Betere risicospreiding van eigen bijdragen bij verpleeghuiszorg

Karolina Grabowska

Ouderen betalen een eigen bijdrage voor het gebruik van verpleeghuiszorg (1). De hoogte van de eigen bijdrage hangt af van iemands financiële middelen, maar inkomen en vermogen worden verschillend belast. Voor ouderen vormt de eigen bijdrage een aanzienlijk financieel risico. Zo kunnen de jaarlijkse kosten voor langdurige verpleeghuiszorg voor ouderen met een middeninkomen oplopen tot ruim 70% van het netto-inkomen en vele jaren duren. In onderzoek van Netspar en het Centraal Planbureau (2, 3) hebben dr. Bram Wouterse (Erasmus School of Health Policy & Management), drs. Arjen Hussem (PGGM) en drs. Rob Aalbers (Centraal Planbureau) de kosten van de eigen bijdrage voor verschillende inkomensgroepen in kaart gebracht.

Daarbij hebben ze niet alleen gekeken naar gemiddelde betalingen per groep, maar ook naar de welvaartseffecten van het financiële risico dat ouderen door de eigen bijdrage lopen. Vervolgens hebben ze een andere vormgeving van de eigen bijdrage onderzocht, waarbij pensioeninkomen, vrij vermogen en de nettowaarde van het eigen huis op een gelijkwaardige manier meetellen. Een gelijkmatige belasting van alle vormen van vermogen beperkt het risico voor ouderen zonder dat de kosten voor de overheid hoeven op te lopen.

Levensloopanalyses: hoger zorggebruik bij lager inkomen

Om inzicht te krijgen in de kans op het gebruik van zorg en de duur ervan hebben de onderzoekers levenspaden geconstrueerd. Die paden hebben ze geschat met administratieve data over gebruik van langdurige zorg, sterfte, inkomen en vermogen voor de Nederlandse oudere bevolking voor de jaren 2008 tot en met 2013. Omdat deze observatieperiode te kort is om iemands volledige levensloop te observeren, maken ze gebruik van observaties van verschillende mensen om artificiële levenspaden te construeren. Dit doen ze door met behulp van de nearest neighbor-methode opeenvolgende levensjaren van vergelijkbare personen aan elkaar te koppelen. De paden zijn gestratificeerd naar geslacht, leeftijd en huizenbezit en gekoppeld op basis van inkomen, financieel vermogen, huisvermogen en zorggebruik. Ze delen de paden in vijf inkomensgroepen in op basis van hun jaarlijkse pensioeninkomen en hun (geannuïtiseerde) financieel vermogen op leeftijd 70.4 De levenslooppaden (zie Tabel 1) laten zien dat de laagste inkomensgroepen, ondanks een lagere levensverwachting, gemiddeld de meeste zorg gebruiken. Iemand uit de laagste inkomensgroep leeft na zijn zeventigste gemiddeld nog 14,5 jaar en gebruikt voor 53.000 euro aan verpleeghuiszorg. Iemand uit de hoogste inkomensgroep leeft naar verwachting nog 17 jaar en gebruikt 36.000 euro aan verpleeghuiszorg. Achter het gemiddeld zorggebruik per groep gaan echter grote verschillen schuil binnen de groepen. Een groot deel (ongeveer de helft) van de 70-jarigen zal nooit gebruikmaken van verpleeghuiszorg, terwijl een klein deel negen jaar of langer in het verpleeghuis zal verblijven.

Lees het volledige artikel op de website van magazine De Actuaris.

Universitair Docent

Dr. Bram Wouterse

Meer informatie

Dit is een aangepaste versie van het artikel dat in juni 2021 gepubliceerd werd in magazine De Actuaris. Lees hier het volledige artikel.