In aanloop naar de nieuwe ESHPM Agenda voor de Zorg spreken we met Maarten IJzerman, die onlangs begon aan zijn tweede termijn als decaan van Erasmus School of Health Policy & Management. Wat is hem in de afgelopen jaren het meest opgevallen in de zorg en de samenleving? Welke keuzes worden de komende jaren onvermijdelijk? En welke lessen uit de oncologie zijn volgens hem relevant voor de toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg?
Je bent onlangs begonnen aan je tweede termijn als decaan van ESHPM. Als je terugkijkt op je eerste termijn, welke ontwikkelingen in de zorg en in de samenleving zijn voor jou het meest bepalend geweest?
“Ik begon als decaan vlak na de coronapandemie. Die periode heeft voor mij nog scherper zichtbaar gemaakt dat zorg grenzen kent, en dat de keuzes die daaruit voortkomen soms echt pijnlijk zijn. Tegelijkertijd werd ook heel duidelijk dat zorg nooit op zichzelf staat. Wat er in de zorg gebeurt, heeft directe gevolgen voor de samenleving en de economie, en raakt ook aan onderwijs, werk en sociale vraagstukken. En we hoeven maar de krant te lezen om te zien dat dat niet beperkt blijft tot de Nederlandse grenzen.
Wat me daarnaast is opgevallen, is de onzekerheid die op veel plekken voelbaar is. Onzekerheid over maatschappelijke ontwikkelingen, over de betrouwbaarheid van wetenschappelijke kennis en over de toekomst in bredere zin. Die onzekerheid merk je ook in de zorg. Als decaan probeer ik daarom goed te luisteren naar wat er leeft en waar zorgen zitten. Juist in zo’n context is het belangrijk om te blijven zoeken naar wat ons bindt en naar hoe we samen richting kunnen geven aan de opgaven die voor ons liggen.”
ESHPM werkt op dit moment aan een visie op de toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg. Waarom is dit volgens jou het juiste moment om daarmee naar buiten te treden?
"We hebben altijd dicht bij de zorg gestaan. Maar juist nu, omdat de uitdagingen zo groot zijn, vind ik dit het moment waarop ESHPM verantwoordelijkheid moet nemen. De zorg staat voor fundamentele vragen over toegankelijkheid, weerbaarheid, publieke waarden en schaarste. Dat zijn geen vraagstukken die één partij alleen kan oplossen, maar wel thema’s waar wij als faculteit, samen met onze partners, een inhoudelijke bijdrage aan kunnen leveren.
Wat ik sterk vind aan ESHPM, is dat we de verbinding expliciet maken tussen ontwikkelingen in de zorg en de bredere maatschappelijke opgaven. Als je wilt nadenken over de toekomst van de zorg, kun je niet alleen kijken naar ziekenhuizen, verzekeraars of zorgprofessionals. Maar dan moet je ook kijken naar leefbaarheid in de wijk en hoe we de zorg voor een groeiend aantal ouderen en chronisch zieken organiseren."
Ruim twintig jaar geleden publiceerde ESHPM een Manifest over het zorgstelsel. Wat is er sindsdien fundamenteel veranderd, en welke keuzes worden daardoor de komende jaren het meest urgent?
“Er is in de afgelopen twintig jaar veel veranderd. We hebben perioden met matige economische groei gehad, onder andere door de bankencrisis. De coronapandemie heeft grote gevolgen gehad voor de maatschappij. Maar ook de gevolgen van klimaatverandering worden steeds urgenter, zodanig dat de WHO de klimaatcrisis heeft uitgeroepen. Dit heeft de zorgvraag veranderd, maar het laat ook pijnlijk zien dat toegankelijkheid van de zorg onder druk staat. Dat wordt nog eens versterkt door de demografische ontwikkelingen: door vergrijzing neemt het aantal mensen met complexe en meervoudige zorgvragen toe. Tegelijkertijd wijzen prognoses op aanhoudende tekorten aan zorgprofessionals. Bovendien is de zorg veel meer afhankelijk van data. Elektronische patiëntendossiers zijn breed ingevoerd, er zijn veel registratiesystemen bij gekomen, en de stormachtige ontwikkeling van AI is transformationeel. Dat heeft veel opgeleverd, maar roept ook nieuwe vragen op over privacy en veiligheid, naast de vraag voor wie al die informatie daadwerkelijk bruikbaar is.
De moeilijkste keuzes voor de komende jaren hangen voor mij sterk met elkaar samen. Vraagstukken rond arbeidsmarktkrapte, passende en duurzame zorg en regionale samenwerking kun je niet los van elkaar zien. Uiteindelijk gaat het om de houdbaarheid van het systeem. Dat betekent ook dat we scherper moeten bepalen welke zorg echt waarde toevoegt, voor wie en op welk moment. In de praktijk vraagt dat om keuzes die soms ongemakkelijk zijn, maar wel nodig om de zorg toegankelijk en kwalitatief goed te houden.”
Een groot deel van jouw onderzoek richt zich op kankerzorg en de inzet van nieuwe technologieën. Welke lessen uit de oncologie zijn volgens jou relevant voor de bredere toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg?
"Juist in de oncologie komen voor mij de fascinatie voor technologie, medische innovatie en de maatschappelijke vragen rond toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit samen. Het is een domein waarin geavanceerde medische technologie, hoge maatschappelijke verwachtingen en fundamentele vragen over organisatie en houdbaarheid direct op elkaar ingrijpen.
Wat je in de oncologie bijvoorbeeld ziet, is dat de maatschappelijke impact van ziekte veel verder reikt dan de behandeling alleen. Natuurlijk zijn de kosten van dure geneesmiddelen en behandelingen belangrijk, maar daar houdt het niet op. We zien ook dat mensen op steeds jongere leeftijd kanker krijgen, bijvoorbeeld darmkanker, vermoedelijk mede door leefstijl en voeding. Dat heeft gevolgen voor arbeidsparticipatie, productiviteit en de druk op gezinnen en de samenleving. Daarnaast leven mensen vaak langer met en na kanker, waardoor ook nazorg en de langetermijngevolgen zwaarder gaan wegen.
De les is wat mij betreft dat we breder moeten kijken dan alleen de directe zorgkosten. We zullen meer oog moeten hebben voor de maatschappelijke impact van een chronische aandoening als kanker."
Als je vooruitkijkt, welke veranderingen hoop je de komende jaren te zien in de Nederlandse gezondheidszorg, en wanneer is de Agenda voor de Zorg voor jou echt geslaagd?
“Laat ik vooropstellen dat de Nederlandse zorg internationaal gezien van hoog niveau is. En dat kan ik ook vanuit eigen ervaring bevestigen. Voor veel landen zijn we op onderdelen een voorbeeld.
Ik geloof daarom niet dat radicale stelselwijzigingen ons nu verder helpen. De grootste winst zit wat mij betreft in gerichte verbeteringen binnen het huidige systeem. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een betere afstemming tussen het sociaal en medisch domein, met ook gedeelde verantwoordelijkheid en passende financiële arrangementen om die samenwerking mogelijk te maken. Daarnaast zie ik veel noodzaak om ziekenhuiszorg slimmer te organiseren, met meer afstemming in specialisatie en meer denken in netwerken. Niet alles hoeft overal te gebeuren, en niet alle zorg hoeft altijd op dezelfde plek georganiseerd te worden.
Voor mij is deze ESHPM-visie geslaagd als het meer wordt dan een document dat op 5 november wordt gepresenteerd. Ik hoop dat het daadwerkelijk bijdraagt aan het gesprek over de toekomst van de zorg in Nederland, en vooral ook aan de keuzes die daarbij horen. Het is onze opdracht om daar mede vorm aan te geven, via ons onderzoek en ons onderwijs. Daarom is deze visie voor ons ook een routekaart. We lanceren dus niet alleen een agenda, maar willen die ook verder ontwikkelen en er zelf aan bijdragen.
Het mooie is dat we dit als ESHPM doen met meer dan veertig collega’s, vanuit verschillende perspectieven en soms ook met verschillende opvattingen over hoe de zorg georganiseerd zou moeten worden. Juist die breedte maakt het waardevol.
Maar uiteindelijk zit de echte waarde erin dat de agenda samen met de inzet van vele andere partijen in Nederland, helpt om de zorg ook op de langere termijn toegankelijk en weerbaar te houden."
