Op vrijdag 6 november 2026 verdedigt J.A. de Ruiter het proefschrift met de titel: Over de rijksbemiddelaars in Nederland 1889-1946
- Promotor
- Promotor
- Datum
- vrijdag 6 nov 2026, 13:00 - 14:30
- Type
- Promotie
- Ruimte
- Senaatszaal
- Gebouw
- Onderwijscentrum
- Locatie
- Erasmus MC
Hieronder volgt een korte samenvatting van het proefschrift:
De beide Wereldoorlogen zijn van aanzienlijke betekenis geweest voor de
denkbeelden over de rol voor de overheid in sociaaleconomisch beleid. De
ervaringen van de Eerste Wereldoorlog droegen bij aan sociale verzekeringswetten
en arbeidswetgeving. De Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting in het
bijzonder, waren van grote betekenis voor de wijze waarop de overheid zich
bemoeide met de arbeidsvoorwaarden in het algemeen en de loonpolitiek in het
bijzonder. Tegen de achtergrond van de systematisering van de Duitse
oorlogseconomie door Albert Speer, werd het voor het College van
Rijksbemiddelaars steeds moeilijker om zijn rol te vervullen. Het raakte bekneld in
het Duitse beleid. Het College werd uiteindelijk door de Duitse bezetter terzijde
geschoven en vervangen door een Gemachtigde voor de Arbeid. Hiermee werden
ook het arbeidsvoorwaardenbeleid en de loonpolitiek volledig onder het
leidersbeginsel gebracht. Het verhaal van de Gemachtigde voor de Arbeid tijdens
de Tweede Wereldoorlog werpt een interessant licht op de complexe situatie
waarin Nederland zich onder de Duitse bezetting bevond. Van Rijst lijkt te hebben
geprobeerd zijn werk zo goed mogelijk te doen binnen de beperkingen van de
bezetting maar ook in lijn van de werkwijze van het College. Ook hij kreeg echter
weinig ruimte door de harde lijn vanuit Berlijn en door het wegvallen van
overlegpartners werd het moeilijk om tot loonafspraken te komen, respectievelijk
het in de hand houden van de loonontwikkelingen.
De periode direct na de bevrijding van Nederland bleek een complexe tijd, waarin
verschillende instanties en belangen met elkaar botsten. De rol van het Militair
Gezag en de problemen met betrekking tot de gezagsverhoudingen hebben geleid
tot een ingewikkeld scenario, vooral ook op het gebied van arbeidsvoorwaarden en
lonen. In nog bezet Nederland vonden in deze periode ontwikkelingen plaats, zoals
de voorbereidingen voor de oprichting van de Stichting van de Arbeid, die bij de
regering in Londen goeddeels onbekend bleken. Die regering in Londen maakte
zich vooral zorgen over de chaos die na de bevrijding zou kunnen ontstaan en een
mogelijke opmars van radicale bewegingen, zoals die in 1918 overal in Europa naar
voren waren gekomen.
Na de bevrijding ontstond een situatie van onduidelijkheid over wie er de controle
moest krijgen over het loon- en prijsbeleid. Er werd een interdepartementale
commissie ingesteld onder leiding van A.A. van Rhijn om aanbevelingen te doen.
Hierbij waren zowel vertegenwoordigers van de Stichting van de Arbeid als van het
College van Rijksbemiddelaars betrokken. De regering in Londen had eerder de
Stichting van de
Arbeid geen rol toebedeeld. Uit mijn onderzoek blijkt dat de samenwerking tussen
het College van Rijksbemiddelaars en de Stichting van de Arbeid allesbehalve
vanzelfsprekend was en dat er verschillende visies waren op hoe het loon- en
prijsbeleid na de bevrijding moest worden vormgegeven. Het loonbeleid na de
oorlog was complex, met verschillende belangen en problemen, waaronder het
streven naar een minimum bestaansniveau voor alle werknemers, terwijl
tegelijkertijd rekening moest worden gehouden met regionale verschillen en
sectorale behoeften en met Nederlands internationale concurrentiepositie. Te
hoge lonen zouden die positie ondermijnen en tot een terugval naar de
werkloosheid van de jaren '30 kunnen leiden, te lage tot een onaanvaardbaar
sociaal minimum. Om tussen die beide klippen door te manoeuvreren nam de
overheid de leiding. Zij bepaalde de veelal minimale loonruimte en gaf het College
van Rijksbemiddelaars daarna opdracht dit te vertalen naar de verschillende
bedrijfstakken en tegelijkertijd moesten de vertegenwoordigers van werkgevers en
werknemers in de Stichting van de Arbeid min of meer tevreden worden gehouden.
Stakingen of andere vormen van sociale onrust moesten worden voorkomen,
onder meer met het oog op de concurrentiepositie. De Stichting kreeg daarmee
een ondankbare taak en werd de kop van Jut. Met deze constructie was de taak van
het College van Rijksbemiddelaars dezelfde geworden als die van de Gemachtigde
van de Arbeid tijdens de oorlog. Zij moest het regeringsbeleid ten aanzien van de
loonvorming, een beleid dat paste in de macro-economische, maar ook in de
sociale politiek van die regering. Het betekende concretiseren en vormgeven van
de instructies die aansloten bij de Duitse economische politiek. Het College van
Rijksbemiddelaars had zo een rol gehad die aansloot bij die de ideeën van de
naoorlogse, door volkspartijen als de PvdA en de KVP gedomineerde regeringen,
maar die weinig meer te maken hadden met de liberaal economische opvattingen
van voor de oorlog. Zij moesten niet langer bij arbeidsconflicten proberen de
partijen op basis van vrijwilligheid te begeleiden naar een compromis, maar gaven
vorm en uitvoering aan de geleide loonpolitiek van na de oorlog.
- Meer informatie
De openbare verdediging zal exact om 13.00 uur beginnen. De deuren zijn gesloten zodra de openbare verdediging start, laatkomers kunnen eventueel op het scherm buiten meekijken. Er is geen mogelijkheid tot toelating tijdens het eerste gedeelte van de ceremonie. Gezien het plechtige karakter van de bijeenkomst adviseren wij om kinderen onder de 6 jaar niet naar het eerste gedeelte van de ceremonie mee te nemen.
Er is aan kandidaat een livestreamlink verstrekt.
