Oratie Richard Janssen: Besturen als een voetballer

Datum: 24 november 2017

Onzekerheden en risico’s zijn de afgelopen jaren voor zorginstellingen fors toegenomen. Er zijn meer opdrachtgevende partijen in het spel met ieder hun eigen spelregels. Banken zijn terughoudender in het verschaffen van kapitaal. Toezicht en verantwoording zijn steeds belangrijker. Daar komt bij dat de kostengroei onder druk blijft, evenals de arbeidsmarkt. De zorgvraag zal echter blijven groeien. Een dergelijke constellatie vraagt om tweebenig besturen: tegelijkertijd consolideren en innoveren.
We hebben in het Nederlandse zorgstelsel in de afgelopen decennia wezenlijke veranderingen aangebracht. Zorginstellingen zijn meer gaan functioneren als bedrijven. Steeds vaker treden er nieuwe partijen in de markt, of gaan collega-instellingen bovenregionaal werken, waardoor de concurrentie behoorlijk kan toenemen. Een dergelijke situatie vraagt om het nemen van beslissingen over welke zorgdiensten je blijft leveren en welke niet: het aanpassen van de dienstenportfolio. 

Nieuwe soorten zorg
Ook de ontwikkelingen aan de kant van de patiënt vragen om aandacht. Zorggebruikers zijn mondiger en kritischer, willen meer en beter geïnformeerd worden en onafhankelijk van plaats en tijd van zorg gebruik kunnen maken. Technologie maakt dat ook steeds meer mogelijk, met e-consulten, internettherapie of met een automaat in de muur van de apotheek. Soms vragen mensen ook gewoon andere zorg: meer persoonsgericht en meer persoonlijke aandacht. Het aanbod op de arbeidsmarkt lijkt daarbij de vraag niet aan te kunnen. 

Tweebenig besturen is noodzaak
Wetende dat er behoorlijke spanning staat op de arbeidsmarkt, financiers minder scheutig zijn en verwachtingen van gebruikers toenemen, terwijl het totaal van de zorgkosten onder druk blijft, ligt er een forse uitdaging voor zorgbestuurders. Ik noem dat de noodzaak tot tweebenig besturen, naar analogie van voetballers die tweebenig kunnen voetballen. Daarmee bedoel ik dat er enerzijds sprake moet zijn van het ‘huis op orde’, gezonde bedrijfsvoering, maar er tegelijk ook een flink verandervermogen van zorgorganisaties nodig is om met al deze onzekerheden en uitdagingen om te gaan. Beide eigenschappen lijken in eerste instantie tegenstrijding. 

Ruimte om te experimenteren
‘Huis op orde’ gaat in deze tijd gepaard met veel gestapeld toezicht van de inspectie, de verzekeraars, NZa, de banken. Dat kan leiden tot verkramping in de organisatie, veel administratieve druk en gaat ten laste van spelplezier bij professionals. Om in de organisatie ruimte te creëren voor een lerende houding, te experimenteren en te veranderen is juist een soort creatieve dynamiek nodig. Het vraagt om ruimte in de uitvoering, middelen om opgeleid te worden en medewerkers die dit aspect uitdagend vinden om te doen.
Het is aan de leiding van de organisatie om over beide competenties in de organisatie te beschikken. Daarnaast zouden sectoren veel meer een cultuur van open innovatie met elkaar moeten hebben. Niet iedereen hoeft het wiel opnieuw uit te vinden. Ik vind het leuk om in de diverse onderwijsprogramma’s van het Centrum strategische beleidsvorming in de zorg in dit perspectief te plaatsen.