Op 14 juli 2026 vond aan de Erasmus Universiteit Rotterdam de internationale workshop plaats over “Design and Evaluation of Risk Adjustment Models for Insurer Payment, Provider Payment & Resource Allocation”. De workshop bracht onderzoekers, beleidsmakers en andere experts uit maar liefst veertien landen samen om kennis en ervaringen uit te wisselen over de vormgeving en evaluatie van risicovereveningsmodellen.
Achtergrond en doel van de workshop
Risk adjustment – in het Nederlands vaak aangeduid als risicoverevening – wordt in verschillende zorgstelsels gebruikt om betalingen te corrigeren voor verschillen in verwachte zorgbehoeften. Daarmee kan een eerlijke verdeling van middelen worden bereikt en kunnen prikkels worden verminderd om mensen met hoge verwachte zorgkosten te mijden. Tegelijkertijd bestaat er geen universeel optimaal risk adjustment model: doelstellingen, beschikbare gegevens en gewenste prikkels verschillen per toepassing en zorgstelsel. Tijdens de workshop stond daarom een fundamentele vraag centraal: wat is het doel van risk adjustment in een specifieke context, en welke ontwerp- en evaluatiekeuzes passen daarbij?
Van theorie naar ontwerpkeuzes
In het ochtendprogramma werd de conceptuele basis gelegd. Na een introductie door Richard van Kleef presenteerde Andreea Panturu een raamwerk voor het ontwerpen van risk adjustment modellen. Een belangrijke boodschap was dat ontwerpkeuzes normatief én contextafhankelijk zijn. Ontwerpers moeten expliciet bepalen welke risico’s via de betaling worden gecompenseerd, welke risico’s bij de ontvanger van de betaling blijven en welke risico-indicatoren en betalingsgewichten worden gebruikt. Daarbij spelen afwegingen tussen onder meer risicoselectie, doelmatigheid en praktische uitvoerbaarheid.
Vervolgens stond de evaluatie van modellen centraal. Richard van Kleef maakte daarbij onderscheid tussen statistische maatstaven – die aangeven hoe goed voorspelde uitgaven aansluiten bij werkelijke uitgaven – en economische maatstaven, die aangeven in hoeverre een model bijdraagt aan de achterliggende beleidsdoelstellingen. In twee interactieve groepsopdrachten vergeleken deelnemers modellen uit hun eigen landen en bespraken zij zowel actuele ontwerpuitdagingen als de keuze van zinvolle evaluatiemaatstaven.
Leren van internationale ervaringen
In de middag verschoof de aandacht naar de praktijk. Florian Buchner en Francesco Paolucci bespraken risk adjustment voor verzekeraars in respectievelijk Duitsland en Australië. Laura Anselmi presenteerde de Engelse ervaringen met de verdeling van middelen over Integrated Care Boards. Daarna volgden bijdragen van Tadjo Gigengack over betalingen aan zorgaanbieders in Nederland en Josefa Henriquez over regionale budgetallocatie in Italië.
De casussen brachten verschillende vraagstukken naar voren: risk sharing als aanvulling op risk adjustment, selectieprikkels, het omgaan met verschillen in zorgaanbod, de toenemende
complexiteit van modellen en de mogelijkheden van machine learning. De Nederlandse casus liet bijvoorbeeld zien dat historische zorguitgaven een ogenschijnlijk eenvoudig alternatief kunnen vormen voor een morbiditeitsmodel, maar ook nieuwe problemen introduceren, zoals het onvoldoende corrigeren voor inefficiëntie en complexe indexatie.
Tijdens de plenaire discussie onder leiding van Wynand van de Ven bleek dat het ontwerp van risk adjustment modellen geen kwestie is van ‘one size fits all’. Een goed model begint bij de context en doelstellingen van het betalingssysteem. Juist door ervaringen uit verschillende landen en toepassingen te delen, bood de workshop aanknopingspunten voor onderzoek, beleid en praktijk – én voor verdere internationale samenwerking.
Tot slot
De workshop vond plaats voorafgaand aan de EuHEA-conferentie (het tweejaarlijkse Europese congres over gezondheidseconomie) en vormde een samenwerking tussen het Wetenschappelijk Platform Risicoverevening en leden van het internationale Risk Adjustment Network. Mocht je geïnteresseerd zijn in de PPT-slides die tijdens de workshop zijn gepresenteerd dan zijn die op te vragen bij Richard van Kleef.

