Sporttalent in ruil voor nationaliteit? Dat is te kort door de bocht

Van topsporters die voor een ander land dan hun geboorteland uitkomen of zelfs een andere nationaliteit aannemen, zoals schaatser Ted-Jan Bloemen of badmintonspeelster Mia Audina, wordt weleens gedacht dat zij een nationaliteit en dus ook geld en trainingsfaciliteiten, krijgen in ruil voor hun talent. Maar dat is een misvatting, blijkt uit het promotieonderzoek van Joost Jansen. Veel atleten die van nationaliteit wisselden, hadden al een relatie met het land waar ze later voor uitkwamen. Vercommercialisering van burgerschap blijkt in veel gevallen niet aan de orde te zijn.

Jansen onderzocht de veranderingen in aantallen en de herkomst van in het buitenland geboren Olympische atleten vanuit een vergelijkend historisch perspectief. Het blijkt dat, historisch gezien, veel landen altijd al vertegenwoordigd werden door in het buitenland geboren atleten. Vervolgens brengt hij deze veranderingen in verband met belangrijke debatten in de literatuur over burgerschap, om te onderzoeken wie er formeel in aanmerking komt om de natie te vertegenwoordigen, en of dergelijke veranderingen indicatief zijn voor een vercommercialisering van burgerschap.

Een relatie met het nieuwe land

Maar het blijkt dus zo te zijn dat veel topsporters die van nationaliteit wisselen, ook daadwerkelijk een relatie hebben met het land waar ze voor uitkomen. Bijvoorbeeld door een huwelijk of een vader of moeder die daar is geboren. Het wisselen van een nationaliteit is dus veelal geen gevolg van het vercommercialiseren van burgerschap, hoewel het op individueel niveau wel mee kan spelen dat een land betere faciliteiten heeft of dat de kans groter is dat een sporter in een selectie voor een groot toernooi wordt opgenomen.

Wie mag zich Nederlander noemen?

Jansen maakt vervolgens de sprong van formele regels naar morele opvattingen over wie de natie kan en mag vertegenwoordigen. “Het begrip over naties en nationaliteit lijkt vanzelfsprekend, maar het is juist ambigu”, vertelt hij. Er worden wereldwijd pogingen gedaan om sportieve nationaliteit verder te reguleren en controleren in tijden van toenemende globalisering. Dit met als doel het behoud van authentieke internationale competities tussen naties die vertegenwoordigd worden door atleten met ‘echte’ banden met die landen. “Maar zowel naties als nationaliteiten zijn een sociaal construct dat onderhevig is aan veranderende opvattingen. Bovendien verschillende de regels om een nationaliteit te verkrijgen aanzienlijk per land”, legt Jansen uit. “Maar het idee dat sporters alleen vanwege het geld of sportieve kansen een andere nationaliteit aannemen, en niet echt ‘Nederlands’ zijn, klopt niet. De band met een land is er wel degelijk in de meerderheid van de gevallen.”

Promotie

Joost Jansen promoveert op donderdag 18 juni 2020 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Op 16 juni 2020 verscheen er een interview met Joost Jansen in de De Volkskrant: Overdreven opwinding over het wisselen van nationaliteit in de topsport.