HTA-onderzoek in de GGZ; een moeilijke mouw om aan te passen

Weinig is zo belangrijk als een goede gezondheid, dat geldt ook voor de mentale gezondheid. De Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) is één van de belangrijkste sectoren binnen de Nederlandse gezondheidszorg, als gevolg van de hoge prevalentie van psychische stoornissen, de grote ziektelast en de hoge maatschappelijke kosten. De mentale gezondheid is van invloed op de kwaliteit van leven van de patiënt en zijn omgeving, op de kosten van de gezondheidszorg, maar ook op de uitgaven in andere sectoren, zoals uitgaven voor de patiënt en zijn familie, onderwijs, justitie en productiviteitsverliezen voor betaald en onbetaald werk

Door deze impact zijn Health Technology Assessment (HTA) en economisch evaluatieonderzoek binnen de GGZ in toenemende mate belangrijk, waarbij te concluderen valt dat zorgonderzoek in de GGZ ook in economische opzicht rendeert. De HTA-onderzoekers binnen de GGZ stuiten echter op een aantal uitdagingen. Dit heeft deels te maken met de specifieke kenmerken van de GGZ-sector zelf.

Daarnaast worstelen gezondheidseconomen binnen de GGZ met het probleem dat de HTA-methoden, waar ook de Nederlandse HTA-richtlijnen op zijn gebaseerd, voornamelijk zijn ontwikkeld en verfijnd vanuit de medische curatieve sector. Door deze HTA-methoden zonder enige aanpassingen of aanvullingen toe tepassen binnen de GGZ, wordt onderzoek binnen GGZ-sector moeilijker uitvoerbaar en wellicht ook minder valide. In dit artikel willen we een overzicht geven van de specifieke kenmerken van de GGZ-sector, en de belangrijkste methodologische HTA -uitdagingen voor onderzoek binnen de GGZ beschrijven en mogelijke oplossingen aanstippen.

Volledige publicatie lezen? Download de publicatie hieronder.

Meer informatie

Deze publicatie van Silvia Evers (Maastricht University) en Leona Hakkaart-van Roijen (ESHPM), staat in het Vereniging Voor Gezondheidseconomie Bulletin (VGE) - Jaargang 36, nummer 2, oktober 2019