Spotlight Interview | Prof. dr. Kristin Henrard

Current facets (Pre-Master)

Mensenrechten zijn mijn natuurlijke omgeving
Prof. dr. Kristin Henrard
Hoogleraar Minderheden en Fundamentele Rechten

‘Het beschermen van de zwakkere medemens, dat is me met de paplepel ingegoten. Mijn vader was een uitgetreden priester, mijn moeder zat in het ontwikkelingswerk en werd later politica voor de groene partij in het Vlaams en Europees parlement. Het morele was nooit ver weg in ons gezin. Thema’s als rechtvaardigheid en menselijk welzijn werden bediscussieerd aan de eettafel. Dat heeft me gevormd.’

‘Op mijn vijftiende wist ik wel dat ik rechten wilde studeren. Aanvankelijk met het idee de diplomatie in te gaan, maar daar ben ik vanaf gestapt. Dan zou ik een regering moeten vertegenwoordigen, ook als ik het niet eens zou zijn met een bepaald standpunt over mensenrechten. De intrinsieke motivatie voor mensenrechten was veel sterker. Ook andere vakken volgde ik met plezier en inzet, maar mensenrechten, minderheden en andere ‘kwetsbare’ groepen zijn toch mijn terrein. Noem het mijn natuurlijke omgeving.’

Post-apartheid Zuid-Afrika

‘De meest fascinerende tijd van mijn leven was midden jaren negentig. Met een magna cum laude aan de KU Leuven op zak en een masterjaar aan Harvard voor de boeg, bezocht ik Zuid-Afrika. Daar was kort daarvoor het apartheidsregime ingestort en werd de overgang naar een democratie voorbereid. Toeval of het lot, in Stellenbosch kwam ik mijn decaan uit Leuven tegen. Op zijn aangeven had ik een positief gesprek met professor Erasmus van de Universiteit van Stellenbosch. Diezelfde hoogleraar werd een jaar later – ik had mijn jaar aan Harvard voltooid en was begonnen aan mijn proefschrift - benoemd tot één van zeven experts in het constitutional subcommittee, dat adviseerde over de final constitution van de nieuwe republiek. Ik had de juiste contactpersoon en kreeg bovendien het aanbod om voor de Vlaamse regering het grondwettelijke onderhandelingsproces te monitoren. Ik was midden twintig.’

‘De full transition naar een democratie was zó fascinerend. In een land met een enorme diversiteit in de bevolking, waar meer dan veertig jaar separate development had gegolden. Een policy die was ingezet om de macht van de blanke minderheid te continueren en te rechtvaardigen. Ik had toegang tot alle levels of negotiation, sprak ook individueel met vertegenwoordigers van de partijen. Ik werd geaccepteerd en gewaardeerd. In de uiteindelijke grondwet zitten zelfs twee bepalingen waarin ik concreet mijn adviezen kan teruglezen. Tegelijk zag ik in dat wetten, die pareltjes zijn op papier, allesbehalve een garantie zijn voor een succesvolle implementatie en realisatie. We willen gelijkheid, maar hoe doen we dat op juridisch gebied? Dit bespreek ik in mijn proefschrift, dat ik in 1999 voltooide.’

Oratie in Rotterdam

‘Terug in Europa ging ik niet naar België, maar naar Nederland. Als UD  -en later UHD - Staatsrecht heb ik aan de Universiteit Groningen het vak mensenrechten op poten gezet en mij breder in dit specialisme ontwikkeld. Ik heb mij verdiept in onderwerpen als legitieme beperking, proportionaliteit, het gelijkheidsbeginsel, privacy en data protection. Uit interesse maar ook omdat het vakgebied sterk evolueert.’

‘Als generalist in de mensenrechten, lid van de Jonge Akademie én met een binnengehaalde VIDI-subsidie kreeg ik een aanbod van de Erasmus Universiteit. An offer I couldn’t refuse! De mogelijkheid van een hoogleraarschap in een multiculturele stad, waar veel gebeurde rond mensenrechten en met interessante mogelijkheden tot samenwerking. Met het Minority Research Network heb ik een internationale community van meer dan honderd academici opgezet, waarin fundamentele rechten van minderheden aan allerlei andere disciplines werden gekoppeld, zoals sociologie, economie en linguïstische studies.’

Mijn oratie op 29 oktober 2010 was getiteld “The ambiguous relationship between religious minorities and fundamental (minority) rights”. Hierin besprak ik de invloed die de problematiek rond religieuze minderheden had op het tot stand komen van algemene mensenrechten en minderheidsspecifieke rechten. Ondanks dit historische gegeven lijken de specifieke behoeften van deze minderheden nu juist steeds meer te worden genegeerd.

Luisteren politici naar wetenschappers? Dat is nog niet zo evident. Onze invloed op bestuurders en de publieke opinie zou best groter mogen zijn, dat is zeker een punt van aandacht.’

‘Mijn moeder, zoals gezegd oud-politica, zei in haar speech bij het oratiediner dat academici de maatschappelijke kant en de praktische uitvoering van hun werk zeker niet moeten verwaarlozen. Inderdaad zouden we onze teksten ook moeten richten op beleidsmakers en –voorbereiders zoals bijvoorbeeld het College voor de Rechten van de Mens, via hen begrip kweken voor bepaalde standpunten en arresten. Ik geef toe dat ik wat meer academisch ben toegespitst. Het is ook vaak een gebrek aan tijd.’

Nationaliteiten-beginsel

‘Mijn sabbatical van september tot december 2017 staat in het teken van een groot onderzoek naar nationality and citizenship. Ooit is het concept van nations ontstaan: als je binnen bepaalde landsgrenzen bent geboren, heb je een nationaliteit en - hieraan gekoppeld - bepaalde rechten. Nationality was the right to have rights. Maar mensenrechten staan grotendeels los van nationaliteit of geboorteplaats. Die heb je als méns. Ik onderzoek hoe het begrip nationaliteit is ontstaan en - belangrijker - hoe relevant en legitiem dit historische concept nu nog is, in deze mobiele wereld, waarin mensen zich niet meer per se settelen in het geboorteland dat hun de oorspronkelijke nationaliteit verleende. Denk aan de vele migranten en vluchtelingen.’

‘Meer mensen dan ooit wonen in een land waar ze niet geboren zijn. Where do they belong to? Wat betekent het begrip territorium in deze tijd van migratiecrisis? Die vragen stel ik mij op conceptueel niveau. Als ik kijk naar mijn eigen situatie, dat is bijna bizar. Ik woon als Belgische al zeventien jaar in Nederland, ben perfect ingeburgerd, betaal belastingen, ken de wet, maar ik mag hier niet stemmen voor de Tweede Kamer. Anderzijds heb ik wel stemrecht voor België, waar ik helemaal niet woon. Ik mag dus niet meepraten over mijn eigen leefomgeving maar wel over die van anderen. Niet meer van deze tijd! Ik vraag me af waarom we toch altijd zo sterk bezig zijn onze grenzen af te schermen. Voor wie? En ván wie? Misschien is dit wel één van de grote maatschappelijke vragen.’

Minderheden, integratie en eigen identiteit

‘De verdeeldheid in de samenleving wordt niet kleiner als je groepen minderheden dwingt alle gewoonten van je land aan te nemen en ze de vrijheid van de eigen identiteit ontneemt. Dan zullen ze eerder een terugtrekkende beweging maken. Polarisatie en wij-zij-denken komt mede door de gedachte van het anders zijn. Maar het gaat om het evenwicht. Mensen moeten zich aanpassen aan de maatschappij waarvan ze deel uitmaken, maar ook de ruimte krijgen voor hun eigen geloof en waarden.’

‘In plaats van ‘met het vingertje te wijzen’ zouden we beter de norm herdefiniëren, binnen de grenzen van de redelijkheid natuurlijk. Het is een spannende tijd. Maar destijds in Zuid-Afrika was de situatie ook heel moeilijk en toch is er een zekere mate van eenheid bereikt. Ik ben positief ingesteld, denk niet in onmogelijkheden. En dat wens ik ook de studenten en de jonge academici toe. Blijf geloven, in jezelf en in je ambities. Daag jezelf steeds opnieuw uit en laat je nooit door anderen naar beneden praten.’

Personalia

Naam: Kristin Henrard
Functie: Hoogleraar Minderheden en Fundamentele Rechten
Expertise: mensenrechten en minderhedenbescherming
Proefschrift (1999): ‘The interrelation between individual human rights, minority rights and the right to self-determination for an adequate minority protection: theoretical framework and case study of post-apartheid South Africa.”
Huidig onderzoek: “Nationality - A multidisciplinary investigation in the (remaining – future) relevance of ‘nationality’ in the current ‘mobile world’ era