Lessen trekken uit de zorguitval tijdens de coronacrisis

Tijdens de coronacrisis is veel reguliere zorg uit- of afgesteld. Beter inzicht in de doelmatigheid van de reguliere zorg en de afwegingen van patiënten en zorgaanbieders bij het uit- of afstellen van zorg tijdens de coronacrisis is van wezenlijk belang om op de korte én op de lange termijn de beperkte capaciteit in de zorg optimaal te kunnen benutten. De huidige crisis maakt dat inzicht urgent én biedt nieuwe mogelijkheden.

De verdringing van reguliere zorg door coronazorg staat op ieders vizier, maar ook in normale tijden is verdringing relevant: de capaciteit en het zorgbudget zijn altijd beperkt. Dat betekent dat dure ineffectieve behandelingen goedkope effectieve behandelingen kunnen verdringen. Met enige regelmaat worden bijvoorbeeld nieuwe medicijnen in het basispakket toegelaten waarvan de kosten de afkapgrens van 80.000 euro per gezond levensjaar ruim overschrijden (Algemene Rekenkamer 2020). Tegelijkertijd zijn bij de behandeling van hart- en vaatziekten de gemiddelde uitgaven per gewonnen gezond levensjaar slechts 41.000 euro (Van Baal et al., 2019)

Beperkte kennis over kosteneffectiviteit van bestaande zorg

Voor nieuwe medicijnen wordt systematisch de kosteneffectiviteit bijgehouden, maar voor andere reguliere zorg is de kennis hierover beperkt. Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit een rapport van onderzoeksbureau Gupta ( Gupta Strategists, 2020) dat de kosteneffectiviteit van de door de crisis weggevallen reguliere zorg in kaart brengt. Dit kwam hen op veel kritiek te staan. Terecht, maar ook onbevredigend, aangezien die er in feite op neerkomt dat we over de doelmatigheid van de zorg eigenlijk te weinig weten.

De gebruikelijke manier om de effectiviteit en doelmatigheid van een behandeling of medicijn te onderzoeken is via grote gerandomiseerde trials. Dat is duur en kost veel tijd, waardoor dit onderzoek voor veel behandelingen niet wordt uitgevoerd. Ook is kosteneffectiviteit in de praktijk vaak complexer dan tijdens de trial. Een bekend voorbeeld zijn stents, die vooral kosteneffectief als ze geplaatst worden direct na een hartaanval, maar in de praktijk bij een veel grotere groep hartpatiënten worden toegepast (Chandra en Skinner, 2012). In andere gevallen, zoals geavanceerde medische robots, leren artsen pas in de praktijk hoe de techniek het beste toe te passen (Mot et al., 2017).

Deze blog is geschreven door ESHPM-collega’s Pieter Bakx, Pieter van Baal, Job van Exel en Bram Wouterse en is verschenen op 17 juni 2020 in het ESB. Lees verder via de site van het ESB.

Universitair Hoofddocent
Universitair Hoofddocent
Professor
Universitair Docent