Tijdens lockdown maakten werkenden minder uren en kregen ze minder gedaan

Charles Deluvio

Sinds het begin van de coronacrisis werken veel Nederlanders (vaker) thuis om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Wat betekent deze verandering in de manier van werken voor de kwantiteit en kwaliteit van het werk?

Om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, adviseert het kabinet sinds het voorjaar van 2020 “werk zo veel mogelijk thuis”. De relevantie hiervan wordt nogmaals benadrukt door de recente lockdownmaatregelen. Bij deze verregaande maatregelen krijgt de volksgezondheid prioriteit, maar ze hebben ook uiteenlopende sociaal-economische gevolgen en vergen een aanpassing van de manier van werken. Wat betekent dat voor de productiviteit van betaalde en onbetaalde arbeid, waaronder huishoudelijk werk en mantelzorg?

Wij hebben Nederlanders die voorafgaand aan de coronacrisis betaald werk hadden, gevraagd naar het aantal gewerkte uren, hoeveel ze per uur konden doen, en wat in die gewerkte uren de kwaliteit van het werk was tijdens de crisis vergeleken met daarvoor.

Enquête

851 Nederlanders die thuis tijdens de coronacrisis minimaal vier uur per week meer zijn gaan werken, hebben tussen 22 april en 5 mei een online-vragenlijst ingevuld over hun werkzaamheden. De gemiddelde leeftijd van de respondenten was 43 jaar, 53 procent was man, 71 procent had een partner, en 48 procent had thuiswonende kinderen. De meerderheid van de respondenten was hoogopgeleid (61 procent).

Op het moment van de dataverzameling adviseerde het kabinet om zo veel mogelijk thuis te werken, de scholen en kinderopvang gingen dicht, en sociale interacties werden sterk afgeraden. Daarmee vertoonde de toenmalige situatie veel gelijkenis met de tweede lockdown die in het najaar van 2020 is ingegaan.

Productie

Uit eerder onderzoek blijkt dat de productie bij betaald werk gezien kan worden als een combinatie van de kwantiteit en kwaliteit van het werk (Brouwer et al., 1999). De totale productie bestaat dan uit drie verschillende factoren, namelijk de hoeveelheid gewerkte uren, hoeveel werk men per uur kon verzetten, en de kwaliteit van het werk in de gewerkte uren.

Verandering in de kwantiteit van betaald werk is in dit onderzoek gemeten op basis van het verschil in het aantal uren betaald werk voorafgaande aan en tijdens de crisis, en de hoeveelheid werk die men in een gemiddeld gewerkt uur heeft kunnen verrichten vergeleken met normaal. Bijvoorbeeld: iemand die voor de coronacrisis veertig uur per week werkte en tijdens de coronacrisis dertig uur, en in die dertig uren tachtig procent van het normale werk kon verzetten, heeft in kwantiteitstermen een productie van 60% (=(80%x30)/40).

De kwaliteit van het geleverde werk kan ook veranderen. Deze verandering wordt gemeten als de geleverde kwaliteit van het in de gewerkte uren gedane werk. Wanneer de persoon in het voorbeeld tijdens de coronacrisis een lagere kwaliteit van werk heeft kunnen leveren, zeg tien procent minder, dan zou de totale productie 60% × 90% = 54% zijn.

Naast vragen over betaald werk hebben respondenten vragen beantwoord over onbetaald werk, namelijk de veranderingen in het aantal uren besteed aan zorg voor kinderen, kinderen ondersteunen bij thuisonderwijs, huishoudelijk werk, maaltijden bereiden, en aan klussen in huis/tuin, of aan mantelzorg voor een huisgenoot of iemand anders, en ook aan vrijwilligerswerk.

Wilt u het hele artikel lezen, lees verder in de pdf bijlage.
Dit artikel is verschenen in ESB, 
een Nederlandstalig tijdschrift op het gebied van de economie, in januari 2021.

 

Promovendus
Onderzoeker
Onderzoeker
Universitair Hoofddocent
Professor
Professor