Meer CLI nieuws
