“Keti Koti is een herdenking en een viering in één.”

Op 1 juli is het Keti Koti, een jaarlijks terugkerende herdenking van het slavernijverleden in de voormalige Nederlandse koloniën. Op die dag wordt niet alleen het verleden herdacht, maar er wordt ook gevierd. 1 juli 1863 is namelijk de dag dat de slavernij werd afgeschaft. Maar wat is Keti Koti nu precies? En hoe wordt het gevierd? We gingen in gesprek met Alex van Stipriaan, hoogleraar Caraïbische geschiedenis van the Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC).

Hoi Alex! Kun je iets meer over jezelf vertellen en waarom je zoveel interesse hebt in het Caribisch gebied?

‘Mijn naam is Alex van Stipriaan. Ik ben sinds 1985 werkzaam aan de faculteit Erasmus School of History, Culture and Communication en daarmee nu de langst zittende werknemer. Mijn studie heb ik gedaan aan de VU, daar was toentertijd de eerste geschiedenis opleiding met niet-westerse geschiedenis als hoofdvak. Dat was heel uitzonderlijk, maar ook precies wat ik wilde. Ik had in mijn jongere jaren namelijk al een voorliefde opgebouwd voor het niet-westerse. Dat had te maken met dat ik als jongen veel Surinaamse, Antilliaanse en Indische vriendjes en vriendinnetjes had.’

Ben je er ook wel eens geweest, aan die kant van de wereld?

‘Jazeker, met regelmaat kom ik er. Mijn eerste keer was in 1974, toen ging ik naar Suriname met vrienden. Dat was ook mijn eerste keer buiten Europa. Wat vooral indruk op mij maakte, was dat ik mij opeens erg bewust werd van mijn huidskleur. Ik was daar, als witte jongeman, een kleine minderheid in een land met kleur. Ik vond het vooral raar om te beseffen dat je in principe niet nadenkt over je eigen kleur totdat je opeens de ‘ander’, oftewel de minderheid bent. Een andere een grote valkuil is, omdat er in Suriname Nederlands wordt gesproken, denken mensen direct dat alles daar Nederlands is. Dat er Nederlands gedacht wordt en dat de Nederlandse cultuur ‘normaal’ is. Maar dat is natuurlijk niet zo.’

Kun je iets vertellen over Keti Koti?

‘Keti Koti betekent in het Sranang twee dingen, namelijk ‘ketenen (zijn) verbroken’ of ‘verbreek de ketenen’. De ketenen zijn het symbool van het leven in slavernij. Het verbreken gebeurde op 1 juli 1863, in alle Nederlandse koloniën. Voorheen heette dit voor de Nederlanders 'de afschaffing', terwijl het voor Surinamers en Antilianen 'de emancipatie' heette. De Nederlandse term komt voort uit een soort misplaatste trot, namelijk dat de koning en de Nederlandse overheid alleen verantwoordelijk zijn geweest voor de het beëindigen van de slavernij die zij eerst zelf enkele eeuwen in stand hebben gehouden. Terwijl emancipatie meer het vrij worden benadrukt en tegenwoordig ook staat voor een proces dat aan twee kanten plaatsvindt en meer de donkere kant van het verhaal laat zien. Want er is de eeuwen door veel strijd gevoerd tegen de slavernij in Suriname en op de Caribische eilanden.’

Slavery monument Amsterdam

Wordt Keti Koti hier in Nederland gevierd, of wordt het herdacht?

‘Beide. Het wordt zowel herdacht, als gevierd. Je kunt het vergelijken met 4 en 5 mei op dezelfde dag, een herdenkingsdag en een feestdag in één. Eerst werd 1 juli alleen herdacht in Surinaamse of Antilliaanse kringen. Vanaf 1963, dus na 100 jaar, kwam er nationaal meer aandacht voor in de kranten en werden optredens en optochten door de stad Amsterdam georganiseerd. Maar dat was het. Tot aan de jaren ‘90, toen kwam er een stroom van kritiek uit de Afro-Nederlandse gemeenschap, ook in Rotterdam. Waarom staan wij niet in de geschiedenisboeken? Waarom is 1 juli geen nationale feest- of herdenkingsdag? Wordt het niet eens tijd dat de Nederlandse overheid haar excuses aanbiedt? Dat waren vragen die in die kritiek centraal stonden en die hebben ook een aantal vruchten afgeworpen. Namelijk de realisatie van een monument in Amsterdam, de verklaring van 1 juli tot nationale herdenkingsdag en de oprichting van het volledig gesubsidieerde NiNSee instituutOpent extern, het kenniscentrum slavernijverleden. In 2013, toen we in Nederland 150 jaar Keti Koti vierden, kwam ook in Rotterdam een monument op de Lloydpier. In Rotterdam was ook grote behoefte om het slavernijverleden zichtbaar te maken. Rotterdam heeft namelijk een groot aandeel gehad in het slavernijverleden, de op een na grootste particuliere slavenhandelaar was Rotterdams: Coopstad & Rochussen.’

"...juist omdat de EUR een etnisch-cultureel vrij gemengde universiteit is en gelegen is in een superdiverse stad. Dus momenten zoals Keti Koti, daar mag meer aandacht aan worden gegeven"

Deze viering is gericht op de geschiedenis, op de vertaling ‘ketenen verbroken’. Maar betekent de tweede vertaling ‘verbreek de ketenen’ nog iets specifieks voor de huidige tijd?

‘Sommigen zullen zeggen dat er nog steeds slavernij is in de wereld, dus dat we op 1 juli ook daarbij moeten stilstaan. Bob Marley had het over ‘liberate yourself from mental slavery’, waar ik mij goed in kan vinden. We leven nog steeds geketend in erfenissen van het voormalig slavernij-denken. Dat geldt voor witte én zwarte Nederlanders en dat verdeelt de samenleving, Dat zie je bij uitstek in de zwarte pietendiscussie. Het staat buiten kijf dat er verandering zal moeten komen, maar dat gaat het beste als je in staat bent echt naar elkaar te luisteren. En dat blijkt nog heel erg moeilijk. Pas als je over je traditionele gedachten heen stapt, verbreek je pas echt te ketenen. 1 juli is daarom niet alleen een dag voor de nazaten van het slavernijverleden, maar voor alle Nederlanders. Het is een geschiedenis die met heel Nederland te maken heeft, omdat er veel mensen uit voormalige koloniën op de dag van vandaag in Nederland wonen.’

Wat is jouw mooiste herinnering aan Keti Koti?

‘Dat was de onthulling van het monument hier in Rotterdam. De impact van de onthulling van het monument in Amsterdam was groter, maar ging gepaard met zoveel strijd en emotie. Dat was niet feestelijk. De onthullingsceremonie was in Amsterdam alleen toegankelijk voor een aantal genodigden, zoals de koningin en toenmalig minister-president Kok. De zwarte gemeenschap was daarentegen niet uitgenodigd en stond achter hekken, roepend dat zij er ook bij wilden zijn en dat het juist óók voor hen bedoeld was. Bij de onthulling van het monument in Rotterdam was dat gelukkig niet het geval, en was het veel feestelijker en inclusiever. Burgemeester Aboutaleb gaf een speech die grote indruk op mij maakte. Daarin greep hij terug naar zijn eigen persoonlijke verhaal en naar de Arabische geschiedenis waarin ook slavernij voorkomt. Ieder jaar op 1 juli zijn er veel feestelijke activiteiten bij het monument op de Lloydpier, een aanrader om eens te kijken!’

Wat kan de Erasmus Universiteit leren van Keti Koti?

‘De Erasmus Universiteit kan er in eerste instantie absoluut meer mee doen. Wij hebben niet voor niets een opleiding geschiedenis hier. De universiteit is zich daarmee bewust dat geschiedenis belangrijk is en dat de wetenschap zich bewust moet zijn van historische processen binnen onze samenleving. Het geeft ook een bepaalde verantwoordelijkheid, juist omdat de EUR een etnisch-cultureel vrij gemengde universiteit is en gelegen is in een superdiverse stad. Dus momenten zoals Keti Koti, daar mag meer aandacht aan worden gegeven. We kunnen het van bovenaf stimuleren, door het organiseren van conferenties, of door de vlaggen te hijsen van alle landen die betrokken zijn geweest in het slavernijverleden. Of door uitwisseling van vakken tussen faculteiten te stimuleren en een jaarlijks Keti Koti college op 1 juli te organiseren. En dan niet eenmalig, maar juist structureel. Voor 4 en 5 mei is ook altijd aandacht. Voor mijn gevoel hoort Keti Koti er ook bij, want het is geen ver weg geschiedenis. Het is van ons allemaal.’

Professor
Faculteit
Erasmus School of History, Culture and Communication
Universiteit
Erasmus University Rotterdam