‘Zorgaanbieders kunnen best interen op eigen vermogen’

Prof. dr. Richard Janssen

Zorgaanbieders kunnen best een deel van hun eigen vermogen gebruiken om de financiële klappen van de coronacrisis op te vangen. Dat zegt hoogleraar Richard Janssen in een interview over de impact en de lessen van de coronacrisis op de zorg. 'De reputatieschade bij zorginstellingen kan leiden tot negatieve groei.'

"In februari leek het coronavirus nog op een griepachtig fenomeen", zegt Richard Janssen, hoogleraar bestuur en management in de zorg in Rotterdam. "De besmettelijkheid en het verloop van de coronacrisis heeft iedereen verrast. Het deed mij denken aan eerdere crisissituaties die vroegen om direct handelen van bestuurders. Ik denk aan de dreigende overstromingen van de rivieren in 1995. Ik was als GGD-directeur in Arnhem betrokken bij de gedwongen verhuizing van 1.100 bedlegerige bewoners van de polders tussen Nijmegen en Arnhem die dreigden onder te lopen. Met hulp van experts en data kom je tot inzichten om beslissingen te nemen. Beslissingen moeten legitiem zijn. Achteraf gezien hadden we beter geen carnaval kunnen vieren, maar voor het schrappen was op dat moment geen draagvlak, schat ik in."

Hoe kunnen bestuurders zich voorbereiden op crises?

"Bestuurders doen er goed aan om in vredestijd te trainen op de beslisdilemma’s van crisissituaties. Om te beoordelen wat er op hen af komt, hoe je je daarop kunt voorbereiden, hoe je de logistiek goed krijgt, hoe je de juiste mensen op de juiste plek krijgt. Bekijk wanneer je directief leiding geeft en welke taken je delegeert. In een crisis heb je vaak een ontkenningsfase. Als bestuurder bij een instituut voor doven werd ik geconfronteerd met een misbruikzaak door cliënten onderling. Eerst denk je “dat kan toch niet waar zijn”. We hebben uiteindelijk aangifte gedaan. Cliënten kunnen zich niet verschuilen achter hun cliënt-zijn."

Wat ziet u als onverwacht gewenste uitkomsten van deze crisis?

"Op veel plekken in de zorg moest men noodgedwongen contacten en behandelingen via beeldbellen doen. In veel gevallen blijkt dat heel goed te kunnen. In de forensische psychiatrie zagen behandelaars hun cliënten door hun huis lopen. Zo kregen ze opeens een inkijkje in de omgeving van cliënten. Meestal zien ze cliënten alleen in de behandelkamer. Toen de dagbesteding stil lag, ging men op zoek naar zinvolle bezigheden in de eigen omgeving. De stress rond het vervoer naar de dagbesteding viel ook weg. Oudere cliënten vonden het misschien wel prettig om uit te slapen."

Het afschalen gingen zorgaanbieders wel erg makkelijk af. Is wel alle zorg die ze leveren zinnig?

"Ik zag laatst een cartoon met een specialist die zei: “Zorg dat mijn spreekuur weer vol komt”. Veel bezoeken aan poli’s zijn herhalingscontacten of vinden plaats vanwege een protocol. Je kunt je afvragen of die routinebezoeken wel allemaal fysiek nodig zijn. Veel zorg is nog steeds aanbodgestuurd. Zorgaanbieders moeten het lef hebben om meer vanuit cliënten te denken. Spreek met cliënten af dat ze bellen wanneer ze hulp nodig hebben. Ggz-aanbieders kunnen bijvoorbeeld een optioneel spreekuur aanbieden waar oud-ggz-cliënten peers kunnen ontmoeten, als ze dat zelf willen."

  • Zorgt de coronacrisis voor de grote doorbraak op het gebied van e-health?

    "Er is zeker een doorbraak bij cliënten en zorgprofessionals. Met allerlei sensoren kun je patiënten thuis monitoren. Specialisten kunnen met hun expertise die data verrijken. Op de lange termijn worden ziekenhuizen steeds minder stenen en bedden, maar worden ze digitale platformen. Rijnstate Ziekenhuis zegt niet voor niets dat het van 750 naar 450.000 bedden gaat. Het is een hightech zorgcentrum in een netwerk van zorgaanbieders, beschikbaar voor de hele bevolking in een regio."

    "Ook in de laboratoria verwacht ik grote veranderingen. Een van de problemen in de coronacrisis was het opschalen van de testcapaciteit. Dat komt doordat Nederland een gefragmenteerd landschap heeft van circa honderd kleine labjes. Opschalen geeft zo veel coördinatieproblemen. De Duitse provincie Rheinland-Westfalen heeft net zoveel inwoners als Nederland, maar slechts één volautomatisch hightech laboratorium. Als je los van ziekenhuizen in Nederland vijf of zes laboratoria hebt, kun je echt veel efficiënter werken."

    Veel zorgaanbieders zien de intensieve samenwerking en solidariteit als positieve effecten van de coronacrisis.

    "De dreigende schaarste aan ic-bedden en beademingsapparatuur dwong umc’s, topklinische ziekenhuizen en algemene ziekenhuizen tot samenwerking. Dat gold dus vooral voor de acute zorgnetwerken. Maar de care en de preventieve zorg waren daarbij meestal niet aangesloten. Zorgaanbieders in de care zijn onderling elkaar gaan helpen. Het duurde heel lang voordat specialisten ouderenzorg en geriaters een plek aan de landelijke tafels kregen, alhoewel van begin af aan duidelijk was dat de bewoners van verpleeghuizen het grootste risico liepen. Ziekenhuizen hebben infectieartsen, verpleeghuizen hooguit een infectieverpleegkundige. Dus je zag ook een verschil in performance tussen ziekenhuizen en verpleeghuizen. Bij het opstarten van de reguliere zorg zie je overigens weer allerlei oude reflexen. Ziekenhuizen zijn bezorgd over hun adherentiegebied."

    Wat ziet u als een ongewenst onverwacht effect?

    "De coronacrisis zorgt voor reputatieschade bij de geïnstitutionaliseerde zorgaanbieders. Verpleeghuizen hebben te maken met substantiële leegstand. Ouderen willen er niet meer naartoe, omdat ze hun vrijheid kwijtraken en ze hun familieleden niet meer mogen zien. De vraag naar verpleeghuiszorg aan huis zal naar verwachting flink toenemen. Zorgvragers gaan nog steeds minder snel naar de huisarts of het ziekenhuis. De angstige beelden uit Bergamo en de IC’s in Nederlandse ziekenhuizen hebben erin gehakt. Mensen zijn nog steeds bang om besmet te raken, ook al is de 1,5 meter gegarandeerd. Juist dat laatste wordt geassocieerd met risico en onveiligheid. Als de reputatieschade blijvend is, kan die leiden tot een blijvende afname van de vraag naar zorg. negatieve groei in de zorg."

    Wie betaalt de rekening van de coronacrisis in de zorg?

    "Verzekeraars hoeven niet te verdienen aan de crisis. Ze innen de zorgpremie en kunnen in principe het afgesproken zorgbudget aan zorgaanbieders geven. In bijzondere gevallen zijn er wel meerkosten voor het opschalen van ic-capaciteit of speciale covid-19-afdelingen. Je ziet nu veel zorgaanbieders het handje ophouden, maar het is goed om kritisch naar die claims te kijken. De ziekenhuizen vragen via de NVZ een paar miljard euro extra, maar er is helemaal geen personeel dat ze daarvoor kunnen aannemen. Zorgaanbieders beschikken zelf ook over fikse reserves. De gemiddelde solvabiliteit bedraagt 20 tot 25 procent. Dat betekent dat ze 20 miljard euro aan publiek geld op de balans hebben staan. Reserves zijn bedoeld voor moeilijke tijden en om te innoveren, zoals nu nodig is. Ze kunnen best een paar miljard interen of inzetten voor broodnodige innovaties, zoals de online toegankelijkheid verbeteren. Dan zijn ze nog steeds financieel gezond."

    Komt er een nieuw zorgstelsel?

    "In de aanloop naar de verkiezingen zal er ongetwijfeld een debat komen over het stelsel. Ik verwacht wel dat er voor de decentrale uitvoering strakkere kaders komen. Het RIVM en de GGD’en maken al jaren regionale toekomstverkenningen over de zorg die er regionaal nodig is. We moeten die data niet alleen verzamelen, maar gebruiken om in elke regio een visie te maken over de zorgopgave. Die moet breed gedragen zijn door alle zorgaanbieders. Ziekenhuizen, huisartsen, ouderenzorg en thuiszorg moeten daaraan mee werken."

    Zijn we klaar voor de tweede piek in het najaar?

    "Die zal anders zijn dan de eerste crisis. Iedereen in de zorg is nu alert, dus die piek zal niet zo heftig zijn."

Meer informatie

Prof. dr. Richard Janssen is bijzonder hoogleraar Bestuur en Management van Instellingen in de Gezondheidszorg bij ESHPM en hoogleraar Economie en Organisatie van de Gezondheidszorg, Departement Tranzo bij Tilburg University.

Dit interview is gepubliceerd in Zorgvisie op 11 juni 2020.