Verloren levensjaren als gevolg van sterfte door COVID-19

“Aanzienlijk aantal levensjaren verloren, maar effect op levensverwachting voor de lange termijn beperkt”

Dr. Bram Wouterse, Frederique Ram MSc en dr. Pieter van Baal proberen aan de hand van een studie inzicht te geven in het aantal verloren levensjaren als gevolg van sterfte aan COVID-19 en het effect daarvan op de toekomstige levensverwachting. Dat is moeilijk te meten, doordat de onderliggende gezondheid van mensen die aan Covid-19 overlijden nog niet volledig in beeld is.

Daarom hebben zij drie scenario’s ontwikkeld: (1) de leeftijdsspecifieke sterfte aan COVID-19 is onafhankelijk van gezondheid, (2) sterfte aan COVID-19 houdt verband met onderliggende aandoeningen (COPD, diabetes of chronisch hartfalen) en (3) selectieve sterfte in verpleeghuizen.

Bevindingen op hoofdlijnen

  • In 2020 overleden vooral mensen met een slechte gezondheid en een relatief lage levensverwachting aan COVID-19.
  • Als rekening wordt gehouden met selectieve sterfte, neemt het aantal verloren levensjaren door COVID-19 aanzienlijk af.
  • In het meest selectieve scenario was er in 2020 sprake van bijna 90.000 verloren levensjaren door COVID-19-sterfte. Dat is gemiddeld 5,5 jaar per overledene.
  • De selectieve mortaliteit onder mensen met een slechte gezondheid heeft een klein positief effect op de levensverwachting van de resterende bevolking in de komende jaren.
  • Dit effect weegt mogelijk niet op tegen de toegenomen sterftekans onder overlevenden van COVID-19 en de effecten van uitgestelde gezondheidszorg.

Kernboodschap voor de sector

  • Het positieve effect van selectieve sterfte door COVID-19 op de toekomstige levensverwachting lijkt beperkt te zijn.
  • De nadelige gezondheidseffecten van COVID-19 op de toekomstige levensverwachting zijn nog onbekend.
Universitair Docent
Onderzoeker
Universitair Hoofddocent