Jason Pridmore wil barrières wegnemen in communicatie tussen journalisten, wetenschappers, beleidsmakers en publiek

Jason Pridmore is universitair hoofddocent aan de Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) en houdt zich vooral bezig met de onderwerpen consumentensurveillance, veiligheid, privacy en nieuwe media. Pridmore is projectcoördinator van TRESCA, een via Horizon2020 gefinancierd project over sociaalwetenschappelijke communicatie in samenwerking met wetenschappers uit Spanje, Italië, Oostenrijk, Duitsland en België. “Als we het vertrouwen kunnen vergroten in wetenschappers die in sociaalwetenschappelijke gebieden werken, kunnen we dit gebruiken om vertrouwen in wetenschap te winnen bij kwesties als klimaatverandering.”

Wat gaat TRESCA over?
“De Europese Unie maakt zich zorgen over waarom mensen wetenschappers niet meer vertrouwen, en de kwesties met nepnieuws. Daarom financiert de Unie veel projecten die zijn gericht op vervuiling van oceanen, klimaatverandering, antivaccinatie ... De bekende onderwerpen. Onze benadering is anders. We willen ons meer bezighouden met sociaalwetenschappelijke kwesties, vooral op het gebied van digitalisering en privacy. Zoals bijvoorbeeld de automatisering van werk. Of het onderwerp angst en stress. Wij zeggen: als we het vertrouwen in wetenschap in deze 'vagere' sociaalwetenschappelijke gebieden kunnen vergroten, kunnen we iets van die kennis ook gebruiken om wetenschapscommunicatie bij minder discutabele kwesties goed te krijgen, bijvoorbeeld bij klimaatverandering.”

Maar bij deze sociale- en privacy kwesties zijn de wetenschappelijke uitkomsten toch wijdverbreid, soms zelfs tegenstrijdig?
“Ja, daarom is dit eigenlijk ook interessanter. Maar er zijn genoeg overeenkomsten, er zijn wel degelijk bepaalde overtuigingen die we kunnen uitdragen. Punten waarover we het allemaal met elkaar eens zijn. En tegelijkertijd kunnen we ook punten aangeven waarover we het niét eens zijn. Ons doel is de barrières wegnemen in de communicatie tussen journalisten, wetenschappers, beleidsmakers en het publiek. We proberen deze vier groepen te verbinden.”

Dat klinkt ambitieus.
“Eén van onze projectpartners is een studio die allerlei wetenschappelijke communicatie op YouTube verzorgt. Ze maken korte YouTube-filmpjes en ze hebben wereldwijd negen miljoen abonnees. Samen met hen gaan we een video testen. Op bepaalde momenten wijzigen we de taal in de video om te kijken wat het beste werkt. De zin ‘veel wetenschappers zijn het met elkaar eens …’ of moeten we eigenlijk zeggen: ‘deze hoogleraar Johnson van Harvard zegt …’. Dit is maar een simpel voorbeeld.”

"Ons doel is uitzoeken wie zij vertrouwen en waarom, en bij welke onderwerpen? En hoe we vertrouwen in wetenschap vergroten?”

Veel van de informatie die mensen ('het publiek') geloven, komt toch uit het nieuws?
“Ons doel is uitzoeken wie zij vertrouwen en waarom, en bij welke onderwerpen? En hoe vergroten we dat vertrouwen?”

Is wetenschappelijk onderzoek per definitie te vertrouwen?
“Dat is een legitieme vraag, haha. In het algemeen: natuurlijk. Als de wetenschapper peer-reviewed werk produceert, ja. Maar hiermee begint het nadenken over de kritische vaardigheden die nodig zijn voor het evalueren van de verschillende manieren waarop wetenschappelijke informatie wordt gepresenteerd. Het doel is dat we, hopelijk, kritische betrokkenheid van het publiek vergroten. We moeten dit ook via journalistiek doen, door rechtstreeks contact met journalisten op te zoeken.”

Waarom is er, denkt u, zo'n afstand tussen wetenschappers en journalisten?
“De academicus wil altijd een genuanceerd beeld hebben. De academicus zegt: 'Al deze dingen zouden kunnen gebeuren'. De nieuwsvertegenwoordiger zoekt de ergste of meest verrassende uitkomsten, de ‘hot takes’, de aantrekkelijke controversiële inhoud. Volgens mij veroorzaakt dat frictie tussen wetenschappers en nieuwsorganisaties, en maakt dat tevens de relatie met beleidsmakers gecompliceerder. Want die laatste groep moet of zij wil of niet op het nieuws reageren.
Aan de andere kant hebben nieuwsmensen, journalisten, ook een moeilijke taak. Ze moeten nadenken over wat goed verkoopt zonder nuance te verliezen, en zonder te overdrijven.
Hiernaast weten we dat mensen zich eerder aangesproken voelen door iets wat aansluit bij wat ze al denken. Als mensen worden aangesproken door iets wat past bij hun standpunt, dan kunnen ze de rest ook geloven. Zo werkt nepnieuws ook. Dus wij, wetenschappers, moeten met journalisten samenwerken, we moeten met beleidsmakers samenwerken, maar wel op een manier die aansluit bij wat mensen al denken.
Dat laatste is een trainingsproject: we willen wetenschappers beter trainen. Hoe kijken we naar wetenschappelijk nieuws, in het bijzonder bij deze sociaalwetenschappelijke gebieden? En hoe kan het beter? Dat gaan we onderzoeken.”

Universitair Hoofddocent
Faculteit
Erasmus School of History, Culture and Communication