Onderzoeken

Graphic with white overlapping letters spelling ONDERZOEKEN on dark blue background

De categorie onderzoeken bevat ontwerptools die je in staat stellen informatie, ervaringen, perspectieven en andersoortige data te verzamelen met betrekking tot een vraagstuk of onderwerp. 

De tools beschrijven verschillende manieren van dataverzameling, maar gaan niet in op het analyseren en structureren van de data. De analyse verloopt voor veel van de tools hetzelfde: clusteren, combineren, coderen en categoriseren. De ontwerptools van structureren helpen je vervolgens om een bepaalde ordening aan te brengen in de inzichten die je rijker wordt bij het analyseren van de data. 

Voor elke tool binnen de categorie onderzoeken geldt een aantal algemene principes:

  1. Selecteer de juiste participanten.
  2. Stel de participanten op hun gemak. 
  3. Maak het de participanten makkelijk. 
  4. Bereid je onderzoek goed voor. 
  5. Test je onderzoeksmethode. 
  6. Leg tijdens het onderzoek zo veel mogelijk vast. 
  7. Gebruik meerdere tools uit de categorie onderzoeken om zo rijk mogelijke data te genereren.

Ontwerptools

Graphic of a white camera icon on dark blue background

Wat 

Met een fotosafari worden participanten op pad gestuurd om foto’s te maken over een bepaald onderwerp. Vervolgens wordt samen met de participanten gereflecteerd op de foto’s die zij gemaakt hebben. 

Waarom 

Foto’s zijn associatief en multi-interpretabel. Ze zeggen iets over de fotograaf, maar evengoed over degene die naar de foto kijkt. Door hier samen op te reflecteren ontstaat een gesprek dat rijke inzichten rondom het onderwerp oplevert. 

Hoe 

  1. Definieer enkele onderwerpen voor de fotosafari. 
  2. Formuleer per onderwerp een opdracht. Waar wil je binnen dit onderwerp meer over leren en naar wat voor soort beeld ben je op zoek? Zorg ervoor dat de opdrachten genoeg ruimte laten voor de creativiteit en eigen invulling van de participanten. 
  3. Formuleer heldere instructies voor de participanten waarmee zij op fotosafari kunnen. 
  4. Instrueer de participanten en stuur ze op pad. Geef de participanten voldoende tijd om foto’s te maken. 
  5. Vraag de participanten om de gemaakte foto’s vooraf aan de reflectie digitaal op te sturen. 
  6. Bereid de reflectie goed voor: bekijk de foto’s, sta stil bij wat je zelf ziet, formuleer enkele vragen voor tijdens de reflectie en regel een beamer of beeldscherm, of print de foto’s uit. 
  7. Ga samen met de participanten door de foto’s heen en reflecteer. Bespreek wat de participanten in de foto’s zien, en waarom zij deze foto gemaakt hebben, maar reflecteer ook op wat je zelf in de foto’s ziet.

White book graphic with heart on cover on navy background

Wat 

Met een dagboekstudie worden participanten gevraagd gedurende een bepaalde periode een dagboek met dagelijkse opdrachten, reflectievragen en invuloefeningen in te vullen over een bepaald onderwerp. Vervolgens wordt samen met de participanten gereflecteerd op het dagboek. 

Waarom 

Een dagboekstudie dwingt participanten gedurende een langere periode stil te staan bij een onderwerp. Door hier naderhand het gesprek over te voeren kom je in dit gesprek voorbij antwoorden die eerste ingevingen zijn, waardoor je tot diepgaande inzichten komt. 

Hoe 

  1. Definieer één of enkele onderwerpen voor de dagboekstudie. 
  2. Bepaal voor hoeveel dagen je de participanten wil laten reflecteren. Vaak wordt een week genomen, maar afhankelijk van het onderwerp of vraagstuk kan dit korter of langer zijn. 
  3. Verzin voor elke dag één of enkele opdrachten of vragen die de participant helpt reflecteren op de gedefinieerde onderwerpen. Maak hierbij goed gebruik van het medium: in een dagboek kun je tekenen, een tijdlijn invullen, afbeeldingen of foto’s plakken, een brief schrijven, een stripverhaal maken, enzovoort. 
  4. Geef vorm aan het dagboek. Maak een voorkant, instructiepagina en verzin hoe de bladzijdes van de verschillende dagen eruit komen te zien. Welke instructies geef je bij de opdrachten en vragen mee? En welke vorm van invullen werkt het beste? 
  5. Print per participant een dagboek uit. 
  6. Instrueer de participanten en overhandig de dagboeken. Geef de participanten voldoende tijd om het dagboek in te vullen. 
  7. Stuur de participanten tussentijds af en toe een herinnering om het dagboek in te vullen - dit wordt nogal eens vergeten. 
  8. Verzamel de dagboeken zodra deze zijn ingevuld. 
  9. Bereid de reflectie goed voor: neem de dagboeken door en formuleer enkele vragen voor tijdens de reflectie. Wat valt op in de dagboeken? Waar zou je extra toelichting op willen? 
  10. Reflecteer samen met de participanten op het dagboek. Neem hiervoor het dagboek mee en loop elke dag met ze door.

Weather icon: sun peeking behind cloud with raindrops on navy background

Wat 

Met een holistic experience scan worden de emoties die participanten bij een bepaalde ervaring beleven in kaart gebracht. Vervolgens wordt gereflecteerd op de verschillende emoties en waar deze vandaan komen. 

Waarom

Emoties hebben we op het moment dat iets ons raakt. Zo bieden emoties een inkijkje in iemands behoeften, verlangens, zorgen en dromen. Door de emoties die een bepaalde ervaring oproept in kaart te brengen, en vervolgens te achterhalen waarom deze ervaring deze emoties oproept, ontstaat er een inzicht in wat iemand op een dieper niveau drijft. 

Hoe 

  1. Bepaal voor welke ervaring je de emoties van de participanten in kaart wilt brengen. 
  2. Maak een simpele tijdlijn waarop positieve en negatieve emoties gedurende deze ervaring geplaatst kunnen worden. De x-as is de tijd, de y-as het spectrum aan emoties (positief boven de x-as, negatief onder de x-as). 
  3. Formuleer instructies en vragen voor het uitvoeren van de scan. 
  4. Instrueer de participant. Vraag de participant om gedurende de ervaring hardop te praten over de gedachten en gevoelens die hij/zij heeft. 
  5. Laat de participant de ervaring ondergaan en kijk mee. Als de participant gedurende de ervaring niet hardop praat, moedig dan aan om dit te doen. Wat gaat er in het hoofd van de participant om? Wat denkt en voelt hij/zij? Hoe intens is dit? Is het heel positief, slechts een beetje, of juist heel negatief? 
  6. Vul de tijdlijn gedurende de ervaring in. Leg de hoogte- en dieptepunten vast en geef aan welke activiteit, handeling of gebeurtenis dit gevoel triggerde. 
  7. Zoek naderhand een rustige plek op om op de ervaring te reflecteren. Wat waren de hoogte- en dieptepunten? Welke emotie voelde de participant op dit punt? Waar kwam deze emotie volgens de participant vandaan? Wat zegt dit over diens behoeften, verlangens, zorgen of dromen?

3x3 white square grid graphic on dark blue background

Wat 

Met een card sort wordt participanten gevraagd kaartjes met woorden of afbeeldingen die te maken hebben met een bepaald onderwerp te rangschikken. Vervolgens wordt hen gevraagd deze rangschikking te motiveren. 

Waarom

Een card sort dwingt participanten een bepaalde ordening aan te brengen. Dit gebeurt vaak heel impliciet. Door hier vervolgens het gesprek over te voeren worden de onderliggende afwegingen expliciet gemaakt. Zo wordt inzichtelijk hoe de participanten naar de wereld kijken en wat zij hierin van belang vinden. 

Hoe 

  1. Bepaal wat je wilt onderzoeken met de card sort. Wil je een beter begrip rondom het vraagstuk ontwikkelen, juist richting oplossingen denken, bepaalde behoeften in kaart brengen, contextfactoren inzichtelijk maken of iets anders? 
  2. Definieer zo veel mogelijk verschillende onderwerpen die te maken hebben met wat je wilt onderzoeken. 
  3. Selecteer 30-50 onderwerpen. Zorg ervoor dat deze voldoende verschillend zijn en gezamenlijk breed genoeg. Kies voor een goede verdeling van zowel abstracte als concrete onderwerpen. 
  4. Maak voor elk onderwerp een kaartje. Bijvoorbeeld met een woord of zin, of een passende afbeelding. 
  5. Print de kaartjes. 
  6. Formuleer instructies, manieren van ordening (bijvoorbeeld op persoonlijke voorkeur, gemeenschappelijkheid, belangrijkheid, potentie, (collectieve of individuele) waarde, volgorde, enzovoort) en vragen voor tijdens de card sort.
  7. Leg uit hoe de card sort in zijn werk gaat. Vraag de participant om tijdens de card sort hardop na te denken. 
  8. Laat de participant de kaartjes ordenen volgens de manieren van ordening die je vooraf bepaald hebt. 
  9. Neem voor elke manier van ordening de tijd om te achterhalen hoe deze ordening tot stand is gekomen. Stel de vragen die je vooraf hebt opgesteld en vraag door.

White pool ladder and waves icon on navy background

Wat 

Met een immersion stap je zelf in de context van het vraagstuk. Je gaat naar de locatie, praat met de mensen, observeert, en ervaart zelf wat er speelt en hoe het vraagstuk zich in de echte wereld voordoet. 

Waarom 

Door in de context van het vraagstuk te stappen en hier een tijdje door te brengen zet je al je zintuigen in om het vraagstuk te begrijpen. Het wordt niet alleen voorstelbaar, maar ook invoelbaar. 

Hoe 

  1. Bepaal hoe je het beste in de context van het vraagstuk kunt stappen. Is het simpelweg een kwestie van naar de locatie gaan, observeren, zelf iets ondernemen of ervaren en praatjes aanknopen? Of is het nodig om een snuffelstage, meeloopdag, werk- of thuisbezoek te regelen? 
  2. Denk na over hoe je de context binnentreedt, waar je op wilt letten, hoe je je data vastlegt en wat hiervoor nodig is. 
  3. Plan de immersion. Prik een datum, verzamel of ontwikkel benodigdheden, licht mensen in, enzovoort. 
  4. Ga naar de locatie en voer de immersion uit. Denk eraan al je zintuigen te gebruiken en een variëteit aan ervaringen op te doen. 
  5. Zoek naderhand een rustige plek op om op de immersion te reflecteren. Wat staat je het meeste bij? Wat heb je geleerd? Wat heb je ervaren? Wat heb je gehoord? Wat heb je gezien? Wat heb je gevoeld?

White rifle silhouette on dark blue background

Wat 

Een conversation piece is een object dat als vertrekpunt dient voor een gesprek over een bepaald onderwerp. 

Waarom 

Objecten zijn dragers van betekenis en verhalen. Door aan de hand van een object een onderwerp te bespreken wordt duidelijk wat voor participanten echt van betekenis is. 

Hoe 

  1. Bepaal het onderwerp voor het gesprek met de participanten.
  2. Vraag de participanten om een object mee te nemen dat dit onderwerp belichaamt. Eventueel kun je meerdere onderwerpen kiezen en de participanten vragen meerdere objecten mee te nemen. Probeer het aantal wel te beperken. Als je wil kun je zelf ook een object meenemen. 
  3. Vraag naar het object dat de participanten hebben meegenomen. Wat betekent het object voor hen? Welk verhaal zit er achter? Welke kenmerken van het object relateren aan het onderwerp? Waarom? 
  4. Beschrijf wat je zelf ziet in het object. 
  5. Bespreek eventueel je eigen object.

White heart icon centered on dark blue background

Wat 

Appreciative Inquiry is een methode om te identificeren wat goed en waardevol is in de huidige situatie, en inzichtelijk te krijgen waar ‘de energie’ zit. 

Waarom 

Veranderen gaat vaak langs de lijn van inspiratie, optimisme en enthousiasme. De positieve benadering van Appreciative Inquiry helpt om vanuit kansen en positiviteit naar oplossingen te zoeken. 

Hoe

  1. Definieer samen met de participant het vraagstuk waar je een oplossing voor zoekt. Formuleer het vraagstuk op een positieve manier. 
  2. Inventariseer wat momenteel al goed gaat. Welke goede voorbeelden kan de participant benoemen? Waar wordt de participant enthousiast van? Welke initiatieven en ideeën zijn de moeite waard? Waar liggen kansen? 
  3. Laat de participant een droombeeld schetsen. Hoe ziet de ideale toekomst eruit? Hoe zou de wereld eruitzien als het vraagstuk opgelost was? Hoe zou het eigenlijk moeten als er helemaal geen belemmeringen waren?
  4. Denk na over hoe deze droom verwezenlijkt kan worden. Wat is er nodig? Wie kunnen helpen? Welke goede voorbeelden, initiatieven en ideeën uit de vorige stap kunnen hier een rol in spelen? Wat moet er verdwijnen, maar belangrijker: wat moet er behouden blijven? 
  5. Maak een plan. Welke stappen en activiteiten moeten er worden ondernomen om deze droom te realiseren? Waar kan morgen mee begonnen worden? 
  6. Reflecteer op de uitkomsten. Is de potentie rondom het vraagstuk voldoende in kaart gebracht? Zijn er nog mogelijkheden, kansen of ideeën die het noemen waard zijn?

graphic of a white newspaper icon on dark blue background

Wat 

Een collage conversatie is een ‘generatieve’ interviewtechniek waarbij een collage wordt gemaakt rondom een bepaald thema of vraagstuk, om deze collage vervolgens als vertrekpunt te nemen voor een gesprek over dit thema of vraagstuk. 

Waarom 

Het maken van een collage is een interpretatief, associatief proces van het verzamelen van beelden die elk apart iets zeggen over het thema of vraagstuk maar ook een coherent geheel vormen. Het is dus een proces van betekenisgeving, met een diepgaand, gelaagd beeld van het perspectief van de participant op het thema of vraagstuk als resultaat. 

Hoe 

  1. Verzamel de benodigdheden voor het maken van een collage: 
    1. Lijm of plakband 
    2. Schaar 
    3. Tijdschriften om uit te scheuren of knippen
    4. A3 papier (of groter) om de afbeeldingen op te plakken 
    5. Eventueel: stiften 
  2. Bepaal het onderwerp waarover de participant een collage moet maken. 
  3. Laat de participant een collage maken rondom dit onderwerp. Maak hierbij gebruik van de verzamelde benodigdheden. Geef de participant voldoende tijd. 
  4. Bespreek de collage: 
    1. Wat is er te zien? 
    2. Uit wat voor afzonderlijke afbeeldingen bestaat de collage? Wat zeggen deze over het onderwerp?
    3. En wat zegt het geheel? 
    4. Waarom heeft de participant voor deze beelden gekozen? 
    5. Wat zegt dit over de participant zelf? 
    6. Wat zie je zelf in de collage? 
  5. Bedenk een onderschrift voor de collage. Welke zin beschrijft de essentie?

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen