Nieuwe publicatie: “WPR-analyse risicoverevening 2026: verevenende werking & power”

Onderzoeksprojecten

Eén van de doelen van het Wetenschappelijk Platform Risicoverevening (WPR) is om jaarlijks te analyseren hoe goed het Nederlandse risicovereveningssysteem werkt. De focus ligt daarbij op beoordelingsmaatstaven die niet (standaard) meelopen in andere onderzoeken zoals de projecten van de Werkgroep Ontwikkeling Risicoverevening (WOR). Het jaarlijkse karakter van deze analyse zorgt ervoor dat we steeds over een actuele nulmeting beschikken voor onderzoek naar modelverbeteringen. Daarnaast biedt de analyse inzicht in hoe de risicoverevening zich ontwikkelt en waar ruimte bestaat voor verdere verbetering. 

Afgelopen winter heeft Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) een analyse uitgevoerd van het vereveningssysteem van 2026. Daarbij is gekeken naar twee typen maatstaven: verevenende werking en power. Met verevenende werking wordt bedoeld: de mate waarin het vereveningssysteem verzekeraars compenseert voor de voorspelbaar hoge/lage zorgkosten van subgroepen met specifieke risicoprofielen. Een goede verevenende werking is belangrijk voor het bereiken van een gelijk speelveld en het tegengaan van prikkels tot risicoselectie. In dit onderzoek is gekeken naar subgroepen op basis van diagnose-informatie (afkomstig uit huisartsenregistraties), zelf-gerapporteerde gezondheid (afkomstig uit gezondheidsenquêtes), overstapgedrag van verzekerden (afgeleid uit data van verzekeraars) en demografische en sociaaleconomische informatie (op basis van risicovereveningscriteria). Met power wordt bedoeld: de mate waarin een kostenbesparing gerealiseerd door een individuele verzekeraar ten bate komt van die verzekeraar. Voldoende power is een noodzakelijke voorwaarde voor financiële prikkels voor kostenbeheersing.

De uitkomsten ten aanzien van ‘verevenende werking’ laten zien dat het vereveningssysteem van 2026 grotendeels compenseert voor de voorspelbaar hoge/lage zorgkosten van subgroepen met specifieke risicoprofielen, maar niet volledig. Het systeem schiet onder andere tekort voor subgroepen op basis van psychische gezondheid. Voor het bereiken van een gelijk speelveld en het voorkomen van prikkels tot risicoselectie, is het belangrijk dat de compensatie voor deze subgroepen wordt verbeterd. Als dat niet lukt door middel van verbetering van de ex-ante vereveningsmodellen dan kunnen alternatieve oplossingsrichtingen worden overwogen zoals gerichte ex-post kostencompensaties en constrained regression.

De ‘power’ is gesimuleerd door in de gegevensbestanden van de risicoverevening fictieve prijs- en volumebesparingen aan te brengen en de effecten daarvan te bepalen op de vereveningsbijdragen. De uitkomsten laten zien dat een individuele verzekeraar gemiddeld genomen 71% overhoudt aan een structurele kostenbesparing in de vorm van lagere inkoopprijzen voor somatische zorg. Voor GGZ is dat 84%. Bij structurele kostenbesparingen in de vorm van minder volume ligt dit percentage lager: 27% voor somatische zorg en 29% voor GGZ. Dit impliceert dat gemiddeld genomen de prikkels voor prijsbesparing sterker zijn dan de prikkels voor volumebesparing. Op het niveau van specifieke zorgvormen kan de power anders uitpakken. Zo blijkt dat de invoering van het nieuwe vereveningscriterium Historisch Hulpmiddelen Kosten (HHK) heeft geleid tot een negatieve power voor hulpmiddelen; ergo: een structurele besparing op hulpmiddelen (via lagere prijzen of minder volume) kan financieel nadelig zijn voor een individuele verzekeraar. Idealiter wordt het huidige HHK-criterium zo snel mogelijk vervangen door een criterium dat beter scoort op power.

Als aanvullende analyse is in dit onderzoek gekeken naar het keuze- en overstapgedrag van verzekerden op subgroepniveau. De uitkomsten laten zien dat tussen gezondheid-gerelateerde subgroepen sprake is van een zekere heterogeniteit in de voorkeuren van verzekerden ten aanzien van het vrijwillig eigen risico en polissen met/zonder beperkende voorwaarden: binnen gezonde groepen wordt vaker gekozen voor het maximale vrijwillig eigen risico en/of een polis met beperkende voorwaarden dan binnen ongezonde subgroepen. Binnen alle onderzochte subgroepen vond van 2022-op-2023 overstap van polis plaats. Er zijn echter forse verschillen in het overstappercentage tussen subgroepen. Uit een meervoudige logistische regressie blijkt dat jongeren, hoogopgeleiden, hoge inkomens en gezonden meer geneigd waren om over te stappen dan ouderen, laagopgeleiden, lage inkomens en ongezonden, ceteris paribus.

Het volledige onderzoeksrapport vind je hier. Een aantal opvallende uitkomsten is besproken tijdens het WPR-symposium op 27 maart. Een samenvatting van het symposium vind je hier.

Vergelijk @count opleiding

  • @title

    • Tijdsduur: @duration
Vergelijk opleidingen