‘Volledige compensatie van omzetverliezen door corona is onredelijk’

Prof.dr. Marco Varkevisser

Geen zorginstelling mag failliet gaan door de coronacrisis, dus zijn er in de afgelopen maanden financiële regelingen bedacht voor de kosten van coronazorg en compensatie van misgelopen omzet. Volgens hoogleraar Marco Varkevisser hebben VWS en de zorgverzekeraars ruimhartig de portemonnee getrokken. 'Verliezen van coronacrisis moeten we met z'n allen delen.'

Varkevisser, hoogleraar marktordening bij ESHPM, merkte dat de eerste gesprekken in maart en april over compensatie vanuit VWS en de zorgverzekeraars erg gemakkelijk gingen. "Niemand mocht failliet gaan, dus werden snel stappen gezet richting voorschotten richting zorgorganisaties. Maar nu verder in de coronacrisis, worden gesprekken lastiger. Welk deel van de gemaakte kosten en misgelopen verdiensten worden wel gecompenseerd en welk deel niet?"

Ondernemersrisico

Volgens de hoogleraar kun je niet één generieke regeling voor heel Nederland maken. De ene sector kan de coronacrisis namelijk beter doorstaan dan de andere. Dat geldt ook binnen de zorg. Varkevisser vindt dat sowieso niet ingezet moet worden op 100 procent compensatie. "Een deel van de omzetverliezen door corona zou toch bij het ondernemersrisico moeten horen. Ook bedrijven buiten de zorg krijgen niet alles volledig gecompenseerd. De coronacrisis kent eigenlijk alleen maar verliezers en dat verlies moeten we met z’n allen delen."

Kritische zorgverzekeraars

Het zijn pittige dilemma’s, erkent Varkevisser. "Maar hoe ruimhartiger je compenseert, hoe meer de zorgpremies in de komende periode zullen oplopen. Zorgverzekeraars kijken kritisch naar wat wel of niet gecompenseerd moet worden. Dat is in het belang van ons allen. Maar dat wordt niet overal gewaardeerd, omdat ze een reputatieprobleem hebben.’ Dat nog niet alle regelingen direct zijn afgekaart, vindt Varkevisser niet gek. ‘Als er in de haast te ruimhartige toezeggingen gedaan zouden zijn, zou je vanuit het perspectief op de betaalbaarheid straks nog verder van huis zijn."

Slimme compensatie

Varkevisser ziet een duidelijk onderscheid tussen sectoren. De compensatie van kleine zorgaanbieders vanuit de Zorgverzekeringswet via een continuïteitsbijdrage van 70 à 80 procent van de reguliere omzet nu en een lager tarief op inhaalzorg later, vindt hij slim. "Het zou makkelijker zijn om alles te compenseren, maar dat zou onredelijk zijn gezien hogere zorgkosten die sowieso al ontstaan. Het is nu wel een complexere regeling voor zorgaanbieders met wat meer administratieve gevolgen. Maar ik denk dat het wel passend is."

  • ‘Water bij de wijn’

    Bij de ziekenhuizen is het lastiger gebleken om tot een financiële regeling te komen. De ziekenhuizen kregen snel voorschotten tot 100 procent van de omzet, maar hebben nu nog geen duidelijkheid over de precieze compensatie van omzetverlies door het wegvallen van reguliere zorg. De deadline hiervoor lag op 1 juni, maar is inmiddels verschoven naar 1 juli. Varkevisser: "Er is discussie over hoe ver compensatie moet gaan. De NVZ zet hoog in, dat snap ik vanuit strategisch oogpunt, ook gezien de gunfactor die de ziekenhuizen hebben. Maar ik denk dat ze toch water bij de wijn moeten doen."

    "Financieel gezonde instellingen kunnen een deel van het verlies met hun reserves opvangen. Het gaat om een nette compensatie. Roepen dat je gewoon de volledig verwachte omzet wil hebben is echt te makkelijk. Je kunt niet verwachten dat zorgverzekeraars dit zo zullen doen. Vanuit hun rol als penningmeesters van de zorg zullen ze in het belang van ons allemaal toch echt kritisch moeten kijken naar wat precies gecompenseerd wordt."

    Langdurige zorg

    In de Wlz ligt het volgens de hoogleraar wat makkelijker. Daar krijgen zorgorganisaties hun omzetverlies, ontstaan doordat lege plekken niet worden opgevuld en een deel van de zorg tijdelijk is gestaakt, gecompenseerd. "Maar het gaat daar toch om lagere bedragen dan bij de specialistische zorg, dus die zijn lastig te vergelijken. En de zorgkantoren hebben een andere rol dan de zorgverzekeraars. Want anders dan bij de zorgverzekeraars, lopen de zorgkantoren over hun uitgaven zelf geen financieel risico."

    Tot 1 juli

    In sommige zorgsectoren is er al discussie over hoe lang de compensatieregelingen moeten doorlopen. Tot 1 juli, 1 augustus of nog langer? Onlangs liet minister Hugo de Jonge weten dat coronakosten in de jeugdzorg nog tot eind 2020 gecompenseerd worden, maar omzetverlies maar tot 1 juli. Varkevisser noemt het ‘een gezond streven om nu de ergste medische crisis achter de rug is ook qua financiën weer naar een redelijk normale situatie toe te werken’. "Het blijft lastig te zeggen of een einddatum te snel is. Maar als er een einddatum komt, weet je als zorgaanbieder wel waar je aan toe bent en heb je duidelijkheid over bedrijfsvoering en beleid. En als zich op een later moment ergens onverhoopt nog prangende problemen voordoen, dan kunnen de zorgverzekeraars of overheid achteraf alsnog bijspringen."

    Na eindafrekening nieuwe discussie

    Al met al ziet Varkevisser van alle kanten grote inspanning. "Ook bij de overheid, die veel geld heeft uitgegeven aan extra beademingsapparatuur en beschermingsmiddelen. Volgens mij heeft men op dat vlak niet veel steken laten vallen. Maar nogmaals, de corona-uitbraak is voor iedereen een lastige situatie en er zijn feitelijk alleen maar verliezers. Het is zaak om nu zo snel mogelijk duidelijkheid te creëren over hoe de eindafrekening wordt verdeeld. Want er komt nog een volgende discussie aan. Hoe gaan we structurele kostenstijgingen betalen om beter voorbereid te zijn op een volgende pandemie? En wie regelt en betaalt de voorzieningen die nodig zijn om de IC-capaciteit snel te kunnen opschalen?"

    Dit interview is op donderdag 25 juni 2020 verschenen op Zorgvisie.

Professor
Biography
Hoogleraar Marktordening in de Gezondheidszorg bij ESHPM. In zijn onderwijs en onderzoek houdt hij zich bezig met de structuur & financiering van gezondheidszorg in het algemeen en de juiste ordening van zorgmarkten in het bijzonder. Centraal daarbij staat de vraag welke combinatie van marktwerking en regelgeving optimaal recht doet aan de publieke belangen kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg.