Spotlight Interview | Mr. Joost Verbaan

Mijn vakgebied is net als voetbal: iedereen heeft er ‘verstand’ van
Mr. Joost Verbaan
Wetenschappelijk docent Straf(proces)recht, directeur van Erasmus Centre for Penal Studies (ECPS)

‘Eigenlijk heb ik mijn hele juridische leven aan de Rotterdamse rechtenfaculteit doorgebracht, als student en als wetenschapper. Via een beroepskeuzetest kwam ik bij de rechtenstudie uit en dat beviel vrijwel direct. Een breed palet aan vakken, theoretisch en praktisch tegelijk, het ging snel leven! In het tweede jaar had ik een soort competitie met een medestudent. Formeel strafrecht was het vak, ik bereidde mij extra goed voor, en de liefde voor strafrecht werd geboren.’

‘Het was eind jaren 90, internet was nog beperkt en er waren nog geen social media. Spong en Moszkowicz kwamen af en toe op televisie, maar waren zeker niet de role models die ze nu soms zijn. Eigenlijk waren er toen dezelfde casusposities als nu. Als er bijvoorbeeld een woning wordt doorzocht of een verdachte afgeluisterd, onder welke voorwaarden mag dat? Wie mogen dat bevelen? Dat interesseerde me.’

‘Ik ben snel begonnen als student-assistent. Zo raakte ik betrokken bij het grote wetgevingsproject in de Cariben onder leiding van professor Hans de Doelder. Dat was enorm inspirerend, daar wilde ik bij blijven.’

Met de poten in de Maas

‘Ik doe veel wetenschappelijk onderzoek, schreef al meerdere lesboeken en was mede-ontwikkelaar van de succesvolle website SR Updates, waarbij nieuwe uitspraken en annotaties snel en eenvoudig online inzichtelijk zijn.’

‘Ik voel me thuis bij Erasmus School of Law. We zijn een faculteit die sterk verbonden is met de maatschappij. Toga aan de Maas, Juridische Samenwerking aan de Maas, noem maar op. Met de poten in de aarde, of liever gezegd: in de Maas. En terecht, want maatschappelijke relevantie vind ik een belangrijk uitgangspunt, al is de discussie over fundamenteel onderzoek niet altijd even zuiver. Soms lijkt een onderzoek puur theoretisch, maar word je toch ingehaald door de praktijk. Ik herinner me dat we in het Antillenproject (opstellen strafwetgeving voor de Caribische Koninkrijksdelen) overwogen om in titel 1 van het Wetboek van Strafrecht bepaalde delicten gericht tegen het koningshuis te schrappen. Die zouden toch niet voorkomen, dachten we. We lieten de passage evenwel staan en een paar jaar later vond het beruchte auto-incident in Apeldoorn plaats.’

‘Niet al het onderzoek wordt gepubliceerd. Onderzoeken die we voor de politie doen, zijn hier een goed voorbeeld van. Vermeldenswaardig is het project dat we samen met de TU Delft hebben verricht op het gebied van wapendetectie. Technisch is steeds meer mogelijk, maar zijn al die technische mogelijkheden ook toegestaan? En wat kun je met computers? Mag je met metadata potentiële criminele netwerken blootleggen? Als iets wenselijk is, hoe kan het dan wettelijk mogelijk worden gemaakt? Dat boeit mij enorm.’

Het waaróm achter de regels

‘Als docent probeer ik vooral om jonge mensen te enthousiasmeren. Natuurlijk, studenten moeten allereerst de theorie kennen, maar in mijn colleges probeer ik ze te laten nadenken over het waaróm achter de regeltjes. Uiteraard haal ik regelmatig een maatschappelijke casus aan. Dan gaat het recht werkelijk leven! De moderne techniek biedt ook mooie kansen. Theorie kun je op het web of in een filmpje kwijt, dus kun je in de colleges veel meer voorbeelden geven. Vroeger was een college vooral bedoeld om kennis over te dragen; nu is er meer aandacht voor achtergrond, voor duiding. Met het Erasmus Centre for Penal Studies verzorgen we ook cursussen voor onder meer de marechaussee, de advocatuur en de reclassering. Ook hier is er dus de band met de beroepspraktijk.’

‘Het vakgebied van het strafrecht kan zich geen pauze veroorloven. De wereld wordt kleiner en criminaliteit wordt meer internationaal. Terroristen stoppen niet bij de grens. Toch is het strafrecht binnen de Europese Unie nog steeds vrij nationaal georiënteerd. Ik pleit wel voor meer Europese richtlijnen. Binnen een half uur zit je in België, het is wel fijn als je daar een beetje hetzelfde behandeld wordt. Het feit dat we nu een raadsman bij het verhoor hebben, komt voort uit Europese jurisprudentie. Het probleem is dat landen vaak liever hún regels opleggen, dan die van andere landen te accepteren. Ja, ook Nederland kan een behoorlijke zedenmeester zijn. Terrorismebestrijding is al wel op veel punten op Europees niveau geregeld.’

‘Wetgeving is altijd achteraf. Maar via het strafrecht kun je ook een signaal afgeven dat we iets niet willen en dat we mensen een veilig gevoel te geven, bijvoorbeeld via fouilleringen. Want ook de perceptie van de burger verandert. ‘Blauw op straat’ werd twintig jaar geleden als bedreigend ervaren, maar geeft nu het idee van veiligheid.’

Zeventien miljoen strafrechters

‘Mijn vakgebied is net als voetbal: iedereen heeft er ‘verstand’ van! Het lijkt soms wel of er zeventien miljoen strafrechters in Nederland wonen. Van wie de meesten trouwens roepen dat we zwaarder zouden moeten straffen. Maar ik vind dat we al behoorlijk streng straffen. En het aardige is: uit onderzoek blijkt dat, als burgers alle ins en outs van een casus kennen, ze meestal tot lagere straffen dan de rechter zouden komen! Maar vaak baseren ze hun mening op een drieregelig berichtje op nu.nl. Met de summiere informatie die men dan heeft, kan ik me voorstellen dat een straf al gauw te licht wordt bevonden. Maar ook daarin ligt een taak voor ons wetenschappers: zorgen voor een goede duiding. Aan de samenleving en om te beginnen in onze eigen colleges. Want zoals ik al zei: we hebben de regels. Maar hoe interpreteren we die bij wat er daadwerkelijk gebeurd is?’

Personalia

Naam: Joost Verbaan
Functie: wetenschappelijk docent Straf(proces)recht, directeur van Erasmus Centre for Penal Studies (ECPS)