De poort van Mohamad

Pikrepro.com

Mijn tweede vriendinnetje, blond wapperhaar en zomersproeten, woonde ongeveer twee kilometer van ons huis en ik zou haar huis met mijn ogen dicht zo kunnen vinden, ik kon haar zelfs ruiken als ik thuis het raam opendeed en bij elke meter dichterbij haar straat ging mijn hartslag sneller dan een wolf kan lopen. Ik was toen negen, misschien zelfs tien en tot over mijn spitse oren verliefd. Haar huis stond aan de weg naar zee en sindsdien kan ik overal de zee ruiken.

Stel, je hebt geen smartphone, geen kaart, GPS, track&trace en nee, ook geen neus zoals de mijne en je woont bovendien in een vreemd land waar ze jouw taal niet spreken maar je hebt wel de hartstocht en passie om iemand te zien en uit te nodigen aan jouw tafel. Dat was, in iets minder dramatische bewoording, mijn opdracht: jouw vriend of vriendin komt voor het eerst naar jouw huis en jij beschrijft de route in een e-mail.

De reis begint meestal op een station en dat is niet zonder gevaar want ‘je moet op het derde spoor staan’ en als je dat hebt overleefd, moet je die trein meenemen. De trein is overigens heel vaak een trien, een benaming die tot ver in hun opleiding een hardnekkig bestaan leidt. Eenmaal in de trien zwijgen de meeste mannen over de reisduur en wagen zich al helemaal niet aan het voorbijglijdende landschap terwijl vrouwen hierin een groter oog voor detail hebben. Aangekomen op de plaats van bestemming wordt het lastiger want nu moet de gast linksaf naar beneden of rechtsaf naar boven om nog maar te zwijgen over de aanwijzingen buiten de schuifdeuren van de uitgang.

Mahmoud heeft hiervoor een oplossing gevonden: zijn vriendin uit Utrecht moet op het station blijven wachten tot hij haar ophaalt. ‘Ik neem jou in station want mijn huis is hard vinden.’ Beetje ongelukkige woordkeus, maar zijn punt is helder en zijn huiswerk kort. Hij heeft wel gelijk. Metrohalte Slinge is het einde van de lijn en zelfs al zou ik een auto met GPS hebben lijkt alles hier op elkaar. In deze wijken wonen mijn cursisten. Wie zich wel waagt aan de routebeschrijving doet zijn best dit nauwkeurig te doen, hoewel er van Ahmad een dreiging uitgaat: ‘Je gaat linksaf en je gaat een stuk lopen.’ Het losgeld in een aktentas.

De Lidl, Jumbo of Plus zijn handige wegwijzers in de route die gaandeweg van het station naar de flat van bestemming leidt. De route is direct, er valt onderweg niet veel te lachen of te bekijken maar je moet wel de eenvormige gebouwen tellen tot je op het juiste adres bent. ‘Je gaat met liefd naar boven,’ schrijft Alia. Ik doe mijn ogen dicht en denk aan dierbaren die zijn overleden. Hier, in de wijk Slinge, staat in een moeilijk vindbare flat een lift waarmee je naar de hemel gaat. Je gaat met liefd naar boven. Hoe mooi en simpel kan het zijn.

Met liefde in je hart stap je uit de lift en vervolgens zoek je de hemelpoort maar daar wacht een volgende beproeving: ‘Je moet hart slaan en mijn naam roepen want deur is kapot,’ waarschuwt Mohamad. Je hart slaat iets harder want eindelijk ben je op de plek van bestemming en dan moet je enkel aankloppen en zijn naam roepen om de velden van het Elysium te betreden. Je vingerklopje en fluistertoontje werken niet dus je ademt in en slaat met je vlakke hand op de deur en roept “Mohamad!” Het gordijn gaat even opzij en de deur wordt geopend en je kijkt in veel verlegen, blije ogen die je naar binnen trekken.

  • Piethein Burmanje (Blog)

    Piethein Burmanje (1961) studeerde Geschiedenis in Amsterdam en volgde de lerarenopleiding in Leiden en Utrecht (NT2). Hij werkte als journalistiek medewerker voor NRC-Handelsblad in Brussel en Rotterdam, als publieksvoorlichter voor het Rijksmuseum en als docent NT2 voor Vluchtelingenwerk Nederland. Hij is coauteur van Kleine Mannetjes. Van Alexander de Grote tot Nicolas Sarkozy (Contact, 2012). Sinds 2017 werkt hij als docent NT2 voor het Language &Training Centre van de Erasmus Universiteit Rotterdam.